Ouafae Karimi (50) richtte een kliniek op voor ouderen met een migratieachtergrond: ‘Ik wil dat zij zich gezien voelen – niet als dossier, maar als mens’
Het Parool bestaat 85 jaar en om dat te vieren belichten we Amsterdammers die zich met hart en ziel inzetten voor de stad en hun medebewoners. Sommigen op kleine schaal, anderen op grote. Vandaag: Ouafae Karimi (50) richtte de Ouderenkliniek op, met speciale aandacht voor ouderen met een niet-westerse migratieachtergrond. ‘Zorg uit handen geven is niet voor iedereen vanzelfsprekend.’
Toen Ouafae Karimi klein was en haar oma ziek werd, begreep ze niet waarom zij niet herstelde. Ze was toch naar de dokter geweest? Dan hoor je toch beter te worden? Maar haar oma genas niet. Op dat moment nam Karimi zich voor: later zal ik alle mensen beter maken. Thuis begon ze met doktertje spelen.
“Fast forward,” zegt Karimi, vanuit haar kliniek in het oude Slotervaartziekenhuis in Amsterdam Nieuw-West. “Dan kom je toch bedrogen uit.” Ze glimlacht en slaat haar handen ineen. “Als medisch specialist ontdek je dat je lang niet iedereen beter kunt maken. Wat wél kan, is echt luisteren en samen tot een behandelplan komen dat niet alleen medisch klopt, maar ook draagbaar is voor de patiënt en de familie.”
Drie jaar geleden richtte Karimi, internist-ouderengeneeskunde en infectioloog, de Ouderenkliniek op. De kliniek is voor alle ouderen, maar heeft bijzondere aandacht voor ouderen met een migratieachtergrond, zoals haar eigen Marokkaanse oma. “Goede zorg gaat niet alleen over de juiste diagnose,” zegt ze. “Het gaat ook over taal, cultuur én vertrouwen, zodat iedereen zich begrepen en gezien voelt.”
Ondertussen gaat de telefoon. Karimi heeft haar tas nog maar net neergezet. Snel opnemen: iets met een verwijzing voor het lab. “Zo gaat het dus de hele tijd,” lacht ze. “Ik ben zo terug.”
Caption
Niet gehoord in de zorg
De gezondheidsverschillen tussen ouderen met en zonder migratieachtergrond zijn groot, legt Karimi uit. Ouderen met een migratieachtergrond zijn vaak zieker en kwetsbaarder. “Veel van hen zijn in de jaren zestig en zeventig naar Nederland gekomen en hebben hier fysiek zwaar werk gedaan. Dat laat sporen na, lichamelijk én mentaal.”
“Ook vergrijzing is vaak complexer bij mensen met een migratieachtergrond,” vervolgt ze. “Er is vaker sprake van chronische ziekte, beperkte gezondheidsvaardigheden, taalbarrières, armoede, een kleiner netwerk of afhankelijkheid van kinderen.”
Juist deze groep heeft dus veel zorg nodig, maar tegelijkertijd zijn zij, volgens Karimi, in de zorg onderbelicht. “Het begon met mensen die mij vertelden dat ze liever niet naar de dokter gaan, omdat ze zich toch niet gehoord voelen. Toen besefte ik: er is een groep ouderen die we minder goed kunnen bereiken en bedienen.”
Hogere drempel naar zorg
De drempel naar zorg is voor hen vaak hoger. “In veel families zijn zij de eerste generatie in Nederland. Er zijn dan geen eerdere voorbeelden van hoe je signalen van ziektes herkent of hoe je de weg vindt in het zorgsysteem. Daardoor blijven klachten soms onopgemerkt of worden ze afgedaan als ouderdom.”
En wanneer zij wel de stap naar zorg zetten, ervaren ze vaak niet serieus genomen te worden. “Door taal- of cultuurverschillen is het niet altijd makkelijk om duidelijk te maken wat iemand voelt of nodig heeft,” zegt Karimi.
“De zorgverleners doen hun werk met veel betrokkenheid. Maar in een druk zorgsysteem, met korte consulten, is er niet altijd genoeg ruimte om taal, cultuur, familiecontext en gezondheidsvaardigheden mee te nemen. Dat is logisch, maar de patiënt ervaart: ‘Er is geen tijd voor mij, weer iemand die niet luistert’.”
Karimi geeft daarom ook lezingen over cultuursensitieve zorg, om dokters meer inzicht te geven in de behoeften van patiënten met verschillende achtergronden.
Tijd nemen om echt te luisteren
In haar spreekkamer ziet Karimi hoe zorg pas werkelijk op gang komt als er vertrouwen ontstaat. Zo vertelt ze over een moeder die niet wilde accepteren dat ze ziek was, maar steeds meer zorg van haar kinderen vroeg. De situatie thuis werd onhoudbaar, toch weigerde ze naar de dokter te gaan. Tot haar dochter via via over de Ouderenkliniek hoorde.
“Ze vertelde haar moeder dat ze bij mij in haar eigen taal, het Arabisch, haar verhaal kon doen. Dat trok haar over de streep,” zegt Karimi. Ze legde haar patiënt uit waarom bepaalde zorg noodzakelijk is en besprak ook wat daarin realistisch was voor haar dochter om te dragen.
Vanuit haar eigen achtergrond weet Karimi dat in veel culturen de zorg voor ouders wordt gezien als een verantwoordelijkheid van de familie. “Zorg uit handen geven is minder vanzelfsprekend. Daarom probeer ik die brug te vormen.” Karimi organiseert voorlichtingen voor ouderen en mantelzorgers. “Ik wil dat zij zich gezien voelen. Niet als dossier, maar als mens. Met een geschiedenis, een familie, een taal, een geloof, een lichaam dat ziek is geworden, maar een leven dat doorgaat.” En dat lukt.
Karimi lacht. Ze kijkt om zich heen in haar spreekkamer. “Wanneer iemand die hier eigenlijk helemaal niet wil zijn, toch opgelucht en met meer vertrouwen de deur uitgaat, dan weet ik weer precies waarom ik dit werk doe.”
Zorg voor ouderen is zorg voor de gemeenschap
Dat de Ouderenkliniek in Nieuw-West staat, is geen toeval. Karimi is hier zelf opgegroeid, volgde haar opleiding in de stad en deed er ook haar promotieonderzoek. “Mijn ouders wonen hier in de buurt. Amsterdam, en zeker Nieuw-West, voelt als thuis.”
“Ik wilde iets doen op een plek waar ik de mensen ken. In Nieuw-West komen veel werelden samen: verschillende generaties, culturen, families en levensverhalen. Dat maakt de zorg complex, maar ook ontzettend betekenisvol.”
Die vertrouwdheid wordt, nu haar kliniek hier ook is gevestigd, alleen maar groter. “Je hoort over een restaurant dat opent, gaat erheen en komt daar weer mensen uit de Ouderenkliniek tegen. Dat geeft een gevoel van verbondenheid.”
Volgens Karimi zegt die verbondenheid ook iets over hoe gemeenschappen zich ontwikkelen. “Ouderen dragen zoveel met zich mee: geschiedenis, familieverhalen, veerkracht, verlies, waarden en lessen,” zegt ze. “In de wetenschap zijn zij onze opleiders, maar in families zijn het onze ouders en voorouders op wier ideeën wij voortborduren. Dus als je iets voor die mensen doet, doe je daarmee ook iets voor de maatschappij."
Toekomstdromen
Karimi hoopt in de toekomst nog meer voor ouderen te kunnen betekenen. Daarom richtte zij de stichting Vrienden van de Ouderenkliniek op, waarmee ze bijeenkomsten en activiteiten voor hen wil organiseren. “Sommige ouderen voelen zich niet thuis bij het aanbod dat er is. Niet iedereen heeft iets met klaverjassen,” lacht ze.
Volgens Karimi is dat niet alleen cultureel bepaald. “De ene persoon voelt zich ergens meteen thuis, de ander juist niet. Daar moet ruimte voor zijn.” Daarom wil zij met de stichting activiteiten organiseren die beter aansluiten bij verschillende leefwerelden, interesses en achtergronden.
“Dat kan variëren van het vieren van feestdagen tot een middag met Marokkaanse thee en koekjes of het samen lezen uit de Koran.” Juist via dit soort laagdrempelige ontmoetingen wil ze ouderen met de zorg kennis laten maken. “En daarmee uiteindelijk het vertrouwen in de zorg versterken.”
Met de Ouderenkliniek, haar scholingen en haar programma’s voor ouderen en mantelzorgers wil Karimi bijdragen aan een zorgsysteem waarin ouderen niet pas aandacht krijgen wanneer problemen zich hebben opgestapeld, maar eerder menselijker en beter passend worden ondersteund.
“Mijn droom is dat ouderen, ongeacht hun achtergrond, zich welkom voelen in de zorg. Dat zij ervaren: ik word begrepen. Niet alleen mijn ziekte doet ertoe, maar ook mijn levensverhaal, mijn familie, mijn cultuur en wat voor mij belangrijk is.”