Nieuws
Het Parool, juni 2026
Het Parool bestaat 85 jaar en om dat te vieren belichten we Amsterdammers die zich met hart en ziel inzetten voor de stad en hun medebewoners. Sommigen op kleine schaal, anderen op grote. Vandaag: Ouafae Karimi (50) richtte de Ouderenkliniek op, met speciale aandacht voor ouderen met een niet-westerse migratieachtergrond. ‘Zorg uit handen geven is niet voor iedereen vanzelfsprekend.’
Toen Ouafae Karimi klein was en haar oma ziek werd, begreep ze niet waarom zij niet herstelde. Ze was toch naar de dokter geweest? Dan hoor je toch beter te worden? Maar haar oma genas niet. Op dat moment nam Karimi zich voor: later zal ik alle mensen beter maken. Thuis begon ze met doktertje spelen.
“Fast forward,” zegt Karimi, vanuit haar kliniek in het oude Slotervaartziekenhuis in Amsterdam Nieuw-West. “Dan kom je toch bedrogen uit.” Ze glimlacht en slaat haar handen ineen. “Als medisch specialist ontdek je dat je lang niet iedereen beter kunt maken. Wat wél kan, is echt luisteren en samen tot een behandelplan komen dat niet alleen medisch klopt, maar ook draagbaar is voor de patiënt en de familie.”
Drie jaar geleden richtte Karimi, internist-ouderengeneeskunde en infectioloog, de Ouderenkliniek op. De kliniek is voor alle ouderen, maar heeft bijzondere aandacht voor ouderen met een migratieachtergrond, zoals haar eigen Marokkaanse oma. “Goede zorg gaat niet alleen over de juiste diagnose,” zegt ze. “Het gaat ook over taal, cultuur én vertrouwen, zodat iedereen zich begrepen en gezien voelt.”
Ondertussen gaat de telefoon. Karimi heeft haar tas nog maar net neergezet. Snel opnemen: iets met een verwijzing voor het lab. “Zo gaat het dus de hele tijd,” lacht ze. “Ik ben zo terug.”
Niet gehoord in de zorg
De gezondheidsverschillen tussen ouderen met en zonder migratieachtergrond zijn groot, legt Karimi uit. Ouderen met een migratieachtergrond zijn vaak zieker en kwetsbaarder. “Veel van hen zijn in de jaren zestig en zeventig naar Nederland gekomen en hebben hier fysiek zwaar werk gedaan. Dat laat sporen na, lichamelijk én mentaal.”
“Ook vergrijzing is vaak complexer bij mensen met een migratieachtergrond,” vervolgt ze. “Er is vaker sprake van chronische ziekte, beperkte gezondheidsvaardigheden, taalbarrières, armoede, een kleiner netwerk of afhankelijkheid van kinderen.”
Juist deze groep heeft dus veel zorg nodig, maar tegelijkertijd zijn zij, volgens Karimi, in de zorg onderbelicht. “Het begon met mensen die mij vertelden dat ze liever niet naar de dokter gaan, omdat ze zich toch niet gehoord voelen. Toen besefte ik: er is een groep ouderen die we minder goed kunnen bereiken en bedienen.”
Hogere drempel naar zorg
De drempel naar zorg is voor hen vaak hoger. “In veel families zijn zij de eerste generatie in Nederland. Er zijn dan geen eerdere voorbeelden van hoe je signalen van ziektes herkent of hoe je de weg vindt in het zorgsysteem. Daardoor blijven klachten soms onopgemerkt of worden ze afgedaan als ouderdom.”
En wanneer zij wel de stap naar zorg zetten, ervaren ze vaak niet serieus genomen te worden. “Door taal- of cultuurverschillen is het niet altijd makkelijk om duidelijk te maken wat iemand voelt of nodig heeft,” zegt Karimi.
“De zorgverleners doen hun werk met veel betrokkenheid. Maar in een druk zorgsysteem, met korte consulten, is er niet altijd genoeg ruimte om taal, cultuur, familiecontext en gezondheidsvaardigheden mee te nemen. Dat is logisch, maar de patiënt ervaart: ‘Er is geen tijd voor mij, weer iemand die niet luistert’.”
Karimi geeft daarom ook lezingen over cultuursensitieve zorg, om dokters meer inzicht te geven in de behoeften van patiënten met verschillende achtergronden.
Tijd nemen om echt te luisteren
In haar spreekkamer ziet Karimi hoe zorg pas werkelijk op gang komt als er vertrouwen ontstaat. Zo vertelt ze over een moeder die niet wilde accepteren dat ze ziek was, maar steeds meer zorg van haar kinderen vroeg. De situatie thuis werd onhoudbaar, toch weigerde ze naar de dokter te gaan. Tot haar dochter via via over de Ouderenkliniek hoorde.
“Ze vertelde haar moeder dat ze bij mij in haar eigen taal, het Arabisch, haar verhaal kon doen. Dat trok haar over de streep,” zegt Karimi. Ze legde haar patiënt uit waarom bepaalde zorg noodzakelijk is en besprak ook wat daarin realistisch was voor haar dochter om te dragen.
Vanuit haar eigen achtergrond weet Karimi dat in veel culturen de zorg voor ouders wordt gezien als een verantwoordelijkheid van de familie. “Zorg uit handen geven is minder vanzelfsprekend. Daarom probeer ik die brug te vormen.” Karimi organiseert voorlichtingen voor ouderen en mantelzorgers. “Ik wil dat zij zich gezien voelen. Niet als dossier, maar als mens. Met een geschiedenis, een familie, een taal, een geloof, een lichaam dat ziek is geworden, maar een leven dat doorgaat.” En dat lukt.
Karimi lacht. Ze kijkt om zich heen in haar spreekkamer. “Wanneer iemand die hier eigenlijk helemaal niet wil zijn, toch opgelucht en met meer vertrouwen de deur uitgaat, dan weet ik weer precies waarom ik dit werk doe.”
Zorg voor ouderen is zorg voor de gemeenschap
Dat de Ouderenkliniek in Nieuw-West staat, is geen toeval. Karimi is hier zelf opgegroeid, volgde haar opleiding in de stad en deed er ook haar promotieonderzoek. “Mijn ouders wonen hier in de buurt. Amsterdam, en zeker Nieuw-West, voelt als thuis.”
“Ik wilde iets doen op een plek waar ik de mensen ken. In Nieuw-West komen veel werelden samen: verschillende generaties, culturen, families en levensverhalen. Dat maakt de zorg complex, maar ook ontzettend betekenisvol.”
Die vertrouwdheid wordt, nu haar kliniek hier ook is gevestigd, alleen maar groter. “Je hoort over een restaurant dat opent, gaat erheen en komt daar weer mensen uit de Ouderenkliniek tegen. Dat geeft een gevoel van verbondenheid.”
Volgens Karimi zegt die verbondenheid ook iets over hoe gemeenschappen zich ontwikkelen. “Ouderen dragen zoveel met zich mee: geschiedenis, familieverhalen, veerkracht, verlies, waarden en lessen,” zegt ze. “In de wetenschap zijn zij onze opleiders, maar in families zijn het onze ouders en voorouders op wier ideeën wij voortborduren. Dus als je iets voor die mensen doet, doe je daarmee ook iets voor de maatschappij."
Toekomstdromen
Karimi hoopt in de toekomst nog meer voor ouderen te kunnen betekenen. Daarom richtte zij de stichting Vrienden van de Ouderenkliniek op, waarmee ze bijeenkomsten en activiteiten voor hen wil organiseren. “Sommige ouderen voelen zich niet thuis bij het aanbod dat er is. Niet iedereen heeft iets met klaverjassen,” lacht ze.
Caption
Volgens Karimi is dat niet alleen cultureel bepaald. “De ene persoon voelt zich ergens meteen thuis, de ander juist niet. Daar moet ruimte voor zijn.” Daarom wil zij met de stichting activiteiten organiseren die beter aansluiten bij verschillende leefwerelden, interesses en achtergronden.
“Dat kan variëren van het vieren van feestdagen tot een middag met Marokkaanse thee en koekjes of het samen lezen uit de Koran.” Juist via dit soort laagdrempelige ontmoetingen wil ze ouderen met de zorg kennis laten maken. “En daarmee uiteindelijk het vertrouwen in de zorg versterken.”
Met de Ouderenkliniek, haar scholingen en haar programma’s voor ouderen en mantelzorgers wil Karimi bijdragen aan een zorgsysteem waarin ouderen niet pas aandacht krijgen wanneer problemen zich hebben opgestapeld, maar eerder menselijker en beter passend worden ondersteund.
“Mijn droom is dat ouderen, ongeacht hun achtergrond, zich welkom voelen in de zorg. Dat zij ervaren: ik word begrepen. Niet alleen mijn ziekte doet ertoe, maar ook mijn levensverhaal, mijn familie, mijn cultuur en wat voor mij belangrijk is.”
RCOAK , juni 2026
Het was voor veel mensen een eyeopener toen we in november aan deze serie begonnen: dat er ruim een miljoen ouderen met een migratieachtergrond zijn in Nederland. Een groot getal én daarom ook meteen abstract. Voor veel initiatieven die het RCOAK ondersteunt zijn deze oudere migranten hun concrete, dagelijkse praktijk. We maakten verhalen over zeven van deze initiatieven, die er heel goed in slagen om communities van én met oudere migranten te laten opbloeien. Zo ontmoetten we de mensen achter die cijfers. Initiatiefnemers, vrijwilligers, en bovenal de ouderen zelf.
Door Rieke Schouten
Dat was steeds weer een feest. We zagen en voelden het geluk dat de initiatieven brengen. We kregen inzicht in wat er precies voor nodig is om dat voor elkaar te krijgen: het ‘juiste zetje’. In dit slotartikel zetten we de belangrijkste uitkomsten op een rij en vertelt Suzanne Kooij, directeur van het RCOAK, wat zij hieruit opmaakt.
Terug naar het begin
Het openingsartikel liet zien dat ouderen met een migratieachtergrond zich vaker en sterker eenzaam voelen dan ouderen die in Nederland zijn geboren. En dat ze te vaak worden neergezet als kwetsbaar, geïsoleerd of zorgbehoevend. Erger nog: dat ze over het hoofd worden gezien.
Daardoor zijn er drie hardnekkige blinde vlekken ontstaan. In de wetenschap, waar nauwelijks onderzoek bestaat naar de combinatie van oudere migranten en communityvorming. In media, politiek en maatschappij, waar migratie over het algemeen in termen van problemen en tekorten wordt geframed. En bij fondsen en financiers, die oudere migranten nog te gemakkelijk als kwetsbare doelgroep zien en daardoor de focus leggen op zorg en hulp op individueel niveau, in plaats van op kracht en maatschappelijke betekenis.
De initiatieven die het RCOAK ondersteunt laten zien dat het echt anders kan. Dat oudere migranten daar graag aan deelnemen, dat ze daar zelf veel geluk aan ontlenen, en dat hun betekenis voor de omgeving groeit. Er schuilt een enorm maatschappelijk potentieel in deze groep. Dat potentieel onbenut laten is een gemiste kans, voor iedereen.
Je hebt nog een naam
Wat eigenlijk heel bijzonder is: in de gesprekken met de ouderen bij de initiatieven ging het nauwelijks over kwetsbaarheid, ellende of eenzaamheid. Dat die in hun leven zeker een rol spelen hoorden we van de initiatiefnemers. Maar de ouderen zelf straalden. Ze vertelden over plezier, verbondenheid, voldoening.
Wie de verhalen terugleest, ziet dat de betekenis van de initiatieven op allerlei manieren beleefd en verwoord wordt. Met als kern: je leeft weer op. Je bent er. Groepsbegeleider Bianca verwoordde dat mooi in het verhaal over de OBA: “Je wordt herkend, je hebt nog een naam. Men weet wat er met je aan de hand is.”
Caption
Verbinding die verder reikt
Bij veel initiatieven is er ook impact buiten de bijeenkomsten. Mensen die elkaar eerst voorbijliepen, groeten elkaar nu op straat. Ze spreken af. Er ontstaan nieuwe communities. Wanneer het gaat om mensen met verschillende culturele achtergronden helpt dit bovendien om vooroordelen te verminderen. Dat doet iets met een buurt, het vergroot de medemenselijkheid.
Bij sommige initiatieven is die impact op de buurt of wijk extra groot. De filmpjes van Stadsreporters versterken aantoonbaar de verbinding in de buurt en geven buurtbewoners een positievere blik op hun eigen leefomgeving. Ze voelen meer motivatie om iets te doen, om samen problemen aan te pakken. De community van De emigratie generatie brengt gastlessen naar Utrechtse scholen. Kinderen leren er interviewen, horen over andere landen en de geschiedenis van migratie, en leren zo ook over hun eigen achtergrond.
Het is in de kern heel eenvoudig: als oudere migranten wél worden gezien, actief mee gaan doen en als communities zich ontwikkelen, groeit hun betekenis voor elkaar en voor anderen. Dan wordt hun sociaal kapitaal benut.
Het juiste zetje
In het openingsartikel werd al het belang van het juiste zetje benoemd: dat specifieke duwtje waardoor oudere migranten uit hun isolement kunnen komen. Bij de zeven initiatieven gingen we steeds op zoek naar hoe dat zetje er bij hen uitziet. In de serie verzamelden we zo een hele reeks van die duwtjes. Met een grote diversiteit, van innerlijke houding tot praktische randvoorwaarden.
Wat we vooral ontdekten: al deze initiatieven komen voort uit een kloppend hart, er is een grote persoonlijke betrokkenheid en dat vóelen deelnemers. Dat zorgt voor een innerlijke houding waardoor deze ouderen met een migratieachtergrond echt worden gezien en waarbij gelijkwaardigheid een bijna vanzelfsprekend uitgangspunt is. Er is daarbij de intentie om allemaal (team, vrijwilligers, deelnemers) met elkaar de verbinding aan te gaan, om het ‘gewoon’ samen goed te hebben. Zo bouw je stap voor stap aan een community en dat is zoveel meer dan een project realiseren.
Tatiana de la Fuente van Sfera geeft hier woorden aan: “Ieder mens is een mysterie voor mij, krachtig, kwetsbaar, gelijkwaardig en nooit volledig in te vullen”. En dat vertaalt zich in haar werkwijze: “In plaats van uit te gaan van aannames, werk ik vanuit continu afstemmen en navragen. Door behoeften niet vooraf in te vullen maar daarnaar te vragen, ontstaat er ruimte voor oprechte verbinding”. Jannekee Jansen op de Haar van De Jungle (thuishaven van Sfera) laat zien dat deze houding in de visie verankerd is: “Wij werken vanuit diep respect voor de mensen die komen en geven de vrouwen de kans om zelf regie te pakken. Zeker migrantenvrouwen krijgen vaak te horen of te voelen dat ze toch wat minder zijn. Omdat ze de taal niet spreken, of omdat ze geen of weinig opleiding hebben gehad. Ik vind dat we daarvan af moeten.”
Ook bij Het Danspaleis is heel duidelijk hoe dat kloppende hart doorwerkt in de activiteit, op de dansvloer in dit geval. Initiatiefneemster Suna Duijf: “Iedereen hoort erbij, iedereen wordt gezien. Je zet een toon waardoor het duidelijk is: dit is een plek waar iedereen veilig is en mag zijn wie die is. En ja, dan ontstaat er een sfeer waar je zoveel energie van krijgt.”
Elementen in de vormgeving van de aanpak die vaak terugkomen zijn culturele veiligheid en onderlinge herkenning, bijvoorbeeld bij de Kopi Kecil-groep groep voor Indische ouderen van Samen tegen Eenzaamheid. Daarnaast co-creatie, zodat mensen niet deelnemers zíjn maar mede-eigenaars. En continuïteit, zodat ouderen genoeg vertrouwen krijgen om zich echt te verbinden.
In randvoorwaardelijke zin is het essentieel dat het initiatief gedragen wordt door een team dat alles in huis heeft: het ‘vakmanschap’ om een geweldige methodiek te ontwikkelen, sociale vaardigheden en toegang tot de doelgroep. Dat zien we heel duidelijk bij de UP!-groepsgesprekken in Amsterdam Nieuw-West. Groepsbegeleider Ayse, zelf uit de wijk, kende veel vrouwen al. Ze zegt over haar samenwerking met initiatiefneemster Öznur Acar: “Zonder haar had ik het niet gedurfd. Zij heeft mij geholpen en ik heb een training gevolgd bij UP!”
Caption
‘Liefde is het fondament’
Als directeur van het RCOAK gaf Suzanne Kooij de opdracht voor deze artikelenreeks. Ze deed dat vanuit een overtuiging dat het fonds een omslag moet maken, en omdat het RCOAK daar ook andere fondsen en gemeenten bij wil betrekken.
“Het valt me op dat het in de verhalen zoveel gaat over het belang van gezíen worden”, zegt ze. “In onze cultuur staan economische waarde en individuele prestatie centraal. Daardoor worden ouderen minder gezien en minder gehoord, ze voldoen niet aan allerlei impliciete maatstaven die wij er in onze maatschappij op nahouden. Ik ben bang dat dit voor migrantenouderen nog sterker geldt, want zij bewegen zich vaak buiten het gezichtsveld van welzijnsorganisaties en gemeenten. Het past bij het RCOAK om zich dan juist voor hen in te zetten, en om anderen daartoe te bewegen.”
Suzanne herkent sterk het belang van intrinsieke motivatie als basis. Het RCOAK is gehuisvest in een hofje met de naam ‘Liefde is het fondament’ in Amsterdam. En dat is het precies, zegt ze: “Achter alle succesvolle initiatieven voor en met oudere migranten staan initiatiefnemers die heel gedreven zijn voor de doelgroep en echt samen met hen willen optrekken. En dat niet even, maar jarenlang.”
Deze bevindingen zouden fondsen en gemeenten een duidelijke richting kunnen bieden. “We moeten initiatieven als deze met elkaar stutten, en de initiatiefnemers ondersteunen, want zij zijn essentieel voor de samenhang in onze buurten en wijken. Als fondsen kunnen we een initiatief helpen om tot bloei te komen: een eerste investering, ruimte om te groeien. Voor de verdere continuïteit zijn zowel fondsen als gemeenten onmisbaar.”
De pioniers uit deze serie zijn inmiddels ook de experts. Ze weten wat werkt, hebben het bewezen, en kunnen anderen op weg helpen. “Ik zou gemeenten en andere fondsen willen oproepen om die kennis te benutten, in plaats van steeds opnieuw te beginnen met vaak te generieke welzijnsprogramma’s die de doelgroep nauwelijks bereiken. Wat mij betreft moeten we het anders inrichten, in het belang van de oudere migranten en onze lokale gemeenschappen. De initiatieven die mét de doelgroep opgezet zijn en die hebben bewezen hen echt te bereiken, die dat juiste zetje kunnen bieden, zouden meer bij de ontwikkeling van beleid betrokken moeten worden én een meer structurele vorm van financiering moeten ontvangen, mijns inziens. In sommige gemeentes wordt hier overigens al aan gewerkt.”
Suzanne vindt dat vermogensfondsen zoals het RCOAK ook de hand in eigen boezem moeten steken. “Het RCOAK heeft een geschiedenis van ruim 420 jaar, lange tijd vooral gericht op ouderen met een Nederlandse achtergrond. Toen het kwartje viel dat er zo veel ouderen zijn met een migratieachtergrond, keken we eerst vooral naar hun problemen. Vervolgens lieten een aantal impactvolle initiatieven ons inzien wat een kracht en maatschappelijk potentieel er eigenlijk in deze ouderen zit. Dat was voor ons een nieuwe invalshoek! We hadden wat in te halen, en dat geldt ook voor collegafondsen, daar ben ik van overtuigd.”
Voor het RCOAK stopt het hier niet. Het fonds gaat door met het ondersteunen van initiatieven gericht op oudere migranten. En de reeks artikelen krijgt een vervolg: in het voorjaar van 2027 organiseert het RCOAK een werk- en inspiratiesessie voor professionals van welzijnsorganisaties, buurthuizen en gemeenten met hart voor oudere migranten. Samen met de hoofdpersonen uit de zeven verhalen: initiatiefnemers, vrijwilligers en de ouderen zelf.
Suzanne Kooij besluit: “Ik kan me er nu al op verheugen om een aantal van deze inspirerende en wereldwijze ouderen in de spotlights te zetten.”
Caption
AD, mei 2026
Een verzorgingshuis, speciaal voor Indisch-Molukse ouderen. Dat is de vurige wens van de Woerdense stichting Sinar Maluku. In Bussum staat al een tehuis waar deze ouderen zich, na jarenlange trauma’s, in hun laatste levensfase weer senang kunnen voelen: Nusantara. En daar voelt, proeft en ruikt álles Indonesisch. „Bij binnenkomst vroeg mijn tante: zijn we nou met het vliegtuig of met de auto?”
Door René Cazander
De moeder van ‘tante’ Irene Merks knapte helemaal op toen zij in Nusantara terecht kwam. Zij had 24 uur zorg nodig en kon niet meer thuis blijven. De sfeer, de taal, de aandacht. Ze waren daar allemaal heel lief voor haar, vertelt de 74-jarige Woerdense. „Mijn moeder was niet zo knuffelig, maar daar knuffelde ze zelfs met de broeders. Ze kwam weer tot leven.”
De 79-jarige Augustien Lukulima (ook wel bekend als ‘tante’ Outje) was eveneens direct verkocht, toen ze samen met een tante, voor wie de Woerdense geruime tijd mantelzorger was, een kennismakingsbezoekje bracht aan de vestiging van verzorgingshuis Nusantara in Bussum.
„De schuifdeuren gingen open, mijn tante keek naar binnen. Ze keek naar mij, keek weer naar binnen en toen weer naar mij en ze zei toen: zijn we nou met het vliegtuig of met de auto?”
Alles is Indonesisch. „Je komt binnen, de muziek, de geur van kruiden, het interieur, je wordt aangesproken in het Maleis. Ze werd met open armen ontvangen. Of ze daar al jaren zit. We waren daar maar twee uurtjes, ze werd beetgepakt, aangesproken met ‘tante’ en haar werd verteld dat ze hier zelf haar favoriete rica-rica mocht maken. Die gastvrijheid. Ze kennen daar onze achtergrond.”
Negen jaar gewoond in Kamp Singel
Nusantara is, mocht dat nog niet duidelijk zijn, geen doorsnee verzorgingshuis. Maar een plek waar de Indisch-Molukse ouderen zich in hun laatste jaren weer op hun gemak (senang) kunnen voelen.
We praten dan over de ouderen van de eerste generatie uit de Indonesische archipel, die rond 1951 in Nederland aankwamen en in kampen werden gehuisvest. Onder meer in Woerden (Kamp Kazerne, Kamp Utrechtsestraatweg en Kamp Singel). Deze verhuizing vond 75 jaar geleden plaats.
De ouders van Irene Merks hebben negen jaar in Kamp Singel gewoond, voordat ze in Woerden naar een ‘stenen’ huis verkasten. De opvang, huisvesting en zorg voor de bewoners van dergelijke kampen waren destijds zeer erbarmelijk. Deze groep verdient in hun laatste jaren dan ook een warmere aanpak, meent de Woerdense stichting Sinar Maluku.
Onze excuses
Helaas kunnen wij deze social post, liveblog of anders niet tonen omdat het één of meerdere social media-elementen bevat. Aanvaard de social media-cookies om deze inhoud alsnog te tonen.
Nusantara, dat in het Nederlands archipel betekent, kan daarbij helpen door het bieden van dagopvang/-besteding en in het meest ideale geval door bijvoorbeeld een dependance te openen in Woerden. De ultieme wens van beide partijen.
Het verzorgingshuis voor Indische en Molukse ouderen heeft nu twee vestigingen: eentje in Bussum (Patria) en eentje in Ugchelen (Rumah Saya), bij Apeldoorn. Hier wonen 150 ouderen, afkomstig uit het hele land. Beide vestigingen kampen met een wachtlijst, die steeds langer wordt, vertelt Wilbert de Haan Westerveld, lid van de Raad van Bestuur van Nusantara.
Het fenomeen ‘Indisch zwijgen’
Dat in Woerden een dependance komt, is gezien het huidige landelijke beleid, de komende jaren echter niet realistisch, daar is hij eerlijk over. „Er mogen geen bedden meer bijkomen. De overheid wil dat de ouderen zolang mogelijk thuis blijven wonen. Bovendien is er niet zomaar een locatie beschikbaar,” tempert hij alle verwachtingen. Maar de hulp kan ook op andere manieren, benadrukt hij.
Bijvoorbeeld door de mantelzorgers in de Molukse en Indische gemeenschap - meestal de oudste (schoon)dochter - bij te staan met kennis en advies, zodat die het beter aan kunnen. En de grens van hun kunnen beter aangeven. Om haar kennis te delen heeft het verzorgingshuis twee speciale medewerkers in dienst, die in gesprek gaan met de families waar de ouderen nog thuis wonen om te horen wat speelt en waar behoefte aan is, legt De Haan Westerveld uit.
Angela Manuputty, stichting Sinar Maluku: "Mantelzorg in de Indische en Molukse gemeenschap gaat veel verder en is veel zwaarder dan het traditionele Nederlandse begrip van mantelzorg. Voor veel Indische en Molukse ouderen is de weg naar een verpleeghuis geplaveid met pijn, plichtsbesef en onverwerkt verdriet. De trauma’s van de oorlog en de gedwongen verhuizing stopten de eerste generatie diep weg om de kinderen niet te belasten. Een fenomeen dat bekend staat als het ‘Indisch zwijgen’."
Gevoel gefaald te hebben
Angela Manuputty van de stichting Sinar Maluku: "Vanuit onze cultuur en gewoonten ligt er bij de familie een grote verantwoordelijkheid voor de zorg voor onze ouderen. Onze ‘balas orang tua punja tjapai’ (zorgplicht) gaat daarbij véél verder dan wat het Zorgkantoor en WMO verstaat onder mantelzorg. Deze zorgplicht is traditioneel belegd bij de oudste (schoon-)dochter.”
„De ongeschreven wet is dat zij zich volledig wegcijfert om de ouders te verzorgen. Maar zij wordt hierbij veelal geconfronteerd met dementie in combinatie met meerdere trauma’s, opgedaan in de periode van nog voor de Tweede Wereldoorlog tot en met het recente verleden.”
Caption
Maar de stap om de ouders dan naar een verzorgingshuis te sturen, is heel groot. Wanneer het thuis echt niet meer gaat - bijvoorbeeld na een valpartij en als er 24-uurszorg nodig is - voelen kinderen vaak een immens schuldgevoel. Een gevoel gefaald te hebben en de ouders in de steek gelaten te hebben. De 74-jarige Merks kan hierover meepraten, vertelt ze. „Ik vond het moeilijk mijn ouders los te laten. Zij hebben tenslotte voor ons gezorgd. En dan wil je ze het liefst thuis houden totdat ze hun hoofd neerleggen.’’
Alle zintuigen worden getriggerd
De drempel om professionele hulp te zoeken is voor de eerste generatie Molukse ouderen die naar ons land is gekomen, torenhoog. Wanneer dementie toeslaat, vallen de remmen weg. „Doordat je licht gaat dementeren heb je die controle niet meer en dan komen de trauma’s eruit,” legt De Haan Westerveld uit. In een regulier Nederlands verpleeghuis leidt dit vaak tot onbegrip.
Om deze getraumatiseerde groep gespecialiseerde zorg en een veilige haven te geven, is meer nodig dan alleen wat Indische kleedjes aan de muur hangen, benadrukt het lid van de Raad van Bestuur van Nusantara. Zijn beide verzorgingshuizen zijn volledig doordrenkt van de adat (de oosterse gedragsvormen en tradities).
Vaak ontdekken ze dat ze een pela hebben, een diep gewortelde broederschap tussen bepaalde dorpen of eilanden
Wilbert de Haan Westerveld: "Zestig procent van het personeel heeft een link met Nederlands-Indië of de Molukken en velen spreken nog Maleis. Bij binnenkomst worden al je zintuigen getriggerd. Respect is de absolute basis: je noemt bewoners ‘oom’ of ‘tante’. Daarnaast is eten de grote verbinder. De geur van Indonesisch eten komt je al tegemoet wanneer je ‘s ochtends een van de twee vestigingen van Nusantara binnenkomt.”
Koken met sterren
Bij Nusantara wordt zeven dagen per week vers en kruidig gekookt. „Bewoners kunnen kiezen tussen Indonesisch en Nederlands eten. Tijdens de activiteit ‘Koken met sterren’ mogen bewoners samen met hun familie en de kok voor alle bewoners hun specifieke familierecepten bereiden. Dit eten ze dan met zijn allen op.”
De Haan Westerveld zet de geur van de Indonesische keuken zelfs wel eens ‘strategisch’ in: „Als ik belangrijke beslissingen in huis moet nemen met externe partijen, nodig ik ze om 11 uur ’s ochtends uit. Dan wordt volop gekookt. Vervolgens eten we samen met mijn gasten tussen de bewoners. Dan zie je ze smelten.”
Het valt hem elke keer weer op dat iets bijzonders gebeurt op het moment dat bewoners elkaar voor ’t eerst ontmoeten. „Ze stellen elkaar dan vaak direct de vraag van wel dorp ze komen en met welke boot zij zijn gekomen. Vaak ontdekken ze dat ze een pela hebben, een diep gewortelde broederschap tussen bepaalde dorpen of eilanden.“
Regulier verzorgingshuis geen optie
Tot slot nog even terug naar de 69-jarige tante Outje. De Woerdense zorgt al drie jaar thuis 24 uur per dag voor haar 86-jarige echtgenoot Lodewij. Hij heedt COPD en psychische oorlogstrauma’s. Tante Outje staat continu ‘aan’, legt ze uit. „Ik ben lichamelijk niet moe, maar hier in mijn hoofd ben ik moe. Ik kan niet slapen,” vertelt ze geëmotioneerd.
Haar man in een regulier Nederlands verzorgingshuis plaatsen is voor haar absoluut geen optie. Ook zij zelf wil dat later onder geen beding. „Dan verzorg ik hem liever zelf tot mijn dood toe. Ik ga hem niet dáár stoppen,” zegt ze stellig. „Hij zou daar doodongelukkig worden.” Haar enige hoop is een plekje in Nusantara. Dan weet ze zeker dat Lodewijk begrepen wordt en ‘thuis’ is.
Caption
Overheid investeert miljoenen in woonvormen voor senioren
https://www.nul20.nl/overheid-investeert-miljoenen-woonvormen-voor-senioren, mei 2026
Vanwege het groeiende aantal ouderen investeert het kabinet €120 miljoen in nieuwe woonvormen voor ouderen. Een deel van de subsidieregeling is bedoeld voor de bouw van woningen en ontmoetingsruimten. Het andere deel gaat naar het 'zorggeschikt' maken van woningen.
Het kabinet heeft de ambitie om tot en met 2030 in totaal 290.000 extra ouderenwoningen te realiseren. Hierbij is ook de gedachte dat dit de doorstroming op de woningmarkt verbeterd, zodat meer woningen beschikbaar komen voor andere woningzoekenden.
Ontmoetingsruimte voor ouderen
Vanaf 18 mei stelt de overheid €40 miljoen beschikbaar in 2026 via de Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten in Ouderenhuisvesting (SOO). Met deze regeling kunnen gedeelde ruimten worden gebouw in geclusterde woonvormen voor ouderen. De regeling is bedoeld voor woningcorporaties, marktpartijen, zorginstellingen en burgerinitiatieven.
De vraag naar nieuwe woonvormen voor ouderen is groot. Zo staan duizenden mensen op de wachtlijst van Stichting Knarrenhof, verspreid over 342 gemeenten. Ook in de MRA is behoefte aan gezamenlijke woonvormen voor ouderen bleek uit de verkiezingsprogramma's eerder dit jaar. Aan de Zwemmerslaan in Haarlem wordt door HBB groep een toekomstbestendige wijk gerealiseerd waarin wordt samengewerkt met Stichting Knarrenhof. Ook is in Landsmeer recent een groep bewoners opgestaan met het initiatief om een Knarrenhof te realiseren.
Zorggeschikte woningen
De overige €80 miljoen gaat naar woningen waar bewoners intensievere zorg kunnen ontvangen, zoals mensen met dementie. Met de Stimuleringsregeling Zorggeschikte woningen (SZGW) kunnen woningcorporaties en zorgorganisaties woningen bouwen of verbouwen zodat ze geschikt zijn voor extra zorgverlening. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om voldoende ruimte voor de draaicirkel van een rolstoel. (DB)
Werelds wonen, op excursie in Den Haag
cooplink, mei 2026
Half maart trok een gemêleerd gezelschap door Den Haag om twee bijzondere woongemeenschappen te bezoeken: de Chinese woongroep Fook Sau en de Surinaams-Creoolse groep Stanfasti. De excursie werd georganiseerd door Yvonne Witter van ZorgSaamWonen en Bernard Smits van Cooplink in samenwerking met Centrum Groepswonen Den Haag.
Fook Sau: communiceren in eigen taal
Allereerst werd de groep hartelijk ontvangen bij Fook Sau. Liesbeth Janson, directeur van Centrum Groepswonen, vertelde dat Den Haag maar liefst 46 woongemeenschappen telt, waarvan een derde cultuursensitief is. Er is een tolk nodig om met de bewoners van Fook Sau in gesprek te kunnen. Omdat ze geen Nederlands spreken heeft Centrum Groepswonen een aantal workshops vertaald in het Chinees, denk aan het besturen van de gemeenschap of het vinden van nieuwe bewoners. Ook heeft Centrum Groepswonen Fook Sau een vertaalapparaat in bruikleen gegeven en een vertaalknop Mandarijn en Kantonees op de eigen website opgenomen.
Het belang van variatie in leeftijd
Ouderen vinden het fijn om met anderen te wonen die hun taal en cultuur delen, vertelt Harry Moeskops van WoonSaem, het kenniscentrum gemeenschappelijk wonen voor oudere migranten. Hij adviseert wel om aandacht te geven aan variatie in leeftijden. Dat maakt de woongemeenschap ook op de lange duur aantrekkelijk voor de 55+-ers die instappen.
Stanfasti: gezelligheid en verbinding
Vervolgens ging het gezelschap op weg naar Stanfasti, een woongemeenschap van dertig alleenstaande Surinaams-Creoolse vrouwen, waar de groep werd ontvangen met zelfgemaakte loempia’s. Bij Stanfasti draait alles om gezelligheid en verbinding. Hun wekelijkse bingo trekt niet alleen bewoners, maar ook gasten van buiten. Penningmeester Gerda de Bruin, al 23 jaar bewoner, vertelde dat de groep weinig verloop kent en iedereen het naar zijn zin heeft. Ze willen wel meer organiseren maar subsidieaanvragen worden vaak afgewezen. Dat weerhoudt de dames er niet van om met Keti Koti, Moederdag en kerst de boel op te fleuren.
Benieuwd naar het hele verhaal?
https://www.cooplink.nl/wp-content/uploads/2026/04/20260319-Excursie-Den-Haag.pdf
WoonSaem, februari 2026
Wendela Gronthoud van WoonSaem schreef een boek over Indische ouderen. Op 30 januari jl. werd het eerste exemplaar overhandigd aan wethouder Alexander Scholtes.
Beschrijving
Na de Tweede Wereldoorlog kwamen naar schatting driehonderdduizend Indische Nederlanders naar Nederland.
Geboren in het voormalige Nederlands-Indië, thans Indonesië, kenden de meesten Nederland alleen uit schoolboeken – het onbekende Nederland. Ze arriveerden met schepen als de Johan van Oldenbarnevelt en de Sibajak, beladen met herinneringen aan de Japanse bezetting, de Bersiap en de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog – in Nederland destijds aangeduid als ‘politionele acties’ – en het gedwongen vertrek dat ‘repatriëring’ werd genoemd.
Velen van hen probeerden een nieuwe start te maken in het ‘licht, lucht en ruimte’ van de Westelijke Tuinsteden van Amsterdam. Is het ze gelukt? Zijn er nog sporen van hun verhalen te vinden? Werd ‘Holland’ thuis, of bleef het ‘huis’?
De auteur van Landverhuizers rond de Sloterplas – Levensreizen van Indische ouderen in Amsterdam Nieuw-West werd als enige uit het gezin in Nederland geboren. Ze groeide op met de herinneringen aan ‘daar’ – uitgesproken én onuitgesproken – en woont inmiddels meer dan twintig jaar in Amsterdam Nieuw-West. Voor deze publicatie ging zij op zoek naar de verhalen van die eerste generatie.
In deze publicatie staan de verhalen van mensen centraal. Voor wie meer wil weten over de achtergrond van de hoofdpersonen – bijvoorbeeld waarom ‘Indisch’ niet hetzelfde is als Indonesisch – is extra informatie opgenomen. Ook de recent aangenomen ‘spreidingswet’ blijkt geen nieuwe uitvinding: al in de jaren vijftig werden Indische Nederlanders verspreid over ‘contractpensions’ en ‘woonorden’, vaak zonder enig idee waar ze terecht zouden komen. Heimwee en de pijn van ontheemding zijn belangrijke thema’s, maar ook de veerkracht om opnieuw te beginnen in een onbekend land.
Lezen en bestellen

Gratis downloaden (PDF): tinyurl.com/Landverhuizers
Papieren boek bestellen: https://www.boekenbestellen.nl/boek/landverhuizers-rond-de-sloterplas/9789465333014 (U betaalt enkel de druk- en verzendkosten)
Opening woongemeenschap House of Harmony: ‘Hier voelen we ons fijn en veilig’
WoonSaem, december 2025
Overal ligt nog zand en zijn er wegversperringen, maar het kloeke gebouw aan de Pampuslaan maakt veel goed. In een wooncomplex met zes verdiepingen heeft woningcorporatie de Alliantie twintig woningen bestemd voor de woongemeenschap House of Harmony, een initiatief van Akwaaba Zorg.[1]
In de woongemeenschap, die naast de twintig woningen ook beschikt over een algemene ruimte, namen eind september ouderen van Afrikaanse afkomst hun intrek. Op 8 december was de feestelijke opening: de algemene ruimte barstte bijna uit haar voegen. Niet omdat die zo klein was – een oppervlakte van 70 m2 biedt voldoende mogelijkheden aan een bewonersgroep van deze omvang– maar vanwege het grote aantal belangstellenden dat op de opening afkwam. En dat waren niet alleen de bewoners.
Met House of Harmony is Amsterdam een primeur rijker: de eerste woongemeenschap voor Afrikaanse ouderen. Een bijzondere dag waar Doris Vidda en Andy Simpe, de leiding van Akwaaba Zorg, met hun team tien jaar naartoe hadden gewerkt. Hun stralende gezichten zeiden genoeg. Als de moed hen in de schoenen dreigde te zakken, konden ze altijd terugvallen op de adviezen en bemoedigende woorden van Harry Moeskops van WoonSaem.
Anne Oosterbaan, directeur van de Alliantie, trapte de bijeenkomst af: “Met House of Harmony willen we de bewoners niet alleen een huis, maar vooral een thuis bieden. Het gaat om passend wonen.” Andy Simpe vertelde dat Akwaaba Zorg er vooral wil zijn voor kwetsbare mensen die in de marge van de samenleving leven. “We zijn een community en House of Harmony is daar een voorbeeld van. Zonder de hulp van onze samenwerkingspartners was dat nooit gelukt.” Wethouder Alexander Scholtes benadrukte het belang dat ouderen met een zorgbehoefte, ook zelfstandig en goed moeten wonen. “Deze woongemeenschap is een belangrijke toevoeging aan het inclusieve woningaanbod in deze stad.” De gemeente droeg bij aan de inrichting van de algemene ruimte. Hij hoopte wel dat de algemene ruimte, die nu nog wit en kaal was, meer kleur zou krijgen. Als het aan Akwaaba Zorg ligt, zal dat zeker gebeuren. De organisatie blijft zorg en begeleiding bieden aan de bewoners. Het organiseren van activiteiten in de algemene ruimte is daarvan een onderdeel.
Maar het welbevinden van de bewoners, een gevoel van thuis, staat op de eerste plaats. Met dank aan Fundatie Van den Santheuvel, Sobbe die bijdroeg aan de basisinrichting van een aantal woningen, is dat ook gelukt. Veel indruk maakten de woorden van bewoonster Suzy toen ze vertelde hoe blij zij en alle bewoners waren om in dit complex te mogen wonen: “Hier voelen we ons fijn en secure, veilig.” Wel hoopte ze dat snel een vuilcontainer voor de deur zou komen. Zo’n bescheiden wens moet toch vervuld kunnen worden.
[1] https://akwaabazorg.nl/ Zorg met een warm hart voor iedereen
Onderzoek naar kunst en cultuur voor oudere migranten
https://www.beteroud.nl/tips-tools/tips/onderzoek-kunst-cultuur-oudere-migranten?utm_medium=email, december 2025
Leyden Academy on Vitality & Ageing onderzocht welke kunstactiviteiten zijn ontwikkeld voor oudere migranten, hoe kunstenaars deze doelgroep bereiken en de behoeften en ervaringen van oudere deelnemers.
Onderzoek toont aan dat kunst en cultuur ouderen positieve gevoelens, verbinding en uitdaging brengt. Kunstactiviteiten stimuleren lichaam en geest. Voor oudere migranten is daarnaast vooral de verbinding met erfgoed, tradities, creatieve activiteiten en symbolen uit hun land van herkomst waardevol.
Drempels
Ouderen met een migratieachtergrond ervaren wel specifieke drempels. Deze drempels variëren van verschillende ideeën over het begrip 'kunst', tot de taalbarrière. Publiekelijk optreden is niet voor iedere oudere belangrijk en soms een drempel. Verbinding, samen zijn en creatieve expressie zijn voor velen belangrijker.
Sleutelfiguren
Sleutelfiguren spelen een belangrijke rol om ouderen met een migratieachtergrond te betrekken bij kunstactiviteiten. Zij, vaak vrijwilligers of professionals met kennis van taal en cultuur, zijn cruciaal bij het overbruggen van de kloof tussen verschillende werelden, zoals zelforganisaties (migrantenorganisaties), kunstenaars, culturele organisaties en zorg- en welzijnsorganisaties en de oudere migranten.
Flexibel kunstbegrip
De aanbeveling van het onderzoek: een laagdrempelige, cultuursensitieve benadering is noodzakelijk en het kunstbegrip moet flexibel zijn om diverse vormen van creativiteit te omvatten en activiteiten in co-creatievorm te geven. ‘Dit vraagt van kunstenaars, fondsen en culturele organisaties dat zij open staan om te leren van zelforganisaties en sociaalcultureel werk als het gaat om het bereiken van ouderen met een migratieachtergrond en het op de juiste manier afstemmen van hun aanbod. Om de waarde van kunstinitiatieven te maximaliseren, moet er verdere inspanning worden geleverd om drempels weg te nemen en bruggen te slaan tussen verschillende artistieke en sociale professionals, oudere migranten zelf, hun bredere netwerk, gemeenschappen en disciplines.’
5 tips
1. Speel in op cultuur en erfgoed
Migranten-ouderen waarderen kunst en creativiteit om dezelfde redenen als andere ouderen: positiviteit, uitdaging en verbinding en de impact ervan op het mentale en fysieke welzijn. Maar zij hechten ook veel waarde aan cultuur en erfgoed. Speel daarop in met cultuurspecifieke en cultuursensitieve activiteiten. Denk aan verhalen, liedjes en handwerk en aan ambachten, rituelen en activiteiten die verbinding maken met het thuisland, zoals koken en eten, en aan het doorgeven van tradities aan jongere generaties.
2. Maak gebruik van plaatsen waar de doelgroep al komt
Integreer kunst en cultuur op plekken waar oudere migranten al graag komen. Het thuis en zich veilig voelen zijn voor hen belangrijke randvoorwaarden voor deelname.
3. Bied ook nieuwe activiteiten aan
Oudere migranten hebben vaak geen idee van het kunst- en cultuuraanbod en wat mogelijk is. Wanneer ze dat zelf ervaren, kunnen ze beoordelen of ze daar talent voor hebben, het leuk vinden of nooit meer willen doen.
4. Werk samen met migranten- en welzijnsorganisaties
Voor kunstenaars kan het moeilijk zijn om deze groepen te bereiken, omdat ze niet ingebed zijn in de gemeenschap van migranten. Ook kennen zij het terrein van welzijn niet altijd, terwijl welzijnswerkers vaak een schat aan kennis hebben om mensen te werven voor activiteiten. Hetzelfde geldt voor migrantenorganisaties. Werf samen, en belangrijker nog, ontwikkel samen met hen cultuur- en kunstactiviteiten. Co-creatie is de sleutel! 5. Leg focus op ‘doen’ Leg niet te veel de nadruk op het rationeel en cognitief onderbouwen en geven van informatie, maar eerder op doen, voordoen en meedoen. Zo kunnen mensen de waarde van kunst en creativiteit gemakkelijker zelf ervaren. Bekijk het volledige onderzoek: Kunstbeoefening onder ouderen met een migratieachtergrond.
Lees meer: https://www.beteroud.nl/tips-tools/tips/onderzoek-kunst-cultuur-oudere-migranten?utm_medium=email
Shahnaz Shahbazi, de oprichtster van Andishe!
WoonSaem, juni 2025
De multiculturele Stichting Andishe (“Andishe”) is in mei 2003 in Amsterdam Noord opgericht door Shahnaz Shahbazi. De naam “Andishe” betekent “verder denken dan” in het Farsi en weerspiegelt het doel van de stichting: het creëren van betekenisvolle verbindingen en het bevorderen van ieders welzijn. Andishe bestaat al sinds 2003 en draait uitsluitend op de inzet van onbetaalde vrijwilligers, inclusief het bestuur en de oprichtster.
Hoe is Andishe in het leven geroepen?
Oorspronkelijk richtte Andishe zich op het ondersteunen van Iraniërs in Nederland die zich geïsoleerd voelden. Dankzij de inzet van vele vrijwilligers van andere culturen groeide de stichting uit tot een ontmoetingsplek voor alle buurtbewoners en mensen uit andere delen van Amsterdam en zelfs daar buiten. De doelen van Andishe zijn voornamelijk gericht op het bieden van een huiselijke sfeer voor jong en oud en voor eenzame mensen.
Hoe kwam de Vereniging Iraanse Woongroep Andishe tot stand
Andishe koesterde al 20 jaar een droom: een woongroep (voor Iraanse of daarmee affiniteit hebbende 55-plussers – zowel mannen als vrouwen) . Dat werd in 2020 werkelijkheid. Noodzakelijk was daarvoor het oprichten van de vereniging.
Wie wonen daar?
In samenwerking met Stadgenoot en De Alliantie heeft Andishe kunnen bereiken dat de Woongroep (38 leden) allen een zelfstandige, nieuwgebouwde woning (met eigen voordeur) verdeeld over 2 gebouwen in Amsterdam Noord konden betrekken (in ruil voor hun oude woning).
Hoe gaat het met de bewoners?
De Woongroep is een hechte, blije woongroep, die lief en leed met elkaar deelt en elkaar helpt waar nodig.
Kunt een ingrijpend verhaal vertellen van een van de bewoners? Voor en na de Woongroep.
Nu er een Woongroep is kon een broer op leeftijd die woonachtig was in het zuiden van het land en dagelijks hulp en verzorging nodig heeft, hier komen wonen, naast zijn zuster die ook lid is van de woongroep. Zodoende hoeft ze nu niet meer 3 x per week naar het zuiden te reizen, maar is zij nu binnen 10 stappen bij haar broer.
Wat voor activiteiten organiseert Andishe voor de bewoners?
Wekelijks worden voor uitsluitend de Woongroep (in verband met de krappe beschikbare ruimte) door Andishe twee middag/avonden met culturele en/of recreatieve en/of informatieve activiteiten georganiseerd, maar ook daguitjes, om zodoende de eenzaamheid te verminderen en verbondenheid te versterken.
Hoe wordt gebruik gemaakt van de gemeenschappelijke ruimte en waarvoor?
Om samen te kunnen koken en eten, spelletjes te doen, elkaars verjaardagen vieren, mooie maar ook ingrijpende gebeurtenissen te delen. Of voor verschillende cursussen, waar behoefte aan is.
Hoe gaat het tussen de bewoners? Kennen ze elkaar goed? Helpen ze elkaar?
De sfeer onderling is uitstekend. Waar nodig helpt men elkaar. Ze hebben altijd een goede buur die de taal verstaat er een vertrouwd gevoel ontstaat.
Zijn de bewoners tevreden/ontevreden? Waarom?
Als er al iets is, dan wordt dat meteen in de groep gegooid. Men is er als groep op gericht dingen meteen aan de kaak te stellen en er wordt altijd naar een oplossing gezocht
https://www.parool.nl/, januari 2025
Veel Amsterdamse ouderen met een migratieachtergrond voelen zich onbegrepen in de reguliere verpleegzorg en verkiezen mantelzorg. Maar hoe lang is dat houdbaar? PvdA-raadsleden Anissa Bouhassani en Igor Runderkamp pleiten ervoor om woongemeenschappen te maken voor deze ouderen – net zoals eerder in Amsterdam gebeurde.
Anissa Bouhassani en Igor Runderkamp31 januari 2025, 11:29
Beeld Arie Kievit
Kun je je voorstellen hoe het voelt om bij de dokter te zitten, ziek en kwetsbaar, maar niet in staat om te vertellen wat er aan de hand is? Je spreekt de taal niet of slechts gebrekkig, de dokter begrijpt je niet, en je bent afhankelijk van anderen om jouw pijn uit te leggen. Je voelt je machteloos, misschien zelfs onzichtbaar. Voor veel ouderen met een migratieachtergrond is dit geen voorstelling, maar de dagelijkse realiteit. Inclusieve zorg is nog geen vanzelfsprekendheid.
Dit heeft grote gevolgen. Onderzoek toont aan dat ouderen met een Turkse of Marokkaanse migratieachtergrond meer chronische gezondheidsaandoeningen (zoals overgewicht, hart-en vaatziekten en gewrichtsproblemen) hebben dan ouderen met een Surinaamse, Antilliaanse of Molukse achtergrond, of zonder migratieachtergrond. Het zorggebruik bij ouderen met een Turkse en Marokkaanse migratieachtergrond ligt echter fors lager.
Doolhof van aanvraagprocedures
Hier liggen meerdere redenen aan ten grondslag. De ouderen met een Turkse of Marokkaanse migratieachtergrond zijn niet bekend met alle zorgvoorzieningen, laat staan dat zij de weg kennen in het doolhof van aanvraagprocedures. Er spelen taalproblemen en de verwachting is dat de zorg te duur zal zijn. Door een ondervertegenwoordiging van deze ouderen in cliëntenraden is het zorgaanbod ook onvoldoende afgestemd op hun behoeften en wensen.
Ook in verpleeghuizen doet dit probleem zich voor, terwijl het juist hier van cruciaal belang is dat iemand waardig de laatste fase van diens leven kan ervaren. Helaas zien we bij ouderen met een migratieachtergrond dat de wensen, zowel in zorg als in de dagelijkse routine, niet worden begrepen.
Denk aan een oudere vrouw die gewend is dagelijks haar gebeden te doen, maar merkt dat hier in het ritme van het verpleegtehuis geen rekening mee wordt gehouden. Of een oudere man die alleen troost vindt in eten dat hij herkent uit zijn cultuur, maar steeds maaltijden krijgt die hij niet begrijpt of niet durft te weigeren. De angst voor deze scenario’s, die leiden tot eenzaamheid, frustratie en verslechtering van de (mentale) gezondheid, zorgt ervoor dat veel ouderen met een migratieachtergrond de stap naar een verzorgingstehuis of begeleide woning niet durven maken.
Voorkeur voor mantelzorg
Het is dan ook niet vreemd dat ouderen met een Turkse of Marokkaanse migratieachtergrond, net zoals ouderen zonder migratieachtergrond, de voorkeur geven aan mantelzorg. Met de vergrijzing is het echter de vraag of de nieuwe generatie Nederlanders met een migratieachtergrond dezelfde mantelzorg kunnen blijven verlenen, naast hun werk, studie en een gezin.
De oplossing hiervoor is het realiseren van woongemeenschappen voor ouderen met een migratieachtergrond, waar zij zich thuis voelen en waar alle ruimte is voor hun gebruiken, gewoontes en religie.
Stilstand
In Amsterdam werden vroeger regelmatig nieuwe woongemeenschappen opgericht voor ouderen met een migratieachtergrond, maar die ontwikkeling is grotendeels tot stilstand gekomen. Zo werden er onder andere woongemeenschappen gerealiseerd voor senioren met een Chinese, Hindoestaanse, Turkse en Antilliaanse achtergrond, bijna allemaal gefaciliteerd door woningbouwcorporaties.
Voor ouderenhuisvesting zet de gemeente nu in op Lang Leven Thuisflats. Dit zijn bestaande wooncomplexen, waar vitale en minder vitale ouderen door bouwkundige aanpassingen zo lang mogelijk thuis kunnen wonen.
Complete wijken
Ook in de toekomst zouden ouderen met een migratieachtergrond geclusterd moeten kunnen samenwonen. Vorige week heeft de gemeenteraad het voorstel van de PvdA aangenomen om ook in de Lang Leven Thuisflats ruimte te creëren om ouderen met een migratieachtergrond geclusterd te laten samenwonen.
De stad verdicht en in ieder stadsdeel wordt hard gewerkt aan ‘complete wijken’, waar Amsterdammers op een gezonde en sociale manier leven en oud worden. Ouderenhuisvesting voor ouderen met een migratieachtergrond is daarin een belangrijk onderdeel. Het streven is passende ouderenhuisvesting voor alle Amsterdammers, zodat eenieder kan genieten van een fijne oude dag.
april 2024
De woongemeenschap Manara is helemaal gesetteld vooral nu er gebruik wordt gemaakt van de gemeenschappelijke ruimte. Het is Ramadan en elke vrijdag komen de bewoners bij elkaar voor de Iftar. Ramadan is de gezelligste maand van het jaar bij moslims. Het brengt mensen samen, een goede gelegenheid om elkaar nog beter leren kennen. Iedereen neemt wat mee voor de iftar. De tafel wordt gedekt met allerlei lekkernijen.
De bewoners houden ook contact met elkaar via groepschat op WhatsApp waarin over alles en nog wat wordt gesprokken en overlegd.
Het doel van Vereniging Manara is hiermee bereikt. Een goede plek voor islamitische ouderen om samen oud te worden, elkaar te helpen en te steunen en aanspraak te hebben. Geen eenzaamheid en geen ouderdomsangsten meer!
Opening woongroep Manara voor Marokkaanse ouderen
www.woonsaem.nl, december 2023
Vandaag alleen maar blije gezichten. 'De bewoners hebben er lang op moeten wachten, maar dan heb je ook wat', mijmert Najia Aabid. Als begeleider van het eerste uur legde zij de basis voor wat is uitgegroeid tot de woongroep Manara aan de Wiltzanghlaan 83A in de Kolenkit buurt in Bos en Lommer. Na de pensionering van Najia Aabid nam Karima Idrissi het stokje over. Begeleiders en bewoners hebben hard gewerkt aan de totstandkoming van de woongroep. In het begin wist niet iedereen wat een woongroep was, dat het een vorm van gemeenschappelijk wonen is waarbij je woont met andere ouderen, maar toch zelfstandig blijft. In de gemeenschappelijke ruimte kunnen allerlei activiteiten georganiseerd worden. En er is een bewonersvereniging opgericht. Met elkaar hebben de bewoners de naam 'Manara' bedacht dat 'vuurtoren' betekent. Dat is wat de mensen graag willen zijn: een licht in de straat, een licht voor de omgeving. Maar de totstandkoming van een woongroep is vooral iets dat je samen doet met andere partijen: de bewoners samen met in dit geval de corporatie Eigen Haard, de gemeente, Het R.C. Maagdenhuis en WoonSaem.
Behalve de bewoners kwamen ook belangstellende buurtgenoten en familieleden naar de feestelijke opening. De bewoners hadden de gemeenschappelijke ruimte mooi versierd, de tafels stonden vol met heerlijke Marokkaanse hapjes, op de achtergrond klonk de Andalusische muziek. Natuurlijk waren er speeches van alle betrokken partijen, want naar het moment van de opening was lang uitgekeken. Harry Moeskops van WoonSaem mocht de aftrap doen. Penningmeester Tarik van Manara complimenteerde de bewoners voor hun geduld en vertrouwen. En niet te vergeten Choukri Abourida en Casper Koolmees van Eigen Haard op wie altijd een beroep kon worden gedaan, ook buiten kantoortijd! Maar de kers op de taart was toch wel het moment waarop de bewoonster Mimount Baiss - met haar 86 jaar de oudste bewoonster van Manara- het lint doorknipte.
Naast de gemeenschappelijke ruimte bestaat de woongroep uit 23 woningen die worden gehuurd van Eigen Haard. Alle woningen zijn al in gebruik genomen. Belangstellenden zijn welkom om zich aan te melden voor de wachtlijst.
Meer informatie, kunt u contact opnemen met WoonSaem
https://www.zorgsaamwonen.nl/article/hier-ben-je-nooit-alleen, november 2023
Het was een lang gekoesterde wens van Shahnaz Shahbazi: een woongroep voor Iraanse ouderen. Die wens is realiteit geworden. Sinds 2021 wonen 32 ouderen samen, verdeeld over twee locaties in Amsterdam Noord. “Het lukte ons niet om één locatie te vinden voor alle ouderen,” licht Gerda toe. Zij is als vrijwilligster betrokken bij de woongroep. “Nu hebben we twee woongroepen in twee aparte gebouwen: de één is van corporatie Stadgenoot en de ander van De Alliantie.” De totale woongroep komt twee per week bij elkaar. De grootste winst van het samenwonen is dat zij in hun moederstaal, Farsi, kunnen communiceren en hun herinneringen kunnen delen, zowel vreugdevolle als verdrietige.
De totale woongroep eet gezelllig samen, speelt spellen als bingo en (Iraans) kaarten. Ook zijn er karaoke avonden. Daarnaast komt de totale woongroep maandelijks bij elkaar om een specifiek thema te laten uitleggen door Farsi sprekende specialisten en experts over uiteenlopende thema’s als dementie, belastingen, zorgverzekering, suikerziekte, mondhygiëne, voeding.
Eenzaamheid
“We hebben hier geen neven en nichten, tantes of ooms”, vertelt bewoner Fari. “We hebben alleen landgenoten. Hoe fijn is het dat we samen kunnen wonen? Dat we onze eigen taal kunnen spreken, onze eigen waarden en normen met elkaar kunnen delen?’ Ze vertelt dat ze al veel vrienden heeft gemaakt in de woongroep. ‘Laatst moest een mede-bewoonster naar het ziekenhuis. We hebben haar gebracht en toen heeft ze ons na afloop bloemen gegeven om te bedanken.” Het gaat volgens Gerda om gezellig ouder worden, om saamhorigheid, onthaasten en plezier hebben met elkaar. De gemeenschappelijke ruimte is eigenlijk te klein voor 32 bewoners. Toch klagen ze niet want ze zijn blij met de ruimte. De woongroep is tevreden over de woonvorm. Zij hebben dit te danken aan Stichting Andishe. Shahnaz is de oprichtster van Stichting Andishe. Eén van de projecten van deze stichting is de oprichting van de woongroep. Hartsvriendin Gerda, die veel ervaring heeft met onder meer vluchtelingenwerk staat haar bij. Tijdens de diverse activiteiten van Stichting Andishe, ontdekte Shahnaz veel eenzaamheid onder Iraanse ouderen. Zo ontstond bij haar het idee voor een woongroep. “Toen mijn moeder nog leefde had ik het idee al.” Ze is vijftien jaar bezig geweest om de eerste woongroep voor elkaar te krijgen.
Moedertaal
Met de enorme hulp van het Maagdenhuis en Woonsaem, het kenniscentrum gemeenschappelijk wonen voor ouderen met een migratieachtergrond, de woningcorporaties Stadgenoot en De Alliantie is die droom gerealiseerd. "We zijn ze daar elke dag dankbaar voor, zeker is als je ziet hoe ideaal het is voor onze Iraanse ouderen. Zij wonen met elkaar en kunnen in de eigen taal zingen en herinneringen ophalen. Alle ouderen spreken vrij aardig Nederlands hoor, maar des te ouder men wordt, des te belangrijker wordt het te kunnen communiceren, iets haarfijn uit te kunnen leggen in je moedertaal. Dat is zo fijn om te zien”, zegt Gerda. In beide groepen wonen mannen en vrouwen door elkaar heen. Iedere bewoner is 55 jaar of ouder. Dat is een vereiste om in aanmerking te komen voor de groep. Shahnaz verzorgt de toewijzing. Er wonen relatief veel alleenstaande ouderen in beide groepen. “We hebben hier vier stellen en de rest is alleenstaand. Het is natuurlijk een ideale woonvorm voor mensen die alleen zijn, want hier ben je nooit echt alleen.”, aldus Shahnaz. De dames stoppen er veel tijd in, allemaal onbezoldigd. Ze helpen mee met de activiteiten en zijn aanspreekpunt voor de bewoners. “Het is liefdewerk, oud papier. Nee, dat klinkt te negatief. Het is liefdewerk, waardevol papier”, aldus Gerda.
Eigen locatie
De dames hebben nog meer plannen. “Onze grootste wens is om een locatie te hebben voor onze stichting zodat we echt een buurtcentrum kunnen zijn.”, zegt Shahnaz. “Dat hadden we wel altijd maar nu niet meer. Iedereen mist ons, de buurt met al zijn mooie bewoners met diverse migratieachtergronden missen ons. En niet alleen de ouderen, maar ook de jongeren en de allerkleinsten want die maakten ook gebruik van onze activiteiten, zoals de bijlessen.” Verder willen de dames nog meer woongroepen van de grond krijgen. De wachtlijst liegt er niet om: vijftig liefhebbers wachten op een plek. Gerda: “Nou, dat gaat lang duren want mensen gaan hier niet gauw weg. Daarom willen we meerdere woongroepen. Ook voor Afghaanse ouderen en Turkse ouderen. De behoefte is er. ”
Kijk voor meer informatie op stichtingandishe.nl.
YvonneWitter
yvonne@zorgsaamwonen.nl
http://www.foeooileeuw.nl/, augustus 2023
Op 10 augustus 2023 vierde Foe Ooi Leeuw haar 15e verjaardag. Foe Ooi Leeuw, huis om in harmonie samen te leven, was het eerste project voor gemeenschappelijk wonen waaraan WoonSaem haar medewerking verleende. Wij voelden ons ook een beetje jarig.
In Rotterdam was er al een wooncomplex voor Chinese ouderen: Ka Fook Mansion. Het was dé grote wens van initiatiefnemer Henry Liu, voorzitter van de Chinese ouderenvereniging Tung Lok, dat Amsterdam Rotterdam zou volgen. Het was een lange weg, maar het is gelukt! In 2008 namen Chinese ouderen hun intrek in een complex bestaande uit 54 woningen inclusief een gemeenschappelijke ruimte. Burgemeester Cohen verrichtte een jaar later de feestelijke openingsceremonie waarbij 'onze' Henry tot ridder werd geslagen.
Bekijk de video hier
Meer informatie: http://www.foeooileeuw.nl/
Shahnaz Shahbazi benoemd tot lid van de Orde van Oranje Nassau
april 2023
Op 26 april 2023 is Shahnaz Shahbazi benoemd tot lid van de Orde van Oranje Nassau.
Een koninklijke waardering voor het fantastische werk dat Shahnaz samen met haar man Bezhad de afgelopen decennia heeft gedaan voor de Iraanse gemeenschap in Amsterdam en daarbuiten.
Shahnaz is de bezielende voorzitster van Stichting Andishe. Een Stichting waar WoonSaem al heel lang mee samenwerkt. Samen met haar en de vrijwilligers van de stichting hebben we gewerkt aan de totstandkoming van een woongemeenschap van Iraanse ouderen. Met heel veel geduld en volharding, charme en humor, na talloze gesprekken met de gemeente en corporaties is het in 2021 in Amsterdam Noord de Iraanse Woongroep Andishe (20 woningen) van start gegaan in het Nieuwe Schouw van woningcorporatie Stadgenoot. In 2022 zijn daar 12 woningen van de Alliantie in het nieuwbouwproject Z1 bij metrohalte Noord bijgekomen. De woongroep bestaat nu uit 32 huishoudens.
Zonder Shahnaz, haar man Bezhad en de vele vrijwilligers van Andishe zou dit never nooit gelukt zijn.
En gelukkig is dat bij de Koning niet onopgemerkt gebleven!
Abdelkader Tahrioui benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau
april 2023
Op 26 april 2023 is Abdelkader Tahrioui benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.
Een koninklijke waardering voor de zeer grote betekenis van Abdelkader voor de Marokkaanse gemeenschap op Kanaleneiland in Utrecht. Op heel veel manieren heeft Abdelkader zich de afgelopen decennia op allerlei terreinen voor die gemeenschap ingezet. WoonSaem werkt sinds 6 jaar met hem samen om een woongemeenschap van Marokkaanse ouderen te realiseren.
Abdelkader heeft de afgelopen 10 jaar ondanks de vele tegenslagen op een charmante en diplomatieke wijze, maar onverzettelijk en vasthoudend deze droom levend gehouden.
In 2023 is in een gerenoveerde flat van WoonIn op Kanaleneiland de Marokkaanse Woongroep Aaifa (13 woningen) van start gegaan. Zonder Abdelkader zou de droom nooit uitgekomen zijn.
En dat is bij de Koning niet onopgemerkt gebleven!
Bekijk hier de video.
https://kro-ncrv.nl/zin-in-morgen-levensverhaal, februari 2023
Wendela tekent het bijzonder gewone levensverhaal van Mureel op in haar persoonlijke levensboek. Want ieder leven is een boek waard.
‘Iedereen heeft een verhaal. De meeste mensen met interessante levens krijgen nooit een platform. Het levenboekproject geeft deze mensen een stem. Om als schrijver daaraan een bijdrage te mogen leveren vind ik een eer.’
Wendela is vrijwilliger bij de stichting ESAN, een vrijwilligersorganisatie voor ouderen in Amsterdam West. Eén van hun projecten is het levensboekproject. Wendela en de oudere blikken samen terug en vervolgens klimt Wendela in de pen om het levensverhaal op te tekenen.
Gewoon bijzonder
Eén van de ouderen die meedoet aan het project is Mureel. In haar levensverhaal staat het plotselinge vertrek uit Indonesië centraal. “Ik dacht eerst: ‘Ik ben toch helemaal niet bijzonder, wat heb ik nou te vertellen?’ Maar Wendela vond mijn levensverhaal interessant.”
‘Het verhaal van Mureel spreekt me zo aan omdat we beide Indisch zijn’, legt Wendela uit. ‘Haar verhaal gaat over ontworteling. Hoe het is om uit een land weg te moeten en op een onbekende plek te komen waar je niet gewenst bent.’
De wieg van Mureel stond op West Java. Toen Indonesië na de Tweede Wereldoorlog onafhankelijk werd, moesten alle Indische-Nederlanders naar Nederland toe. En zo kwam het dat Mureel op 14-jarige leeftijd op de boot stapte. 'We hadden geen koffers, helemaal niks. Het enige wat ik meenam was mijn spaarpot. Maar toen moest ik alle muntjes die ik had gespaard overboord gooien, want ik mocht ze niet meenemen naar Nederland.'
'We kwamen aan in de donkere, grauwe haven van Rotterdam. Overal lag sneeuw. We werden totaal niet hartelijk ontvangen, dus welkom voelde ik me niet. Dat maakte me onzeker; ben ik hier wel goed genoeg?'
Dat Mureel haar verhaal nu laat optekenen is best bijzonder, want over de heftige dingen die ze heeft meegemaakt praat ze niet graag. ‘Ik heb altijd gezwegen, net als veel andere Indische mensen. Toen ik op mijn 14e in Nederland aankwam heb ik me meteen aangepast. Van huis uit heb ik geleerd om door te gaan alsof er niks aan de hand was; wat geweest is, is geweest.’
Een helend boek
‘Ik ben pas sinds een paar jaar mijn Indische wortels aan het ontdekken. Pasgeleden kreeg ik last van mentale problemen en daarvoor ben ik hulp gaan zoeken. Toen ben ik mijn Indische kant gaan omarmen. Het laten opschrijven van mijn verhaal is helend voor mij. Ik ontdek wie ik ben en besef nu dat mijn Indische kant er óók mag zijn.’
Kabinet wil dat ouderen verhuizen, maar niet naar het verpleeghuis
NOS, november 2022
Kabinet wil dat ouderen verhuizen, maar niet naar het verpleeghuis
Het kabinet wil ouderen overhalen om te verhuizen naar kleinere woningen die beter aangepast zijn op hun leeftijd. Daarvoor moeten er tot 2030 voor deze doelgroep 290.000 nieuwe woningen worden gebouwd. Het gaat om zogeheten 'nultredenwoningen' zonder drempels of trappen, seniorenhofjes met veel sociaal contact en woningen waar mensen met bijvoorbeeld dementie verpleegzorg kunnen krijgen.
De ministers De Jonge van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en Helder voor Langdurige Zorg hebben een veelomvattend plan gepresenteerd om de doorstroming van ouderen naar een kleinere woning op gang te brengen. "Want als een oudere een eengezinswoning achterlaat, biedt dat ruimte voor een gezin om daarnaartoe te verhuizen", aldus De Jonge. "En dat zorgt weer voor een vrije plek voor een starter."
De noodzaak van leeftijdsbestendige woonvormen wordt de komende jaren steeds urgenter, redeneren de ministers. Nu zijn er nog 3,5 miljoen Nederlanders boven de 65 jaar, dat worden er 4,8 miljoen in 2040.
Ouderen staan niet te springen
Probleem is wel dat ouderen over het algemeen niet staan te springen om te verhuizen. Na het uitvliegen van hun kinderen blijven ze graag in hun vertrouwde koophuis wonen, waarvan de hypotheek meestal grotendeels is afgelost. Ze voelen er niets voor om hun oude wijk te verlaten en vaak is er in de buurt ook geen geschikt, betaalbaar appartement te vinden.
Uit onderzoek blijkt dat op dit moment maar 17 procent van de ouderen overweegt te verhuizen. Daarmee wordt het voor het kabinet een behoorlijk klus om die gewenste doorstroming te regelen. Toch geloven De Jonge en Helder dat een verhuizing naar een beter geschikte woning aantrekkelijker gemaakt kan worden.
Verpleeghuis te duur
Nu vertrekken ouderen vaak pas als thuis blijven wonen echt niet meer gaat, ondanks uitgebreide thuiszorg en mantelzorg. Een verpleeghuis is dan vaak de enige optie. Maar het kabinet wil zoveel mogelijk voorkomen dat ouderen in zo'n verpleeghuis terechtkomen. Dat kost het Rijk te veel geld en er is ook in de toekomst te weinig personeel, voorspellen de ministers.
Daarom komen er ook niet structureel verpleeghuisplekken bij. De capaciteit in die instellingen blijft constant op 130.000, en die plekken zijn alleen nog voor mensen die zeer zware zorg nodig hebben.
Voor de mensen die niet de allerzwaarste zorg nodig hebben worden er 40.000 geclusterde woningen gebouwd, is het doel. De helft daarvan is bedoeld voor dementerende ouderen. Die wonen daar zelfstandig, maar wel in een gezamenlijk complex dat is aangepast voor mensen met die aandoening.
Zo zijn er verduisterende gordijnen voor het dag-nachtritme, zijn de deuren en ruimten duidelijk herkenbaar en is er veel aandacht voor de veiligheid. Wonen en zorg zijn er 'financieel gescheiden'. Dat wil zeggen dat de bewoners gewoon huur betalen, en intensieve zorg ontvangen van buiten het wooncomplex.
Verhuiscoaches
Om zoveel mogelijk ouderen vrijwillig te laten verhuizen naar een beter geschikte woning, komt er een grote voorlichtingscampagne. Speciale verhuiscoaches en seniorenmakelaars worden ingezet om mensen te wijzen op de voordelen.
Ook de leefomgeving van ouderen wordt aangepakt. De buurt moet toegankelijk zijn, er moeten voldoende voorzieningen dicht bij huis zijn en de omgeving moet uitnodigen tot bewegen en ontmoetingen, staat in de plannen.
NOS Nieuws•Woensdag 23 november, 16:37
Kabinet neemt regie op passende woonruimte voor ouderen
Rijksoverheid, november 2022
Door woningbouw te versnellen, ouderen beter te informeren en ontzorgen in hun verhuizing en de leefomgeving te verbeteren wil het kabinet ouderen voorzien in passende woonruimte. Dit staat in het programma Wonen en Zorg voor Ouderen dat ministers De Jonge (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) en Helder (Langdurige Zorg en Sport) vandaag hebben gepresenteerd.
Met het veranderen van de gemiddelde leeftijd van de bevolking verandert ook de behoefte aan woonruimte. Door de woningbouw te versnellen, specifiek woningen voor ouderen te bouwen en voor voldoende voorzieningen in de wijk te zorgen wil het kabinet de doorstroming verbeteren. Bovendien draagt een leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten eraan bij dat ouderen langer fit, gelukkig en zelfstandig kunnen blijven wonen.
Minister De Jonge: “We worden steeds ouder. En daar moeten we ons goed op voorbereiden. Een derde van de 900.000 huizen die we tot en met 2030 hebben te bouwen, moeten geschikt moet zijn voor ouderen. Het bouwen van die huizen zorgt ook voor meer doorstroom. Want als een oudere een eengezinswoning achterlaat, biedt dat ruimte voor een gezin om daarnaar toe te verhuizen, wat weer zorgt voor een vrije plek voor een starter. Meer passende woningen voor ouderen zijn dus voor iedereen van grote meerwaarde.”
Woningbouw versnellen
Er komen meer woningen beschikbaar die aansluiten bij de wensen van onze ouderen. Dit doet het kabinet door knelpunten weg te nemen bij de bouw van woningen en de regie op de ouderenhuisvesting te versterken. Om dit doel te behalen worden 290.000 van de 900.000 te bouwen woningen geschikt gemaakt voor ouderen. Voorbeelden van deze woningen zijn zogenaamde nultredenwoningen zonder trappen (170.000), geclusterde woonvormen zoals hofjes ter bevordering van het sociaal contact (80.0000) en geclusterde verpleegzorgplekken voor bijvoorbeeld mensen met dementie (40.000). Voor ouderen die dat nodig hebben, blijft bovendien het verpleeghuis als mogelijkheid om te wonen en zorg te ontvangen bestaan. Over de 900.000 woningen worden bouwafspraken gemaakt met provincies, gemeenten en woningcorporaties.
“In hun eigen omgeving blijven mensen vaak actiever en kunnen ze hun eigen gewoontes aanhouden. Daardoor blijven ze vitaler en zelfstandig. Dat is wat we allemaal willen, maar ook wat nodig is om onze zorg toegankelijk te houden. Ik wil mensen aanmoedigen en in staat stellen de stap naar een passende woning op tijd te maken, want op die manier houden zij zelf de regie over hun leven en hun welzijn”, aldus minister Helder.
Ouderen informeren en ondersteunen
Het kabinet wil dat ouderen eerder nadenken over het wonen van straks. Naast de bouw van geschikt aanbod zet het kabinet in op het actief informeren van ouderen over de mogelijkheden door bijvoorbeeld een informatiecampagne. Eventuele belemmeringen worden aangepakt. Dat heeft ook positieve gevolgen voor de doorstroming op de woningmarkt.
Verbetering leefomgeving
Zelfstandig blijven wonen gaat niet alleen om de woning. Het gaat ook om de leefomgeving. Dat betekent dat de wijk toegankelijk is, dat er voorzieningen in de buurt zijn en dat de omgeving uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. In alle gemeenten zullen deze aspecten van de leefomgeving worden meegenomen in de lokale visie op wonen en zorg. Het ondersteuningsteam Wonen en Zorg ondersteunt gemeenten bij het maken van die visie. De Rijksbouwmeester maakt in samenwerking met de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving concrete ontwerpen voor om de leefomgeving te verbeteren.
Langer zelfstandig thuis als je ouder wordt, kan zo
alleszelf.nl, november 2022
Waarom zou ik langer zelfstandig thuis blijven wonen?
Onderzoek toont aan dat mensen in hun eigen omgeving gelukkiger zijn en langer hun zelfstandigheid behouden, al is extra zorg soms nodig. Zelf kunnen bepalen hoe je je woning wilt inrichten en makkelijker sociale contacten onderhouden, dragen bij aan mentale gezondheid. Er zijn dus erg veel voordelen verbonden aan langer zelfstandig blijven wonen.
Een geschikte woning
Beschikken over een geschikte woning is erg belangrijk als je ouder woont. Vaak wordt traplopen moeilijker en een groot huis kan te veel werk met zich meebrengen. Een woning met een of meerdere slaapkamers op de begane grond kan dan een uitkomst bieden. Gelukkig komt er steeds meer levensloopbestendige nieuwbouw. Deze huizen hebben bijvoorbeeld een slaapkamer op de begane grond, geen drempels en een inloopdouche. Alles in deze huizen is gericht op een toekomst waarin u minder mobiel bent en waarin u zich kunt verplaatsen zonder bang te zijn voor ongelukken.
Langer zelfstandig thuis? Zorg thuis!
Als je ouder wordt gaan sommige dingen niet meer vanzelf. Je bent minder mobiel, waardoor het moeilijker kan zijn om het huishouden te blijven doen. Het kan ook zijn dat je vroeg of laat te maken krijgt met chronische aandoeningen waardoor je zorg nodig hebt. Bijvoorbeeld in het geval van dementie. In dit geval is het belangrijk dat er zorg aan huis komt. Dit kan een mantelzorger zijn, maar ook professionele verpleging is een optie. Verpleging en verzorging aan huis is een onderdeel van het basispakket van uw zorgverzekering. Een wijkverpleegkundige kan samen met de huisarts bekijken welke zorg u precies nodig hebt.
Regelmatig bewegen
Regelmatig bewegen zorgt ervoor dat het verouderingsproces wordt vertraagd. Blijf de dingen die u zelf kunt doen zelfstandig uitvoeren. Alle kleine vormen van bewegen helpen. Het posten van een brief, boodschappen doen of koken. Door deze bewegingen houd u het lichaam gezond en kunt u langer thuis blijven wonen.
Betrek uw kinderen
Heeft u kinderen dan is het goed om samen met hen te bespreken hoe de dingen zullen gaan als u het zelf niet meer kunt. Zo ontstaan er geen misverstanden en weet iedereen waar hij of zij aan toe is. Goede afspraken zorgen ervoor dat u geen onenigheid krijgt en een goede verhouding met uw kinderen houdt.
Goed contact met de buren
Door goed contact te hebben met buren kunt u zich veiliger voelen in huis. U weet immers dat u altijd iemand kunt bereiken als er iets mis gaat. Daarnaast hoeft u zich geen zorgen te maken over dingen als “hoe kan ik boodschappen doen als het sneeuwt”. Een goede buur zorgt er voor dat u langer thuis kunt blijven wonen.
Sociale activiteiten ondernemen
Voorkomen dat u eenzaam oud wordt, kan door sociale contacten te onderhouden. Mensen met genoeg sociaal contact voelen zich beter en gelukkiger en blijven daardoor ook langer gezond. Voelt u zich gezonder, dan betekent dat natuurlijk ook dat u langer thuis kunt blijven wonen.
Hulpmiddelen voor in huis
Aanpassingen in huis kunnen helpen om langer zelfstandig te blijven wonen. Wandbeugels bij het toilet en een traplift kunnen vaak snel geregeld worden. Ook technologie kan u helpen om comfortabel te leven. Bent u bijvoorbeeld niet meer zo goed ter been dan kan het gebruik van een boodschappendienst die u gebruikt via de smartphone of de computer ervoor zorgen dat uw boodschappen thuis worden bezorgd. Het internet kan u ook helpen met het vinden van huishoudelijke hulp. En wat dacht u van een robotstofzuiger? Heeft u een tuin en wordt het moeilijk zelf uw gras te maaien, kies dan voor kunstgras voor de tuin. Ook een tuinman die kan helpen de tuin op orde te houden is via het internet zo gevonden.
Eenzaamheid onder ouderen met een migratieachtergrond: wat weten we?
https://www.movisie.nl/, juni 2022
Waarom komt eenzaamheid onder ouderen met een migratieachtergrond vaker voor dan onder ouderen zonder migratieachtergrond? En wat helpt om eenzaamheid onder hen te verminderen of te voorkomen? Movisie onderzoekt deze vragen door middel van literatuuronderzoek en door het houden van focusgroepen met ouderen zelf. In dit artikel delen we de oorzaken, risico’s en werkzame elementen uit de literatuur.
In Nederland heeft zo’n 10% van de ouderen (55+) een eerste generatie migratieachtergrond en nog eens 5,5% een tweede generatie migratieachtergrond. In totaal gaat het om ruim 850 duizend ouderen. Bovendien zal het aandeel ouderen met een migratieachtergrond de komende jaren stijgen. De migratieachtergrond van deze ouderen is divers: zo hebben veel ouderen een herkomst in voormalig koloniën als Suriname en Indonesië. Ook komen veel van deze ouderen uit voormalig gastarbeiderslanden Turkije en Marokko, of uit buurlanden van Nederland.
Weinig bestaande kennis
Ondanks de (groeiende) omvang en de diversiteit van deze ouderen is het onderzoek over oorzaken en ervaringen van eenzaamheid schaars. Dit terwijl we weten dat eenzaamheid ernstige gevolgen kan hebben en ouderen met een migratieachtergrond een hoger risico lopen op gevoelens van eenzaamheid. Zo laat onderzoek naar ouderen met een Turkse en Marokkaanse migratieachtergrond zien dat deze ouderen zich nog sterker of vaker eenzaam voelen dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Ook kijkt veel onderzoek niet naar de ervaring van eenzaamheid, ondanks dat deze sterk kan verschillen. Daarnaast richt veel onderzoek zich op ouderen met een Turkse of Marokkaanse migratieachtergrond, waardoor veel ouderen met andere migratieachtergronden buiten beeld blijven. Vanwege weinig onderzoek naar de oorzaken en ervaringen van eenzaamheid onder deze ouderen weten we ook weinig over het voorkomen en verminderen van eenzaamheid. Bestaande aanpakken om eenzaamheid te verminderen en voorkomen lijken niet aan te sluiten bij deze ouderen. Movisie ging op zoek naar wat we wél weten. Wat zijn de oorzaken van eenzaamheid? Hoe voorkomen we die eenzaamheid? En welke kennis ontbreekt nog?
Oorzaken en risico’s
Oorzaken van eenzaamheid worden vaak ingedeeld in drie categorieën: individuele oorzaken, oorzaken in verandering van het sociale netwerk en maatschappelijke oorzaken. Belangrijk om te noemen is dat veel van deze oorzaken dus voor alle ouderen gelden: zowel voor ouderen met als zonder migratieachtergrond. Wel blijkt uit onderzoek dat ouderen met een migratieachtergrond andere risicofactoren hebben waardoor zij meer kans lopen op gevoelens van eenzaamheid.
Individuele oorzaken
Gezondheidsproblemen, zoals verminderde mobiliteit of psychische problemen, kunnen eenzaamheid bevorderen. Gezondheidsproblemen kunnen namelijk sociaal of diepgaand emotioneel contact met anderen moeilijker maken, doordat iemand niet in staat is om contact te onderhouden. Ook kunnen gezondheidsproblemen leiden tot verminderde participatie in de samenleving. Dit kan gevoelens van eenzaamheid vergroten. Verder ervaren ouderen met een migratieachtergrond hun gezondheid op jongere leeftijd (65-) vaak als minder goed dan ouderen zonder migratieachtergrond en hebben zij doorgaans hogere zorgkosten.
Ook een lagere sociaaleconomische status is een oorzaak van eenzaamheid. Dit vergroot namelijk het risico op verminderde gezondheid. Ook zorgt dit voor minder financiële mogelijkheden tot zorg, ondersteuning en participatie. Veel ouderen met een migratieachtergrond in Nederland hebben een relatief lage sociaaleconomische status, omdat zij vaker werk(t)en in laagopgeleide en minder goed betaalde banen en vaker geen volledige AOW hebben opgebouwd. Deels komt dit door arbeidsmigratie uit de jaren 60 en omdat eerder afgeronde opleidingen en vaardigheden in het land van herkomst vaak anders gewaardeerd worden in het land van aankomst.
Voor ouderen met een migratieachtergrond kan een taalbarrière de kans op eenzaamheid vergroten. Dit kan namelijk het aanvragen van hulp en ondersteuning en het leggen van nieuwe contacten in Nederland moeilijker maken.
Oorzaken in verandering van het sociale netwerk
Door de migratie wonen familie en vrienden van ouderen met een migratieachtergrond vaak in het land van herkomst. De afstand tot deze dierbaren kan zorgen voor gevoelens van verlies. Ook kan dit ervoor zorgen dat er weinig verbondenheid ervaren wordt met Nederland.
Wanneer mensen ouder worden, verandert hun sociale netwerk. Denk bijvoorbeeld aan een verhuizing of door het overlijden van een partner of vrienden. Dit soort veranderingen kunnen leiden tot eenzaamheid. Maar ook de verwachtingen van het sociale netwerk kunnen oorzaak zijn voor eenzaamheid. Ouderen met een migratieachtergrond hebben vaak een hoge verwachting van hun kinderen over de betrokkenheid bij de familie. Maar deze kinderen kunnen niet altijd voldoen aan de verwachtingen vanwege het eigen werk en gezinsleven. Het verschil in de verwachting en de werkelijke betrokkenheid kan gevoelens van eenzaamheid geven. Daarnaast blijkt dat ouderen met een migratieachtergrond vaker een homogeen netwerk hebben met relatief veel familie en mensen uit de eigen directe kring. Dit vergroot het risico op eenzaamheid wanneer hun netwerk wegvalt
Maatschappelijke oorzaken
Tot slot zijn er ook maatschappelijke oorzaken van eenzaamheid. Dit geeft het interessante inzicht dat eenzaamheid ook door onze maatschappij zelf gevormd wordt. Sommige risicofactoren voor ouderen met een migratieachtergrond worden gecreëerd in de manier waarop onze samenleving is ingericht en doordat de aanpak van eenzaamheid onvoldoende op deze ouderen afgestemd is.
Een van de maatschappelijke oorzaken heeft te maken met het gemak waarmee ouderen contact leggen met anderen, en hoe dit in onze samenleving mogelijk gemaakt wordt. Zo kan discriminatie zorgen voor uitsluiting van ouderen met een migratieachtergrond, waardoor zij minder zullen participeren in de samenleving en zich minder verbonden voelen met Nederland. Dit kan gevoelens van uitsluiting en eenzaamheid tot gevolg hebben. Ook andere maatschappij-brede factoren spelen hierbij een rol. Denk bijvoorbeeld aan een mogelijke taalbarrière. Dit maakt participatie moeilijker, omdat informatie en hulp vaak niet laagdrempelig en in onbegrijpelijke taal wordt aangeboden. De aanpak van eenzaamheid houdt bovendien lang niet altijd rekening met de culturele achtergrond en gebruiken, waardoor deelname niet altijd aantrekkelijk is voor deze ouderen.
Eenzaamheid voorkomen en verminderen
Nu we verschillende oorzaken van eenzaamheid onder ouderen met een migratieachtergrond hebben verkend, rest de vraag over de preventie en aanpak. Want wat helpt om eenzaamheid onder deze ouderen te verminderen en te voorkomen? Movisie schreef een wat werkt dossier over de aanpak van eenzaamheid. Hierin is onder meer de effectiviteit van de aanpak van eenzaamheid bij ouderen onderzocht. Het onderzoek richt zich niet specifiek op ouderen met een migratieachtergrond, maar bevat veel werkzame elementen die voor alle ouderen gelden. Onderzoek dat zich specifiek richt op ouderen met een migratieachtergrond laat zien dat er aan de voorkant meer nodig is wanneer het gaat om deze ouderen. Dit betekent dat er beter nagedacht en samengewerkt moet worden met andere partijen, zoals bijvoorbeeld een belangenorganisatie of netwerk voor migranten, om goed aan te sluiten op de behoeften van deze ouderen
Uiteindelijk blijkt dat er voor eenzaamheidsinterventies voor ouderen met een migratieachtergrond vooral aandacht nodig is voor de aansluiting bij de leefwereld. Ondanks dat dit makkelijk klinkt, wordt er in de praktijk nog weinig gehoor aan gegeven. Gesprekken met ouderen over hun ervaringen met eenzaamheid kunnen inzicht geven in wat voor hen belangrijk is en hoe interventies hier op aan kunnen sluiten. Ervaringen kunnen namelijk sterk verschillen. Los van de algemene culturele aspecten voor ouderen met een bepaalde migratieachtergrond is het belangrijk om aandacht te hebben voor het individu. Elke oudere is namelijk uniek en wordt niet alleen gedefinieerd door de eigen migratieachtergrond, maar ook door ervaringen, opleiding, familiesamenstelling en normen en waarden.
Movisie voert op dit moment verschillende gesprekken met ouderen met een diverse migratieachtergrond om erachter te komen hoe zij ouder worden en eenzaamheid ervaren. Ook vragen wij hen naar de aanpak van eenzaamheid: hoe zien zij het voorkomen en verminderen van eenzaamheid voor zich? Met deze inzichten willen we bijdragen aan betere kennis en handvatten over eenzaamheid bij ouderen met een migratieachtergrond.
Literatuurlijst
Centraal Bureau voor de Statistiek (2020a). Hoe eenzaam voelen we ons? Den Haag: CBS. Geraadpleegd via: Hoe eenzaam voelen we ons? - Nederland in cijfers 2020 | CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek (2020b). Jaarrapport integratie 2020: Gezondheid. Den Haag: CBS. Geraadpleegd via: Gezondheid - Jaarrapport Integratie 2020 | CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek (2022). Migrantenouderen in Nederland. Een beschrijvende analyse van de leefsituatie van ouderen uit de 20 grootste herkomstgroepen. Den Haag: CBS. Geraadpleegd via: Migrantenouderen in Nederland (cbs.nl)
Van Tilburg, T. G., & Fokkema, T. (2020). Stronger feelings of loneliness among Moroccan and Turkish older adults in the Netherlands: In search for an explanation. European Journal of Ageing.
Fokkema, T., & Das, M. (2021, Juni). Marokkaanse en Turkse migrantenouderen zijn eenzaam ondanks sociale contacten. Demos, pp. 5-7.
Fokkema, T., & Ciobanu, R. O. (2021). Older migrants and loneliness: scanning the field and looking forward. European journal of ageing, 18(3), 291-297.
Fokkema, T., & Das, M. (2021, Juni). Marokkaanse en Turkse migrantenouderen zijn eenzaam ondanks sociale contacten. Demos, pp. 5-7.
Fokkema, T., & Van Tilburg, T.G. (2007). Zin en onzin van eenzaamheidsinterventies bij ouderen [Loneliness interventions among older adults: Sense or nonsense?]. Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie, 38, 185-203
Van der Zwet, R., de Vries, S., & Van de Maat, J.W. (2020). Wat werkt bij de aanpak van eenzaamheid. Utrecht: Movisie. Geraadpleegd via: wat-werkt-eenzaamheid-dossier-2020.pdf (movisie.nl)
Kolste, R., Bozkir-Uysal, Ö., El Jaouhari, S., & Van den Broeke, J. (2021). Gezondheid en kwaliteit van zorg voor iedereen: Eenzaamheidsinterventies. Utrecht: Pharos. Geraadpleegd via: PHAROS-Eenzaamheidsinterventies.pdf
Van Campen, C., Vonk, F., & Van Tilburg, T. (2018). Kwetsbaar en eenzaam? Risico’s en bescherming in de ouder wordende bevolking. Den Haag: Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). Geraadpleegd via: Kwetsbaar en eenzaam? | Publicatie | Sociaal en Cultureel Planbureau (scp.nl)
Klokgieters, S., Van Tilburg, T., Deeg, D., & Huisman, M. (2028). Gezondheidsverschillen onder ouderen migranten in Nederland. Demos, 34(9). Geraadpleegd via: Gezondheidsverschillen onder oudere migranten in Nederland - NIDI
Nhass, H., & Verloove, J. (2020). Tussen verveling en vereenzaming. Een kwalitatief onderzoek naar hoe ouderen met een Marokkanse achtergrond eenzaamheid en ouder worden in Nederland beleven. Geraadpleegd via: Tussen verveling en vereenzaming | Kennisplatform Inclusief Samenleven (kis.nl)
Pharos (2019). Eenzaamheid bij ouderen met lage SES en migratieachtergrond vraagt om andere oplossingen. Geraadpleegd via: Eenzaamheid bij ouderen met lage SES en migratieachtergrond vraagt om andere oplossingen - Pharos
Klok, J., van Tilburg, T. G., Suanet, B., Fokkema, T., & Huisman, M. (2017). National and transnational belonging among Turkish and Moroccan older migrants in the Netherlands: protective against loneliness?. European Journal of Ageing, 14(4), 341-351.
Van de Maat, J.W., Kok, E., & Damhuis, E. (2022). Eenzaamheid verminderen. Wat kunnen we leren van 15 eenzaamheidsprojecten? Utrecht: Movisie. Geraadpleegd via: Eenzaamheid verminderen - geleerde lessen.pdf (movisie.nl)
Coalitie Erbij Rotterdam (juni, 2022). Verslag bijeenkomst zingeving bij mensen met een migratieachtergrond. Geraadpleegd via: Verlag bijeenkomst Lerende Praktijk Migratie en Eenzaamheid • CER (coalitieerbijrotterdam.nl)
Woonvarianten voor senioren. Hoe krijg je ze van de grond?
nu.nl, april 2022
Welke variatie aan woonvormen kan een senior vinden als hij of zij zich wil voorbereiden op levensloopbestendig wonen? In 2018 inventariseerden Platform31 en Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg de bestaande mogelijkheden voor vernieuwende woonzorg voor kwetsbare senioren.
Maar niet elke senior met een woonvraag is kwetsbaar. Soms zijn senioren op zoek naar een leuke nieuwe stap, bijvoorbeeld met de wens om in de nabijheid van gelijkgestemden te gaan wonen.
Dit willen ze dan zonder formele zorg, maar met ‘nabuurschap’; omkijken naar elkaar. Deze inventarisatie richt zich voornamelijk op het aanbod van woonvormen voor senioren die zijn ontwikkeld door sociaal ondernemers en burgerinitiatieven. Het gaat dan vaak om woonvormen die zijn gericht op gemeenschappelijk wonen en nabuurschap. In onderstaande figuur maken we zichtbaar op welke variatie in het woonlandschap voor senioren dit onderzoek zich met name
mei 2020
Op vrijdag 24 april jl. verraste burgemeester Halsema WoonSaem-vrijwilliger Antonio Cogoni (1945) via de telefoon met het bericht dat hij was benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau. De feestelijke uitreiking van het lintje vindt op een later moment plaats.
Antonio zet zich al jaren in voor Italiaanse ouderen, zowel binnen als buiten Amsterdam. Na WO II kwamen deze ouderen als arbeidsmigranten naar Nederland. Voor degenen die niet zijn teruggekeerd naar het land van herkomst bleef Nederland vaak een 'vreemd' land. Maar met hulp van Antonio weten zij hun weg te vinden. Jaarlijks bezoekt Antonio tientallen ouderen thuis, helpt bij het vertalen van brieven en formulieren en gaat mee naar gesprekken met artsen en andere hulpverleners. En als iemand zin heeft in een lekker bordje pasta, dan draait hij ook daar zijn hand niet voor om.
Antonio is een onmisbare schakel tussen deze Italiaanse ouderen en de samenleving. Wij hopen dat hij zijn waardevolle werk nog heel lang mag doen.
Veel dank Antonio!
Er is behoefte aan collectieve woonvormen voor senioren
maart 2020
In de afgelopen decennia is in Amsterdam een aantal collectieve woonvoorzieningen voor migrantengroepen gebouwd. Volgens Harry Moeskops, voorzitter van WoonSaem, dat als ‘verbindingsofficier’ tussen migrantengroepen enerzijds en gemeente en corporaties anderzijds fungeert, is de vraag onder oudere migranten naar geclusterd wonen ook nu aanzienlijk. “De culturele achtergrond en de eigen taal spelen op latere leeftijd misschien wel een grotere rol. Wij helpen momenteel een Marokkaanse, Turkse, Surinaamse, Ghanese en West-Afrikaanse groep een geschikte en vooral betaalbare plek te vinden in de stad.” Moeskops geeft aan dat enkele jaren geleden eerst een groep werd geformeerd om vervolgens naar een locatie op zoek te gaan. “Omdat betaalbare locaties zo moeilijk te vinden zijn, hebben we dat omgedraaid: eerst een locatie en dan de groep begeleiden.” WoonSaem richt zich op de hele Metropoolregio en heeft bijvoorbeeld een groep oudere migranten in Hoofddorp kunnen ondersteunen. Maar WoonSaem helpt momenteel ook een groep Marokkaanse senioren in het Utrechtse Kanaleneiland. “En het is heel mooi dat Eigen Haard in de Kolenkitbuurt in nieuwbouw ruimte maakt voor een groep oudere Marokkaanse Amsterdammers. Het is de bedoeling dat zij begin volgend jaar in de woningen kunnen trekken.”
Op het dak van een woon/winkelcomplex in het in 2014 opgeleverde Oostpoort staat het theehuis van een woongroep voor de Chinese ouderen. Zij wonen eromheen in twintig seniorenwoningen van Ymere.
Dit interview is onderdeel van het artikel Plek gezocht voor 'Knarrenhoven'
Gepubliceerd op NUL20
Ouderenzorg | Maar dan anders | NOS
NOS, november 2019
Zou je liever ouder worden in een verzorgingshuis of wil je zo lang mogelijk thuis blijven wonen met bijvoorbeeld iemand die je 24 uur kan verzorgen? Veel ouderen in Italië kiezen voor dat laatste en halen een badante in huis, een zorg-au pair. Dat zie je in deze Maar dan anders. In Nederland bestaat deze mogelijkheid ook, maar in Italië worden ze op veel grotere schaal ingehuurd. Is dit, mits goed geregeld voor beide partijen, een oplossing voor de toekomst? In Maar dan anders zie je onderwerpen die in Nederland spelen en laten we je zien hoe ze in het buitenland met iets soortgelijks omgaan. De bevolkingscijfers in de video komen trouwens van het CBS en het Italiaanse nationale instituut voor statistieken ISTAT.
Bron NOS
Succesfactoren multiculturele woongemeenschap ‘De Eijk’
september 2019
Interview met Glenn Hussain, initiatiefnemer De Eijk
Door Yvonne Witter (Aedes) en Barbara van Straaten
23 september 2019
Sinds een paar jaar woont er een bont gezelschap in Hoofddorp. Twintig van de 86 woningen in wooncomplex ‘De Eijk’ vormen daar een thuis voor een multiculturele woongemeenschap voor oudere migranten. De bewoners zijn afkomstig uit Somalië, Marokko, Jordanië, Palestina, Suriname, Irak, Iran en Nederland. De jongste bewoner is 58, de oudste al de negentig gepasseerd. Het verhaal achter de woongemeenschap begint in 2007 met een idee. Tien jaar later werd het complex gerealiseerd. Glenn Hussain, initiatiefnemer van de woongemeenschap en voorzitter van de Stichting Groepswonen voor Migrantenouderen (SGMO), vertelt zijn verhaal.
Glenn Hussain heeft het druk: “Ik ben als voorzitter van de SGMO veel tijd kwijt met het reilen en zeilen van de woongroep. Dat doe ik naast mijn betaalde baan. Ja, het is liefdewerk oud papier, maar ik vind het belangrijk dat zulke woonvoorzieningen er zijn. Dat is mijn drive.” Hij legt uit: “Het wonen in deze woongemeenschap kan een bijdrage leveren aan het voorkomen van eenzaamheid. Ik wil niet dat oudere migranten vereenzamen.” Hussain heeft geduld en doorzettingsvermogen moeten tonen om de woonvoorziening te realiseren – tussen het eerste idee en de officiële opening zit tien jaar. Hoe komt dat? “Het idee paste eerst niet in het beleid van de gemeente. Toen een paar jaar later twee verzorgingshuizen gingen sluiten waaide er een andere wind. Ook door beleid op het gebied van langer thuis wonen.” Ondertussen haakte eerst één, en toen een tweede corporatie af met bezuinigingen als argument. “De woongemeenschap werd door hun gezien als een onrendabel project.”
Een unieke mix
Woonzorg Nederland zag wel kansen. Was dat een doorbraak? “Ja. Steun van grote organisaties is onmisbaar om serieus genomen te worden. Maar minstens zo belangrijk was de begeleiding door van medewerkers van Woonsaem, Kenniscentrum Gemeenschappelijk Wonen voor Oudere Migranten. Zij hebben geholpen bij het vinden van een locatie, het onderhandelen met de gemeente en de gesprekken met de corporatie.”
De multiculturele woongemeenschap van ‘De Eijk’ is uniek in Nederland. Ons land kent meer dan zestig woongemeenschappen voor ouderen een migratie-achtergrond, maar deze zijn vaak gebaseerd op een gedeelde culturele achtergrond. Hussain: “De combinatie van mensen met verschillende migratieachtergronden is bijzonder. Dat maakt het levendig en interessant. Het is moeilijk om iedereen tevreden te stellen, en soms zijn er misverstanden. Taal speelt daar soms een rol in – het Nederlands van sommige bewoners is zo slecht dat ze niet aan activiteiten mee willen doen.” Net als in andere woongemeenschappen is het een opgave om de echt oudere bewoners te bereiken. “We zorgen voor een zo gevarieerd mogelijk aanbod aan activiteiten, en hopen samen met vrijwilligers zo veel mogelijk mensen te bereiken.” Een voorbeeld? Hussain somt op: “Breien, bingo, taalles, koffieochtenden, spelletjes, schilderen, bewegen, samen eten… voor elk wat wils.”
Tussen de Nederlanders
Sommige bewoners hebben elkaars sleutel, en waar nodig wordt voor elkaar gezorgd. Hussain: “Eén bewoonster heeft hulp nodig met het kammen van de haren en aankleden. Dan staat er altijd wel iemand voor haar klaar. En als het nodig is trekken medebewoners aan de bel en kan professionele zorg ingeschakeld worden.” Een bewoonster sluit hierop aan: “Ik heb bewust gekozen voor deze woongroep. Ik wilde kleiner wonen en het gevoel hebben dat er naar me omgekeken wordt. Dat heb ik hier gevonden; het is een paradijs voor me.” Haar medebewoner vult aan: “Ik heb altijd tussen Nederlanders gewoond, en vind het leuk dat ik nu in een complex woon waar dat ook zo is.” Gevraagd naar mogelijke verbeterpunten antwoorden de bewoners eensgezind: “Meer parkeerplekken!”
Succesfactoren
Op onze vraag naar succesfactoren heeft Hussain een helder antwoord: “Op de eerste plaats dagelijks veel verschillende activiteiten. Wanneer er elke dag iets te doen is, komen mensen in actie en ontmoeten ze elkaar.” Een bewoonster die zelf veel organiseert lacht: “Het is soms zelfs te druk: ik dacht dat ik rustig met pensioen was, maar ik ben drukker dan ooit!” De activiteiten zijn niet exclusief voor bewoners, maar ook toegankelijk voor bewoners uit andere delen van het complex én buurtbewoners. “Dat is de tweede succesfactor”, vervolgt de initiatiefnemer. “Het grote aantal vrijwilligers en bewoners dat bij de activiteiten betrokken is.” Als het even kan vanuit eigen talent en expertise: “Een van de bewoners is een gepensioneerde lerares. Zij geeft hier taalles. Dit bevordert het gevoel nuttig te zijn en erbij te horen.” Welke rol speelt de SGMO, de stichting waar Hussain voorzitter van is? “Deze is erg betrokken, onder andere door middel van een wekelijks spreekuur. Dit is de laatste succesfactor. Zorg dat je weet wat er speelt onder bewoners, en ben beschikbaar om praktische vragen te beantwoorden.”
Wachtlijst
Natuurlijk zijn er ook knelpunten. Hussain: “Het is lastig om steun te krijgen van de lokale overheid – het ontbreekt aan visie, of er is geen aandacht voor het onderwerp. Dat maakt het moeilijk om dit soort initiatieven te realiseren.” Gemeenten werken vaak samen met maatschappelijke organisaties om ouderen te begeleiden, maar wanneer deze geen kennis over migrantenouderen in huis hebben is goede samenwerking ingewikkeld. Dit heeft echter geen invloed op de belangstelling voor de woongroep: er staan tachtig mensen op de wachtlijst. Hussain is in gesprek met andere gemeenten en corporaties. Het doel? Meer multiculturele woongemeenschappen realiseren.
Dit interview is gepubliceerd op Platform31
Er is behoefte aan collectieve woonvormen voor senioren
april 2019
In de afgelopen decennia is in Amsterdam een aantal collectieve woonvoorzieningen voor migrantengroepen gebouwd. Volgens Harry Moeskops, voorzitter van WoonSaem, dat als ‘verbindingsofficier’ tussen migrantengroepen enerzijds en gemeente en corporaties anderzijds fungeert, is de vraag onder oudere migranten naar geclusterd wonen ook nu aanzienlijk. “De culturele achtergrond en de eigen taal spelen op latere leeftijd misschien wel een grotere rol. Wij helpen momenteel een Marokkaanse, Turkse, Surinaamse, Ghanese en West-Afrikaanse groep een geschikte en vooral betaalbare plek te vinden in de stad.” Moeskops geeft aan dat enkele jaren geleden eerst een groep werd geformeerd om vervolgens naar een locatie op zoek te gaan. “Omdat betaalbare locaties zo moeilijk te vinden zijn, hebben we dat omgedraaid: eerst een locatie en dan de groep begeleiden.” WoonSaem richt zich op de hele Metropoolregio en heeft bijvoorbeeld een groep oudere migranten in Hoofddorp kunnen ondersteunen. Maar WoonSaem helpt momenteel ook een groep Marokkaanse senioren in het Utrechtse Kanaleneiland. “En het is heel mooi dat Eigen Haard in de Kolenkitbuurt in nieuwbouw ruimte maakt voor een groep oudere Marokkaanse Amsterdammers. Het is de bedoeling dat zij begin volgend jaar in de woningen kunnen trekken.”
Deze gastarbeiders zijn oud in een land dat een tussenstop had moeten zijn
https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/deze-gastarbeiders-zijn-oud-in-een-land-dat-een-tussenstop-had-moeten-zijn~b4927fb1, december 2018
Veel van de oude gastarbeiders die nu met pensioen zijn hebben het financieel moeilijk, hun gezondheid is slecht en ze kampen met eenzaamheid. Ze krijgen niet de zorg die ze nodig hebben.
Afke van der Toolen, 14 december 2018, 21:22
Voor haar op het tafeltje liggen twee mobiele telefoons. Eentje voor Nederland en eentje voor Marokko, twee werelden binnen handbereik, niet smart, gewoon toets.
Rahma Mgharbi woont in een Leidse flat, op de zesde verdieping. Op deze hoogte, met alle ramen dicht, hoor je geen verkeer, geen stemmen op straat. Het enige wat hier dag en nacht klinkt is het getik van haar verzameling klokken. Een pendule, een buitenmodel wekker, een ragfijn gevalletje op glazen pootjes: alleen al in de huiskamer zijn het er tien.
‘Ik weet niet, ik hou van klokken’, lacht ze. Meestal kijkt ze serieus, maar lachen doet ze dus ook. Ook om het feit dat alle wijzers op zomertijd staan, terwijl het al wintertijd is. ‘Geeft niet.’
Lang geleden werd haar man geronseld door de touwfabriek in Leiderdorp. Zijzelf bleef in Marokko achter, maar na een aantal jaren haalde hij haar met de kinderen op. ‘Ik wilde niet. Ik moest alles achterlaten’, zegt ze. ‘Maar het moest maar.’
Nu is ze 84 jaar oud. Haar man is dood, zonder hulp kan ze de deur niet uit en midden in de kamer staat een tafel volgepakt met medicijnen: longinhalators, diabetesnaalden, een complete miniatuurapotheek.
Zwart beeld
Mgharbi is een van de vele Marokkaanse en Turkse Nederlanders die oud zijn geworden in het land dat een tussenstop had moeten zijn. Tegen de vijftigduizend van de oude gastarbeiders en hun vrouwen zijn inmiddels met pensioen, en dat worden er de komende jaren nog veel meer: ruim honderdduizend zijn nu tussen de 50 en 65. De vraag is: hoe ziet hun wintertijd eruit?
Financieel hebben ze het sowieso moeilijk. Nagenoeg allemaal kampen ze met een gekorte AOW, omdat ze niet lang genoeg in Nederland zijn voor het volledige bedrag. Maar er is meer aan de hand. Uit allerlei onderzoeken doemt een zwart beeld op van hun gezondheid en welzijn. Onlangs publiceerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) cijfers waaruit blijkt dat Marokkaans- en Turks-Nederlandse ouderen zich ongezonder voelen dan welke andere bevolkingsgroep dan ook. Drie jaar geleden meldde de GGD al in een rapport over de grote steden dat de helft van hen minimaal vier chronische aandoeningen heeft, ruim tweemaal zoveel als geboren Nederlanders. Suikerziekte komt voor bij 53 procent van de Marokkaans-Nederlandse en 35 procent van de Turks-Nederlandse ouderen, tegen 16 procent van de oorspronkelijke Nederlanders.
Daar blijft het niet bij. Uit onderzoek van neuropsychologe Özgül Uysal-Bozkir blijkt dat deze ouderen drie à vier keer meer kans hebben om dement te worden dan andere ouderen. Dat komt door de slechte fysieke gezondheid, maar ook door psychische problemen als eenzaamheid. Dat laatste is een probleem op zichzelf: in de grote steden lijdt bijna 70 procent eraan, aldus de GGD.
Redenen genoeg om volop professionele hulp te zoeken. Alleen gebeurt dat maar sporadisch. In 2014 berekende Alzheimer Nederland dat thuiszorg maar bij 1 procent van de Marokkaans-Nederlandse ouderen over de vloer komt en bij 7 procent van de Turks-Nederlandse ouderen. Bij geboren Nederlanders is dat 16 procent. Verpleeghuizen krijgen maar 1 procent van de niet-westerse dementerenden binnen, bij de rest is dat 30 procent.
Dat komt vooral doordat deze gastarbeiders een traditionele opvatting van ouderenzorg hebben: dat doen je kinderen. Maar de tweede generatie kan of wil niet meer aan dat ideaal voldoen – wat vervolgens uit schaamte verborgen wordt gehouden.
En zo vallen veel oude gastarbeiders van toen tussen wal en schip. En krijgt Nederland te maken met een snel groeiende groep burgers die niet de zorg krijgt die ze nodig heeft.
Een groep met een bijzondere voorgeschiedenis – juist daaruit komen veel van de problemen voort. Inclusief die ene meest voorkomende chronische aandoening: ontheemding. ‘Ons moederland is óók buitenland’, zegt Rahma Mgharbi. ‘Wij hebben geen land.’
Werken en overwerken
Zijn stem is minder krachtig dan vroeger, maar eigenlijk past dat wel bij het heimweelied dat hij aanheft. Fahri Isik, 80 jaar oud. Wie op YouTube zijn naam intikt, vindt hem meteen: oude opnames als zanger, foto’s als knappe jongeman. Voordat hij naar Nederland kwam was hij beroemd in Turkije. Hij zong voor de nationale radio en maakte 36 platen.
Maar ja: ‘Wel roem, geen geld.’ Zijn gezin kon hij er niet mee onderhouden, en hij liet zich werven als textielarbeider in Twenthe.
Vertellen over wat volgde, vindt hij wel wat beschamend, maar hij wil ook dat iedereen het weet. De keuring: ‘Uitkleden, vooroverbuigen en je laten visiteren, als vee.’ De behuizing: ‘Een barakkenkamp met prikkeldraad eromheen.’ De begeleiding: ‘We kregen geen taalles, niets. Alles werd over onze hoofden heen geregeld. Wij waren er alleen voor werken en overwerken.’
Ruim honderdduizend Turkse en Marokkaanse gastarbeiders kwamen in de jaren zestig en zeventig naar Nederland. Anders dan nu werden geen grenzen opgetrokken tegen vreemdelingen op zoek naar een beter leven. Voortjagend op het economisch hoogtij ging de industrie, mét officiële steun van de overheid, naar armere landen om werkkrachten te werven. In 1966 kon een regionale krant nog koppen: ‘Gastarbeiders verwerven in enkele jaren gewaardeerde positie’.
Foto’s uit die tijd tonen energieke jongemannen, sommigen gestoken in de hippe wijde broekspijpen van toen, anderen in een goedkoper-dan-goedkoop confectiepak. Ze kwamen meestal uit arme agrarische streken, waren laaggeschoold, vaak zelfs analfabeet, en volgden maar al te graag de lokroep uit Nederland.
Isik, de beroemde zanger, moest genoegen nemen met een nederig bestaan in de wolspinnerij, en later in de Eternit-fabriek. Zijn compensatie: zelfstudie. Tweeduizend boeken prijken in zijn kast: Nietzsche, Tolstoj, politicologie. Inmiddels is hij bijna blind, en blijven al die boeken noodgedwongen dicht.
Rustig, soms even fel, legt hij uit waar veel van de huidige problematiek vandaan komt. ‘Ikzelf kwam als zanger in Istanbul, had al wel wat gezien. Maar de meeste anderen waren zelfs nog nooit hun dorp uit geweest. Niemand beseft meer wat een enorme cultuurschok zij toen beleefden.’ Hij wil maar zeggen: daardoor klitten de gastarbeiders bij elkaar. Samenkomsten, onderlinge collectes: ‘Wij deden alles voor elkaar.’ Zo bouwden de gastarbeiders hier hun eigen besloten gemeenschap, waarbinnen cultuur en traditie volop werden gekoesterd.
De Turks-Nederlandse Mehmet (82) in zijn kamer in een Haags verzorgingshuis. Beeld Cigdem Yuksel
Natuurlijk speelde ook mee dat iedereen dacht dat het maar tijdelijk was. Een paar jaar goed geld verdienen voor een betere toekomst, voor de kinderen vooral ook. Dat goede geld viel tegen. Het gezin kwam over naar Nederland, de kinderen gingen naar school, wortelden, hadden hier zoveel betere vooruitzichten dan thuis. De paar jaar hard werken rekten stukje bij beetje op tot levenslang.
‘Hij heeft alles voor ons opgeofferd’, zegt Isiks zoon Cuneyt, die soms even voor hem tolkt.
‘Maar natuurlijk! Dat is onze cultuur!’, roept Isik.
Rekent hij erop dat zijn kinderen voor hem en zijn vrouw zullen zorgen? ‘Alles wat ik verwacht is dat ze op het goede pad blijven.’ En daarmee is dat onderwerp wat hem betreft afgesloten.
Alleen
Het miezert een beetje, maar dat lijkt haar niet te deren. Op stoere zwarte sneakers loopt ze door haar achtertuin, haar sneeuwwitte djellaba opbollend in de wind. Fatima Miman (82) verkeert in zeer slechte gezondheid, maar de tuin blijft ze doen. Een olijfboom, uitjes, artisjokken: een postzegel grond in Kanaleneiland, maar ook een beetje Rif. Een snufje jeugd.
Wijlen haar man was zijn hele Hollandse leven afwasser. Zijzelf is moeder, maar die rol vervult ze niet meer echt. Drie van haar kinderen liggen in Marokko begraven, drie anderen ziet ze nauwelijks meer.
Weer binnen gaan de sneakers uit, maar iets van hun stoerheid blijft aan haar kleven. Ze vertelt dat ze de thuishulp heeft afgezegd (‘Elke drie maanden iemand anders! Niet goed’). En beweert stellig dat ze – echt waar – niets tekortkomt.
Op dat ene na dan. De kinderen. Daar piekert ze over, elke avond in bed. Want hoe moet het als haar die nacht iets overkomt? Ze wendt haar gezicht af. ‘Moeilijk, alleen.’
De pijn van Miman is bijna alomtegenwoordig bij haar generatie. Mantelzorg als ideaal, dat zit echt diep. In het werk van antropoloog Ibrahim Yerden over Turkse ouderen is te lezen hoe dat komt. De meeste gastarbeiders komen van het platteland, waar mantelzorg zo’n zware norm is dat de hele gemeenschap de naleving ervan in de gaten houdt.
Hier in Nederland staat dat ideaal nog steeds recht overeind. Maar met de naleving gaat het veel minder. De kinderen zelf zijn te vernederlandst, en ook praktisch zit er van alles in de weg. Een betaalbaar huis dicht bij zoon of dochter is vaak onhaalbaar. En samenwonen is vanwege de beruchte kostendelersnorm (een korting op de bijstandsuitkering van samenwonenden) een kostbare zaak.
Ondertussen is ook de tweede generatie nog niet los van het ideaal. ‘Traditionele ideaalbeelden van zorg, zorgverwachtingen en zorgpraktijken veranderen niet van de ene dag op de andere’, schrijft Yerden. De drijvende kracht is schaamte. Bij de ouders omdat ze tekortschietende kinderen hebben. Bij de kinderen omdat ze niet doen wat ze zouden moeten doen.
En precies daarom wil Fatima Miman beslist niet op de foto, zelfs niet bij haar geliefde olijfboom. Zo’n gênant verhaal vertellen, mét haar gezicht erbij? ‘Nee! Altijd nee.’
Dagbesteding
Hollandser kan het uitzicht niet. Een ophaalbrug, een rivier, de uitlopers van een woonwijk en, een eindje naar links, een meubelboulevard. De vrouwen op de eerste verdieping zitten er heel praktisch bij. Grote ramen, makkelijk schoon te maken tafels, een kleurige wandversiering: welzijnsgezelligheid.
Rahma Mgharbi heeft haar klokken een ochtendje in de steek gelaten voor de dagbesteding van stichting Radius. Dat doet ze twee ochtenden in de week, en steevast troont ze dan aan de kop van de tafel, solide in haar rechttoe, rechtaan-djellaba, haar handen non-stop doende met dit of dat haakpatroon.
De anderen noemen haar de moeder van de groep. Zij van haar kant, als ze op zomervakantie in is in haar geboortestad Tanger, belt elke week op om te vragen hoe het gaat. Toch is zij de enige hier die niet van Turkse origine is.
‘Geeft niet’, zegt ze.
Moslima’s onder elkaar immers, die ook nog eens eenzelfde geschiedenis delen. Samengevat in één symbool: daar links waar nu die meubelboulevard staat, bevond zich destijds de touwfabriek waar de meeste van hun mannen werkten.
Tegen twaalven worden de kleur-, plak- en handwerkjes weggeborgen: lunchtijd. Allerlei thuis bereide hapjes komen uit de tassen tevoorschijn. ‘Je eet toch wel mee?’
Terwijl deze speciale migrantenopvang al jaren draait, wil het elders niet vlotten. Het Kenniscentrum Wonen-Zorg van Aedes-Actiz telde vorig jaar maar zeven locaties speciaal voor Turkse en/of Marokkaanse ouderen.
‘De vertaalslag van aanbieders naar doelgroep wordt nog niet goed gemaakt’, zegt opbouwwerker Saïd Amghar van Libertas Leiden. ‘Vooral Marokkaanse ouderen zijn moeilijk bereikbaar. Ze zitten vaak maar wat in de moskee, maar daar wordt niets voor ze georganiseerd. Als welzijnswerker vraag ik me af: hoe leeft deze groep? Hoe groot is hun vraag? Waarom wordt er door instellingen en organisaties niet meer nagedacht over wat er kan worden gedaan?’
Precies dat, erover nadenken, doen sommige gastarbeiderskinderen wel degelijk. En ze doen er ook wat mee. Utrechtenaar Abdelkader Tahrioui bijvoorbeeld. Hij trok Kanaleneiland in om Marokkaans-Nederlandse ouderen te vragen wat ze nodig hadden. Nu verzorgt zijn stichting Attifa een vierdaagse dagopvang.
‘Veel Marokkaanse ouderen worden passief, terwijl ze nog best veel kunnen’, zegt hij. ‘Deze mensen hebben nooit hobby’s gehad. Dus de vraag was: wat vinden ze eigenlijk leuk?’ Het antwoord bleek simpel: bezigheden uit hun jeugd. Tuinieren bijvoorbeeld, want veel van deze mensen komen oorspronkelijk van het platteland.
En daar bij Attifa zit viermaal per week ook Fatima Miman, met stoere sneakers en al. Ze heeft er speciaal haar scootmobielrijbewijs voor gehaald: voor het eerst in haar leven neemt ze anders dan lopend deel aan het verkeer. En net als in haar eigen tuin heeft ze ook hier een olijfboom geplant.
Ex-zanger Fahri Isik (80), ooit een beroemd Turks zanger, later textielarbeider in Twente. Beeld Cigdem Yuksel
Levenslange droom
Een olijvenkraam in de Amsterdamse Ten Katestraat. In de bijbehorende winkel zit, gemoedelijk tussen zijn schappen vol winkelwaar, Mohammed Loukan (69). ‘Kom binnen! Koffie, thee?’
Loukan is geen gastarbeider in strikte zin. Hij liep weg van huis omdat hij niet in de militaire voetsporen van zijn vader wilde treden. Klom hier in Nederland op van schoonmaker tot hotelreceptionist, maakte de overstap naar jeugdwerk, richtte en passant een voetbalclub op en begon uiteindelijk een marktkraam die uitgroeide tot deze winkel.
Hij is hier op zijn plek. ‘Nederland is een van de beste landen ter wereld’, vindt hij. ‘De mensen hier zijn eerlijk en makkelijk in de omgang, durven direct te zijn. En ze zijn behulpzaam.’ Dus terugkeren naar Marokko? Nee.
Voor de meeste gastarbeiders was teruggaan juist een levenslange droom. Er is ook een regeling voor: vanaf hun 55ste kunnen ze een remigratie-uitkering aanvragen. Hoeveel belangstelling daarvoor bestaat, blijkt wel uit de 15.000 contacten die het Nederlands Migratie Instituut (NMI) jaarlijks noteert. Maar al is de heimwee alomtegenwoordig, toch vertrekken er van die 15.000 uiteindelijk maar 2 à 3 procent. Het grootste struikelblok volgens NMI-adviseur Nur Kaya: de vrouwen willen niet mee.
‘Zij hebben destijds gedwongen afscheid moeten nemen van hun vertrouwde omgeving. Nu willen ze niet ook nog eens afscheid nemen van hun kinderen en kleinkinderen.’ Kaya maakt om die reden moeilijke gesprekken mee. En ze ziet geregeld dat het uitloopt op een scheiding: de man keert terug, de vrouw blijft.
Ook Bouchaib Saadane van NOOM, een netwerkorganisatie voor migrantenouderen, kent het verschijnsel. ‘De man denkt: mijn taak hier zit erop. De vrouw zegt: mijn wortels liggen nu hier. In extreme gevallen besluit de man dan alleen te gaan.’
De meesten kiezen voor een bestaan tussen twee werelden. Hun heimwee stillen ze met pendelen: elk jaar een aantal maanden doorbrengen in het geboorteland, de rest van de tijd hier.
Dat gaat Mohammed Loukan over een tijdje ook doen. Zijn vrouw doet het al. Want hun zoon (arts in opleiding) en een dochter (leidinggevende bij een bank) zitten dan wel hier, een tweede dochter woont met man en kinderen in Marokko. Maar terugkomen zal hij altijd. ‘Ik hou van mijn werk en ik hou van Nederland, dus dat laat ik niet zomaar los.’
Schrijnend
In een krap halletje in een Haags verpleeghuis staat een houten stoel met daarop een kleine oude man: Mehmet (82). Zwart jasje, donkerblauw petje, schoenen met praktisch klittenband. Hij zit erbij alsof hij wacht maar allang vergeten is waarop. In zijn kamer iets verderop hangt Atatürk aan de muur, in maar liefst vier versies, jong en middelbaar. Demir heeft het leven van zijn grote held beter in kaart dan dat van zichzelf.
Ontheemder dan deze man kan bijna niet. Opgegroeid in een uitzichtloos Turks dorpje op Kos. Een korte periode als zelfbenoemd broodjesverkoper in Turkije. In 1971 naar Nederland gehaald door de Brabantse industrie. En nu zit hij hier in het hem onbekende Den Haag, op een psychogeriatrische verpleegafdeling met verder alleen witte mensen.
Dochter Fatos Ipek vindt het schrijnend om hem zo te zien. ‘Hij heeft zijn hele leven keihard gewerkt, aan de toekomst gebouwd, gespaard om terug te kunnen – en nu zit hij hier.’ Ze vindt het belangrijk dat zijn verhaal wordt verteld, ook al kan hij dat zelf dat niet meer rechtstreeks doen. ‘Ik weet dat hij de aandacht hiervoor heel belangrijk vindt.’
Ipek koos voor deze oplossing omdat ze wil dat haar vader goed verzorgd wordt. Veel andere oude gastarbeiders worden thuisgehouden, vaak zonder de nodige zorg. Tahrioui van Attifa schetst een beeld: ‘Je neemt je dementerende moeder in huis, geeft haar eten en schone kleren, maar laat haar verder de hele dag alleen, achter een gesloten deur omdat je bang bent dat ze naar buiten gaat.’ Daarom heeft Attifa naast de dagopvang ook een eigen thuiszorg en werkt het aan een woongroep.
Ook andere gastarbeiderskinderen springen in het gat. In Enschede kon zorgmanager Sevilay Dalli geen passende voorziening voor haar vader vinden. Zij zette Devio op, dat onder andere een verpleegafdeling voor migrantenouderen biedt.
De buitenwereld ziet dat niet altijd zitten – waarom moeten die migranten nou weer iets aparts krijgen? Dalli’s antwoord: ‘Mensen met dementie vallen terug in oude routines. Een Friezin gaat Fries praten, een Turkse Turks. Een waardige, geborgen oude dag betekent dat je daarop inspeelt.’ Het is een hulpmiddel, benadrukt ze, geen ideologie. ‘Mensen die slecht lopen geef je een rollator, mensen die slecht verzorgd worden vanwege het taalverschil bied je de taal.’
‘Marrakech-rode’ muren
Kenniscentrum Wonen-Zorg telt alles bij elkaar tien aparte verpleegvoorzieningen en zeven woongroepen. Slechts één woongroep en één verpleegafdeling hebben een Marokkaanse signatuur.
Dat het kan, bewijst Amana in Utrecht, de Marokkaanse afdeling van verpleeghuis Careyn Rosendael. Al was ook daar het begin moeilijk. ‘De eerste zes maanden stond ik hier alleen met één bewoner en elf lege bedden’, vertelt verzorgende Hamid Benkina, zelf eerste generatie. ‘Als ik op vakantie ging, moest de afdeling dicht.’ Dat Amana toch overleefde is te danken aan verzekeraar Agis, die garant stond voor twee jaar financiering. Dat gaf tijd het vertrouwen van de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap te winnen.
‘Nog steeds zijn er orthodoxen die zeggen: je moest je schamen’, zegt eerst-verantwoordelijke Khadija Yousfi. ‘Maar er zijn er ook die overstag gingen toen ze zagen dat de verzorging Marokkaans is, en dat de bewoners vanuit hun eigen achtergrond worden benaderd.’
Nu, negen jaar verder, vult Amana veertien bedden en heeft het een wachtlijst van vijf. Het is de enige afdeling van het verpleeghuis met een kleurtje: de muren zijn er ‘Marrakech-rood’, zoals Yousfi het noemt. Regelmatig komt er iemand van een andere verdieping vragen wat er toch zo lekker ruikt. Dan zijn er weer vrijwilligers komen koken – vrouwen uit die eerst zo wantrouwige Marokkaans-Nederlandse gemeenschap.
Al die inspanningen, al die initiatieven om de eigen ouderen goed onder dak te brengen – Tahrioui van Attifa benadrukt dat het maar iets tijdelijks is. Voor hém zal het niet meer hoeven, zo’n aparte voorziening. ‘Ik wil wel met jou in een verpleeghuis’, lacht hij. ‘Als jij dat tenminste ook wil?’
De winter nadert alweer, de laagstaande zon schijnt uitbundig de flat van Rahma Mgharbi binnen. Zijzelf heeft er inmiddels een probleem bij. Ze heeft veel pijn aan haar been, de tafel met medicijnen is weer iets voller geworden. Naar de dagopvang, dat gaat nu niet. Haar wereldje is nog een stukje kleiner geworden.
‘Ik leef nog’, lacht ze desondanks.
Maar hoe moet het als het nog minder gaat? Naar een van haar zoons? Nee, die hebben het te druk met hun garagebedrijf. Naar een verpleeghuis dan? Ze kijkt wantrouwig: wat is de bedoeling van die vraag, moet ze soms uit haar huis?
‘Dít is mijn huis!’
Ze wil nog maar één keer verhuizen: naar haar graf in het land van haar jeugd.
Net als de meeste anderen legt Mgharbi daar maandelijks geld voor in bij een speciale uitvaartverzekering. Een van de ‘dagklanten’ bij het Enschedese Devio, de 82-jarige Ahmet Bulduk, verwoordt het algemene sentiment zo: ‘Ik was het allerliefst zelf teruggekeerd. Maar nu gaat tenminste mijn lichaam nog terug.’
april 2018
Welke variatie aan woonvormen kan een senior vinden als hij of zij zich wil voorbereiden op levensloopbestendig wonen? In 2018 inventariseerden Platform31 en Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg de bestaande mogelijkheden voor vernieuwende woonzorg voor kwetsbare senioren.
Maar niet elke senior met een woonvraag is kwetsbaar. Soms zijn senioren op zoek naar een leuke nieuwe stap, bijvoorbeeld met de wens om in de nabijheid van gelijkgestemden te gaan wonen.
Dit willen ze dan zonder formele zorg, maar met ‘nabuurschap’; omkijken naar elkaar. Deze inventarisatie richt zich voornamelijk op het aanbod van woonvormen voor senioren die zijn ontwikkeld door sociaal ondernemers en burgerinitiatieven. Het gaat dan vaak om woonvormen die zijn gericht op gemeenschappelijk wonen en nabuurschap. In onderstaande figuur maken we zichtbaar op welke variatie in het woonlandschap voor senioren dit onderzoek zich met name