Nieuws

langer-zelfstandig-thuis.jpg.webp

Langer zelfstandig thuis als je ouder wordt, kan zo

alleszelf.nl, november 2022

Waarom zou ik langer zelfstandig thuis blijven wonen?
Onderzoek toont aan dat mensen in hun eigen omgeving gelukkiger zijn en langer hun zelfstandigheid behouden, al is extra zorg soms nodig. Zelf kunnen bepalen hoe je je woning wilt inrichten en makkelijker sociale contacten onderhouden, dragen bij aan mentale gezondheid. Er zijn dus erg veel voordelen verbonden aan langer zelfstandig blijven wonen.

Een geschikte woning
Beschikken over een geschikte woning is erg belangrijk als je ouder woont. Vaak wordt traplopen moeilijker en een groot huis kan te veel werk met zich meebrengen. Een woning met een of meerdere slaapkamers op de begane grond kan dan een uitkomst bieden. Gelukkig komt er steeds meer levensloopbestendige nieuwbouw. Deze huizen hebben bijvoorbeeld een slaapkamer op de begane grond, geen drempels en een inloopdouche. Alles in deze huizen is gericht op een toekomst waarin u minder mobiel bent en waarin u zich kunt verplaatsen zonder bang te zijn voor ongelukken.

Langer zelfstandig thuis? Zorg thuis!
Als je ouder wordt gaan sommige dingen niet meer vanzelf. Je bent minder mobiel, waardoor het moeilijker kan zijn om het huishouden te blijven doen. Het kan ook zijn dat je vroeg of laat te maken krijgt met chronische aandoeningen waardoor je zorg nodig hebt. Bijvoorbeeld in het geval van dementie. In dit geval is het belangrijk dat er zorg aan huis komt. Dit kan een mantelzorger zijn, maar ook professionele verpleging is een optie. Verpleging en verzorging aan huis is een onderdeel van het basispakket van uw zorgverzekering. Een wijkverpleegkundige kan samen met de huisarts bekijken welke zorg u precies nodig hebt.

Regelmatig bewegen
Regelmatig bewegen zorgt ervoor dat het verouderingsproces wordt vertraagd. Blijf de dingen die u zelf kunt doen zelfstandig uitvoeren. Alle kleine vormen van bewegen helpen. Het posten van een brief, boodschappen doen of koken. Door deze bewegingen houd u het lichaam gezond en kunt u langer thuis blijven wonen.

Betrek uw kinderen
Heeft u kinderen dan is het goed om samen met hen te bespreken hoe de dingen zullen gaan als u het zelf niet meer kunt. Zo ontstaan er geen misverstanden en weet iedereen waar hij of zij aan toe is. Goede afspraken zorgen ervoor dat u geen onenigheid krijgt en een goede verhouding met uw kinderen houdt.

Goed contact met de buren
Door goed contact te hebben met buren kunt u zich veiliger voelen in huis. U weet immers dat u altijd iemand kunt bereiken als er iets mis gaat. Daarnaast hoeft u zich geen zorgen te maken over dingen als “hoe kan ik boodschappen doen als het sneeuwt”. Een goede buur zorgt er voor dat u langer thuis kunt blijven wonen.

Sociale activiteiten ondernemen
Voorkomen dat u eenzaam oud wordt, kan door sociale contacten te onderhouden. Mensen met genoeg sociaal contact voelen zich beter en gelukkiger en blijven daardoor ook langer gezond. Voelt u zich gezonder, dan betekent dat natuurlijk ook dat u langer thuis kunt blijven wonen.

Hulpmiddelen voor in huis
Aanpassingen in huis kunnen helpen om langer zelfstandig te blijven wonen. Wandbeugels bij het toilet en een traplift kunnen vaak snel geregeld worden. Ook technologie kan u helpen om comfortabel te leven. Bent u bijvoorbeeld niet meer zo goed ter been dan kan het gebruik van een boodschappendienst die u gebruikt via de smartphone of de computer ervoor zorgen dat uw boodschappen thuis worden bezorgd. Het internet kan u ook helpen met het vinden van huishoudelijke hulp. En wat dacht u van een robotstofzuiger? Heeft u een tuin en wordt het moeilijk zelf uw gras te maaien, kies dan voor kunstgras voor de tuin. Ook een tuinman die kan helpen de  tuin op orde te houden is via het internet zo gevonden.

PHOTO-2022-05-28-11-04-22-5.jpg

Eenzaamheid onder ouderen met een migratieachtergrond: wat weten we?

https://www.movisie.nl/, juni 2022

Waarom komt eenzaamheid onder ouderen met een migratieachtergrond vaker voor dan onder ouderen zonder migratieachtergrond? En wat helpt om eenzaamheid onder hen te verminderen of te voorkomen? Movisie onderzoekt deze vragen door middel van literatuuronderzoek en door het houden van focusgroepen met ouderen zelf. In dit artikel delen we de oorzaken, risico’s en werkzame elementen uit de literatuur.

In Nederland heeft zo’n 10% van de ouderen (55+) een eerste generatie migratieachtergrond en nog eens 5,5% een tweede generatie migratieachtergrond. In totaal gaat het om ruim 850 duizend ouderen. Bovendien zal het aandeel ouderen met een migratieachtergrond de komende jaren stijgen. De migratieachtergrond van deze ouderen is divers: zo hebben veel ouderen een herkomst in voormalig koloniën als Suriname en Indonesië. Ook komen veel van deze ouderen uit voormalig gastarbeiderslanden Turkije en Marokko, of uit buurlanden van Nederland.

Weinig bestaande kennis

Ondanks de (groeiende) omvang en de diversiteit van deze ouderen is het onderzoek over oorzaken en ervaringen van eenzaamheid schaars. Dit terwijl we weten dat eenzaamheid ernstige gevolgen kan hebben en ouderen met een migratieachtergrond een hoger risico lopen op gevoelens van eenzaamheid. Zo laat onderzoek naar ouderen met een Turkse en Marokkaanse migratieachtergrond zien dat deze ouderen zich nog sterker of vaker eenzaam voelen dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Ook kijkt veel onderzoek niet naar de ervaring van eenzaamheid, ondanks dat deze sterk kan verschillen. Daarnaast richt veel onderzoek zich op ouderen met een Turkse of Marokkaanse migratieachtergrond, waardoor veel ouderen met andere migratieachtergronden buiten beeld blijven. Vanwege weinig onderzoek naar de oorzaken en ervaringen van eenzaamheid onder deze ouderen weten we ook weinig over het voorkomen en verminderen van eenzaamheid. Bestaande aanpakken om eenzaamheid te verminderen en voorkomen lijken niet aan te sluiten bij deze ouderen. Movisie ging op zoek naar wat we wél weten. Wat zijn de oorzaken van eenzaamheid? Hoe voorkomen we die eenzaamheid? En welke kennis ontbreekt nog? 

Oorzaken en risico’s 
Oorzaken van eenzaamheid worden vaak ingedeeld in drie categorieën: individuele oorzaken, oorzaken in verandering van het sociale netwerk en maatschappelijke oorzaken. Belangrijk om te noemen is dat veel van deze oorzaken dus voor alle ouderen gelden: zowel voor ouderen met als zonder migratieachtergrond. Wel blijkt uit onderzoek dat ouderen met een migratieachtergrond andere risicofactoren hebben waardoor zij meer kans lopen op gevoelens van eenzaamheid.

Individuele oorzaken 
Gezondheidsproblemen, zoals verminderde mobiliteit of psychische problemen, kunnen eenzaamheid bevorderen. Gezondheidsproblemen kunnen namelijk sociaal of diepgaand emotioneel contact met anderen moeilijker maken, doordat iemand niet in staat is om contact te onderhouden. Ook kunnen gezondheidsproblemen leiden tot verminderde participatie in de samenleving. Dit kan gevoelens van eenzaamheid vergroten. Verder ervaren ouderen met een migratieachtergrond hun gezondheid op jongere leeftijd (65-) vaak als minder goed dan ouderen zonder migratieachtergrond en hebben zij doorgaans hogere zorgkosten. 

Ook een lagere sociaaleconomische status is een oorzaak van eenzaamheid. Dit vergroot namelijk het risico op verminderde gezondheid. Ook zorgt dit voor minder financiële mogelijkheden tot zorg, ondersteuning en participatie. Veel ouderen met een migratieachtergrond in Nederland hebben een relatief lage sociaaleconomische status, omdat zij vaker werk(t)en in laagopgeleide en minder goed betaalde banen en vaker geen volledige AOW hebben opgebouwd. Deels komt dit door arbeidsmigratie uit de jaren 60 en omdat eerder afgeronde opleidingen en vaardigheden in het land van herkomst vaak anders gewaardeerd worden in het land van aankomst. 

Voor ouderen met een migratieachtergrond kan een taalbarrière de kans op eenzaamheid vergroten. Dit kan namelijk het aanvragen van hulp en ondersteuning en  het leggen van nieuwe contacten in Nederland moeilijker maken. 

Oorzaken in verandering van het sociale netwerk
Door de migratie wonen familie en vrienden van ouderen met een migratieachtergrond vaak in het land van herkomst. De afstand tot deze dierbaren kan zorgen voor gevoelens van verlies. Ook kan dit ervoor zorgen dat er weinig verbondenheid ervaren wordt met Nederland. 

Wanneer mensen ouder worden, verandert hun sociale netwerk. Denk bijvoorbeeld aan een verhuizing of door het overlijden van een partner of vrienden. Dit soort veranderingen kunnen leiden tot eenzaamheid. Maar ook de verwachtingen van het sociale netwerk kunnen oorzaak zijn voor eenzaamheid. Ouderen met een migratieachtergrond hebben vaak een hoge verwachting van hun kinderen over de betrokkenheid bij de familie. Maar deze kinderen kunnen niet altijd voldoen aan de verwachtingen vanwege het eigen werk en gezinsleven. Het verschil in de verwachting en de werkelijke betrokkenheid kan gevoelens van eenzaamheid geven. Daarnaast blijkt dat ouderen met een migratieachtergrond vaker een homogeen netwerk hebben met relatief veel familie en mensen uit de eigen directe kring. Dit vergroot het risico op eenzaamheid wanneer hun netwerk wegvalt

Maatschappelijke oorzaken
Tot slot zijn er ook maatschappelijke oorzaken van eenzaamheid. Dit geeft het interessante inzicht dat eenzaamheid ook door onze maatschappij zelf gevormd wordt. Sommige risicofactoren voor ouderen met een migratieachtergrond worden gecreëerd in de manier waarop onze samenleving is ingericht en doordat de aanpak van eenzaamheid onvoldoende op deze ouderen afgestemd is. 
Een van de maatschappelijke oorzaken heeft te maken met het gemak waarmee ouderen contact leggen met anderen, en hoe dit in onze samenleving mogelijk gemaakt wordt. Zo kan discriminatie zorgen voor uitsluiting van ouderen met een migratieachtergrond, waardoor zij minder zullen participeren in de samenleving en zich minder verbonden voelen met Nederland. Dit kan gevoelens van uitsluiting en eenzaamheid tot gevolg hebben. Ook andere maatschappij-brede factoren spelen hierbij een rol. Denk bijvoorbeeld aan een mogelijke taalbarrière. Dit maakt participatie moeilijker, omdat informatie en hulp vaak niet laagdrempelig en in onbegrijpelijke taal wordt aangeboden. De aanpak van eenzaamheid houdt bovendien lang niet altijd rekening met de culturele achtergrond en gebruiken, waardoor deelname niet altijd aantrekkelijk is voor deze ouderen. 

Eenzaamheid voorkomen en verminderen
Nu we verschillende oorzaken van eenzaamheid onder ouderen met een migratieachtergrond hebben verkend, rest de vraag over de preventie en aanpak. Want wat helpt om eenzaamheid onder deze ouderen te verminderen en te voorkomen? Movisie schreef een wat werkt dossier over de aanpak van eenzaamheid. Hierin is onder meer de effectiviteit van de aanpak van eenzaamheid bij ouderen onderzocht. Het onderzoek richt zich niet specifiek op ouderen met een migratieachtergrond, maar bevat veel werkzame elementen die voor alle ouderen gelden. Onderzoek dat zich specifiek richt op ouderen met een migratieachtergrond laat zien dat er aan de voorkant meer nodig is wanneer het gaat om deze ouderen. Dit betekent dat er beter nagedacht en samengewerkt moet worden met andere partijen, zoals bijvoorbeeld een belangenorganisatie of netwerk voor migranten, om goed aan te sluiten op de behoeften van deze ouderen

Uiteindelijk blijkt dat er voor eenzaamheidsinterventies voor ouderen met een migratieachtergrond vooral aandacht nodig is voor de aansluiting bij de leefwereld. Ondanks dat dit makkelijk klinkt, wordt er in de praktijk nog weinig gehoor aan gegeven. Gesprekken met ouderen over hun ervaringen met eenzaamheid kunnen inzicht geven in wat voor hen belangrijk is en hoe interventies hier op aan kunnen sluiten. Ervaringen kunnen namelijk sterk verschillen. Los van de algemene culturele aspecten voor ouderen met een bepaalde migratieachtergrond is het belangrijk om aandacht te hebben voor het individu. Elke oudere is namelijk uniek en wordt niet alleen gedefinieerd door de eigen migratieachtergrond, maar ook door ervaringen, opleiding, familiesamenstelling en normen en waarden. 

Movisie voert op dit moment verschillende gesprekken met ouderen met een diverse migratieachtergrond om erachter te komen hoe zij ouder worden en eenzaamheid ervaren. Ook vragen wij hen naar de aanpak van eenzaamheid: hoe zien zij het voorkomen en verminderen van eenzaamheid voor zich? Met deze inzichten willen we bijdragen aan betere kennis en handvatten over eenzaamheid bij ouderen met een migratieachtergrond.

 

Literatuurlijst

Centraal Bureau voor de Statistiek (2020a). Hoe eenzaam voelen we ons? Den Haag: CBS. Geraadpleegd via: Hoe eenzaam voelen we ons? - Nederland in cijfers 2020 | CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek (2020b). Jaarrapport integratie 2020: Gezondheid. Den Haag: CBS. Geraadpleegd via: Gezondheid - Jaarrapport Integratie 2020 | CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek (2022). Migrantenouderen in Nederland. Een beschrijvende analyse van de leefsituatie van ouderen uit de 20 grootste herkomstgroepen. Den Haag: CBS. Geraadpleegd via: Migrantenouderen in Nederland (cbs.nl)
Van Tilburg, T. G., & Fokkema, T. (2020). Stronger feelings of loneliness among Moroccan and Turkish older adults in the Netherlands: In search for an explanation. European Journal of Ageing. 
Fokkema, T., & Das, M. (2021, Juni). Marokkaanse en Turkse migrantenouderen zijn eenzaam ondanks sociale contacten. Demos, pp. 5-7.
Fokkema, T., & Ciobanu, R. O. (2021). Older migrants and loneliness: scanning the field and looking forward. European journal of ageing, 18(3), 291-297. 
Fokkema, T., & Das, M. (2021, Juni). Marokkaanse en Turkse migrantenouderen zijn eenzaam ondanks sociale contacten. Demos, pp. 5-7.
Fokkema, T., & Van Tilburg, T.G. (2007). Zin en onzin van eenzaamheidsinterventies bij ouderen [Loneliness interventions among older adults: Sense or nonsense?]. Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie, 38, 185-203
Van der Zwet, R., de Vries, S., & Van de Maat, J.W. (2020). Wat werkt bij de aanpak van eenzaamheid. Utrecht: Movisie. Geraadpleegd via: wat-werkt-eenzaamheid-dossier-2020.pdf (movisie.nl)
Kolste, R., Bozkir-Uysal, Ö., El Jaouhari, S., & Van den Broeke, J. (2021). Gezondheid en kwaliteit van zorg voor iedereen: Eenzaamheidsinterventies. Utrecht: Pharos. Geraadpleegd via: PHAROS-Eenzaamheidsinterventies.pdf
Van Campen, C., Vonk, F., & Van Tilburg, T. (2018). Kwetsbaar en eenzaam? Risico’s en bescherming in de ouder wordende bevolking. Den Haag: Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). Geraadpleegd via: Kwetsbaar en eenzaam? | Publicatie | Sociaal en Cultureel Planbureau (scp.nl)
Klokgieters, S., Van Tilburg, T., Deeg, D., & Huisman, M. (2028). Gezondheidsverschillen onder ouderen migranten in Nederland. Demos, 34(9). Geraadpleegd via: Gezondheidsverschillen onder oudere migranten in Nederland - NIDI
Nhass, H., & Verloove, J. (2020). Tussen verveling en vereenzaming. Een kwalitatief onderzoek naar hoe ouderen met een Marokkanse achtergrond eenzaamheid en ouder worden in Nederland beleven. Geraadpleegd via: Tussen verveling en vereenzaming | Kennisplatform Inclusief Samenleven (kis.nl)
Pharos (2019). Eenzaamheid bij ouderen met lage SES en migratieachtergrond vraagt om andere oplossingen. Geraadpleegd via: Eenzaamheid bij ouderen met lage SES en migratieachtergrond vraagt om andere oplossingen - Pharos
Klok, J., van Tilburg, T. G., Suanet, B., Fokkema, T., & Huisman, M. (2017). National and transnational belonging among Turkish and Moroccan older migrants in the Netherlands: protective against loneliness?. European Journal of Ageing, 14(4), 341-351.
Van de Maat, J.W., Kok, E., & Damhuis, E. (2022). Eenzaamheid verminderen. Wat kunnen we leren van 15 eenzaamheidsprojecten? Utrecht: Movisie. Geraadpleegd via: Eenzaamheid verminderen - geleerde lessen.pdf (movisie.nl)
Coalitie Erbij Rotterdam (juni, 2022). Verslag bijeenkomst zingeving bij mensen met een migratieachtergrond. Geraadpleegd via: Verlag bijeenkomst Lerende Praktijk Migratie en Eenzaamheid • CER (coalitieerbijrotterdam.nl)

carousel1 - 25

Woonvarianten voor senioren. Hoe krijg je ze van de grond?

nu.nl, april 2022

Welke variatie aan woonvormen kan een senior vinden als hij of zij zich wil voorbereiden op levensloopbestendig wonen? In 2018 inventariseerden Platform31 en Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg de bestaande mogelijkheden voor vernieuwende woonzorg voor kwetsbare senioren.
Maar niet elke senior met een woonvraag is kwetsbaar. Soms zijn senioren op zoek naar een leuke nieuwe stap, bijvoorbeeld met de wens om in de nabijheid van gelijkgestemden te gaan wonen.
Dit willen ze dan zonder formele zorg, maar met ‘nabuurschap’; omkijken naar elkaar. Deze inventarisatie richt zich voornamelijk op het aanbod van woonvormen voor senioren die zijn ontwikkeld door sociaal ondernemers en burgerinitiatieven. Het gaat dan vaak om woonvormen die zijn gericht op gemeenschappelijk wonen en nabuurschap. In onderstaande figuur maken we zichtbaar op welke variatie in het woonlandschap voor senioren dit onderzoek zich met name

Antonio Cogoni

Lintje voor Antonio Cogoni

mei 2020

Op vrijdag 24 april jl. verraste burgemeester Halsema WoonSaem-vrijwilliger Antonio Cogoni (1945) via de telefoon met het bericht dat hij was benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau. De feestelijke uitreiking van het lintje vindt op een later moment plaats.

Antonio zet zich al jaren in voor Italiaanse ouderen, zowel binnen als buiten Amsterdam. Na WO II kwamen deze ouderen als arbeidsmigranten naar Nederland. Voor degenen die niet zijn teruggekeerd naar het land van herkomst bleef Nederland vaak een 'vreemd' land. Maar met hulp van Antonio weten zij hun weg te vinden. Jaarlijks bezoekt Antonio tientallen ouderen thuis, helpt bij het vertalen van brieven en formulieren en gaat mee naar gesprekken met artsen en andere hulpverleners. En als iemand zin heeft in een lekker bordje pasta, dan draait hij ook daar zijn hand niet voor om.

Antonio is een onmisbare schakel tussen deze Italiaanse ouderen en de samenleving. Wij hopen dat hij zijn waardevolle werk nog heel lang mag doen.


Veel dank Antonio!

carousel1 - 34

Er is behoefte aan collectieve woonvormen voor senioren

maart 2020

In de afgelopen decennia is in Amsterdam een aantal collectieve woonvoorzieningen voor migrantengroepen gebouwd. Volgens Harry Moeskops, voorzitter van WoonSaem, dat als ‘verbindingsofficier’ tussen migrantengroepen enerzijds en gemeente en corporaties anderzijds fungeert, is de vraag onder oudere migranten naar geclusterd wonen ook nu aanzienlijk. “De culturele achtergrond en de eigen taal spelen op latere leeftijd misschien wel een grotere rol. Wij helpen momenteel een Marokkaanse, Turkse, Surinaamse, Ghanese en West-Afrikaanse groep een geschikte en vooral betaalbare plek te vinden in de stad.” Moeskops geeft aan dat enkele jaren geleden eerst een groep werd geformeerd om vervolgens naar een locatie op zoek te gaan. “Omdat betaalbare locaties zo moeilijk te vinden zijn, hebben we dat omgedraaid: eerst een locatie en dan de groep begeleiden.” WoonSaem richt zich op de hele Metropoolregio en heeft bijvoorbeeld een groep oudere migranten in Hoofddorp kunnen ondersteunen. Maar WoonSaem helpt momenteel ook een groep Marokkaanse senioren in het Utrechtse Kanaleneiland. “En het is heel mooi dat Eigen Haard in de Kolenkitbuurt in nieuwbouw ruimte maakt voor een groep oudere Marokkaanse Amsterdammers. Het is de bedoeling dat zij begin volgend jaar in de woningen kunnen trekken.”

Op het dak van een woon/winkelcomplex in het in 2014 opgeleverde Oostpoort staat het theehuis van een woongroep voor de Chinese ouderen. Zij wonen eromheen in twintig seniorenwoningen van Ymere.

Dit interview is onderdeel van het artikel Plek gezocht voor 'Knarrenhoven' 

Gepubliceerd op NUL20

PHOTO-2022-02-22-10-47-49-1.jpg

Ouderenzorg | Maar dan anders | NOS

NOS, november 2019

Zou je liever ouder worden in een verzorgingshuis of wil je zo lang mogelijk thuis blijven wonen met bijvoorbeeld iemand die je 24 uur kan verzorgen? Veel ouderen in Italië kiezen voor dat laatste en halen een badante in huis, een zorg-au pair. Dat zie je in deze Maar dan anders. In Nederland bestaat deze mogelijkheid ook, maar in Italië worden ze op veel grotere schaal ingehuurd. Is dit, mits goed geregeld voor beide partijen, een oplossing voor de toekomst? In Maar dan anders zie je onderwerpen die in Nederland spelen en laten we je zien hoe ze in het buitenland met iets soortgelijks omgaan. De bevolkingscijfers in de video komen trouwens van het CBS en het Italiaanse nationale instituut voor statistieken ISTAT.

Bron NOS

 

PHOTO-2022-05-28-11-04-22-7.jpg

Succesfactoren multiculturele woongemeenschap ‘De Eijk’

september 2019

Interview met Glenn Hussain, initiatiefnemer De Eijk

Door Yvonne Witter (Aedes) en Barbara van Straaten
23 september 2019

Sinds een paar jaar woont er een bont gezelschap in Hoofddorp. Twintig van de 86 woningen in wooncomplex ‘De Eijk’ vormen daar een thuis voor een multiculturele woongemeenschap voor oudere migranten. De bewoners zijn afkomstig uit Somalië, Marokko, Jordanië, Palestina, Suriname, Irak, Iran en Nederland. De jongste bewoner is 58, de oudste al de negentig gepasseerd. Het verhaal achter de woongemeenschap begint in 2007 met een idee. Tien jaar later werd het complex gerealiseerd. Glenn Hussain, initiatiefnemer van de woongemeenschap en voorzitter van de Stichting Groepswonen voor Migrantenouderen (SGMO), vertelt zijn verhaal.

Glenn Hussain heeft het druk: “Ik ben als voorzitter van de SGMO veel tijd kwijt met het reilen en zeilen van de woongroep. Dat doe ik naast mijn betaalde baan. Ja, het is liefdewerk oud papier, maar ik vind het belangrijk dat zulke woonvoorzieningen er zijn. Dat is mijn drive.” Hij legt uit: “Het wonen in deze woongemeenschap kan een bijdrage leveren aan het voorkomen van eenzaamheid. Ik wil niet dat oudere migranten vereenzamen.” Hussain heeft geduld en doorzettingsvermogen moeten tonen om de woonvoorziening te realiseren – tussen het eerste idee en de officiële opening zit tien jaar. Hoe komt dat? “Het idee paste eerst niet in het beleid van de gemeente. Toen een paar jaar later twee verzorgingshuizen gingen sluiten waaide er een andere wind. Ook door beleid op het gebied van langer thuis wonen.” Ondertussen haakte eerst één, en toen een tweede corporatie af met bezuinigingen als argument. “De woongemeenschap werd door hun gezien als een onrendabel project.”

 

Een unieke mix

Woonzorg Nederland zag wel kansen. Was dat een doorbraak? “Ja. Steun van grote organisaties is onmisbaar om serieus genomen te worden. Maar minstens zo belangrijk was de begeleiding door van medewerkers van Woonsaem, Kenniscentrum Gemeenschappelijk Wonen voor Oudere Migranten. Zij hebben geholpen bij het vinden van een locatie, het onderhandelen met de gemeente en de gesprekken met de corporatie.”

De multiculturele woongemeenschap van ‘De Eijk’ is uniek in Nederland. Ons land kent meer dan zestig woongemeenschappen voor ouderen een migratie-achtergrond, maar deze zijn vaak gebaseerd op een gedeelde culturele achtergrond. Hussain: “De combinatie van mensen met verschillende migratieachtergronden is bijzonder. Dat maakt het levendig en interessant. Het is moeilijk om iedereen tevreden te stellen, en soms zijn er misverstanden. Taal speelt daar soms een rol in – het Nederlands van sommige bewoners is zo slecht dat ze niet aan activiteiten mee willen doen.” Net als in andere woongemeenschappen is het een opgave om de echt oudere bewoners te bereiken. “We zorgen voor een zo gevarieerd mogelijk aanbod aan activiteiten, en hopen samen met vrijwilligers zo veel mogelijk mensen te bereiken.” Een voorbeeld? Hussain somt op: “Breien, bingo, taalles, koffieochtenden, spelletjes, schilderen, bewegen, samen eten… voor elk wat wils.”

 

Tussen de Nederlanders

Sommige bewoners hebben elkaars sleutel, en waar nodig wordt voor elkaar gezorgd. Hussain: “Eén bewoonster heeft hulp nodig met het kammen van de haren en aankleden. Dan staat er altijd wel iemand voor haar klaar. En als het nodig is trekken medebewoners aan de bel en kan professionele zorg ingeschakeld worden.” Een bewoonster sluit hierop aan: “Ik heb bewust gekozen voor deze woongroep. Ik wilde kleiner wonen en het gevoel hebben dat er naar me omgekeken wordt. Dat heb ik hier gevonden; het is een paradijs voor me.” Haar medebewoner vult aan: “Ik heb altijd tussen Nederlanders gewoond, en vind het leuk dat ik nu in een complex woon waar dat ook zo is.” Gevraagd naar mogelijke verbeterpunten antwoorden de bewoners eensgezind: “Meer parkeerplekken!”

 

Succesfactoren

Op onze vraag naar succesfactoren heeft Hussain een helder antwoord: “Op de eerste plaats dagelijks veel verschillende activiteiten. Wanneer er elke dag iets te doen is, komen mensen in actie en ontmoeten ze elkaar.” Een bewoonster die zelf veel organiseert lacht: “Het is soms zelfs te druk: ik dacht dat ik rustig met pensioen was, maar ik ben drukker dan ooit!” De activiteiten zijn niet exclusief voor bewoners, maar ook toegankelijk voor bewoners uit andere delen van het complex én buurtbewoners. “Dat is de tweede succesfactor”, vervolgt de initiatiefnemer. “Het grote aantal vrijwilligers en bewoners dat bij de activiteiten betrokken is.” Als het even kan vanuit eigen talent en expertise: “Een van de bewoners is een gepensioneerde lerares. Zij geeft hier taalles. Dit bevordert het gevoel nuttig te zijn en erbij te horen.” Welke rol speelt de SGMO, de stichting waar Hussain voorzitter van is? “Deze is erg betrokken, onder andere door middel van een wekelijks spreekuur. Dit is de laatste succesfactor. Zorg dat je weet wat er speelt onder bewoners, en ben beschikbaar om praktische vragen te beantwoorden.”

Wachtlijst

Natuurlijk zijn er ook knelpunten. Hussain: “Het is lastig om steun te krijgen van de lokale overheid – het ontbreekt aan visie, of er is geen aandacht voor het onderwerp. Dat maakt het moeilijk om dit soort initiatieven te realiseren.” Gemeenten werken vaak samen met maatschappelijke organisaties om ouderen te begeleiden, maar wanneer deze geen kennis over migrantenouderen in huis hebben is goede samenwerking ingewikkeld. Dit heeft echter geen invloed op de belangstelling voor de woongroep: er staan tachtig mensen op de wachtlijst. Hussain is in gesprek met andere gemeenten en corporaties. Het doel? Meer multiculturele woongemeenschappen realiseren.

Dit interview is gepubliceerd op Platform31

Brasa 5063 kopie.jpeg

Er is behoefte aan collectieve woonvormen voor senioren

april 2019

In de afgelopen decennia is in Amsterdam een aantal collectieve woonvoorzieningen voor migrantengroepen gebouwd. Volgens Harry Moeskops, voorzitter van WoonSaem, dat als ‘verbindingsofficier’ tussen migrantengroepen enerzijds en gemeente en corporaties anderzijds fungeert, is de vraag onder oudere migranten naar geclusterd wonen ook nu aanzienlijk. “De culturele achtergrond en de eigen taal spelen op latere leeftijd misschien wel een grotere rol. Wij helpen momenteel een Marokkaanse, Turkse, Surinaamse, Ghanese en West-Afrikaanse groep een geschikte en vooral betaalbare plek te vinden in de stad.” Moeskops geeft aan dat enkele jaren geleden eerst een groep werd geformeerd om vervolgens naar een locatie op zoek te gaan. “Omdat betaalbare locaties zo moeilijk te vinden zijn, hebben we dat omgedraaid: eerst een locatie en dan de groep begeleiden.” WoonSaem richt zich op de hele Metropoolregio en heeft bijvoorbeeld een groep oudere migranten in Hoofddorp kunnen ondersteunen. Maar WoonSaem helpt momenteel ook een groep Marokkaanse senioren in het Utrechtse Kanaleneiland. “En het is heel mooi dat Eigen Haard in de Kolenkitbuurt in nieuwbouw ruimte maakt voor een groep oudere Marokkaanse Amsterdammers. Het is de bedoeling dat zij begin volgend jaar in de woningen kunnen trekken.”

Rahma Mgharbi (84) staat in haar woonkamer in haar flat in Leiden.Beeld Cigdem Yuksel

Deze gastarbeiders zijn oud in een land dat een tussenstop had moeten zijn

https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/deze-gastarbeiders-zijn-oud-in-een-land-dat-een-tussenstop-had-moeten-zijn~b4927fb1/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F, december 2018

Veel van de oude gastarbeiders die nu met pensioen zijn hebben het financieel moeilijk, hun gezondheid is slecht en ze kampen met eenzaamheid. Ze krijgen niet de zorg die ze nodig hebben.

Afke van der Toolen, 14 december 2018, 21:22
 
  

Voor haar op het tafeltje liggen twee mobiele telefoons. Eentje voor Nederland en eentje voor Marokko, twee werelden binnen handbereik, niet smart, gewoon toets.


Rahma Mgharbi woont in een Leidse flat, op de zesde verdieping. Op deze hoogte, met alle ramen dicht, hoor je geen verkeer, geen stemmen op straat. Het enige wat hier dag en nacht klinkt is het getik van haar verzameling klokken. Een pendule, een buitenmodel wekker, een ragfijn gevalletje op glazen pootjes: alleen al in de huiskamer zijn het er tien.

‘Ik weet niet, ik hou van klokken’, lacht ze. Meestal kijkt ze serieus, maar lachen doet ze dus ook. Ook om het feit dat alle wijzers op zomertijd staan, terwijl het al wintertijd is. ‘Geeft niet.’

  
Lang geleden werd haar man geronseld door de touwfabriek in Leiderdorp. Zijzelf bleef in Marokko achter, maar na een aantal jaren haalde hij haar met de kinderen op. ‘Ik wilde niet. Ik moest alles achterlaten’, zegt ze. ‘Maar het moest maar.’

Nu is ze 84 jaar oud. Haar man is dood, zonder hulp kan ze de deur niet uit en midden in de kamer staat een tafel volgepakt met medicijnen: longinhalators, diabetesnaalden, een complete miniatuurapotheek.

Zwart beeld
Mgharbi is een van de vele Marokkaanse en Turkse Nederlanders die oud zijn geworden in het land dat een tussenstop had moeten zijn. Tegen de vijftigduizend van de oude gastarbeiders en hun vrouwen zijn inmiddels met pensioen, en dat worden er de komende jaren nog veel meer: ruim honderdduizend zijn nu tussen de 50 en 65. De vraag is: hoe ziet hun wintertijd eruit?

Financieel hebben ze het sowieso moeilijk. Nagenoeg allemaal kampen ze met een gekorte AOW, omdat ze niet lang genoeg in Nederland zijn voor het volledige bedrag. Maar er is meer aan de hand. Uit allerlei onderzoeken doemt een zwart beeld op van hun gezondheid en welzijn. Onlangs publiceerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) cijfers waaruit blijkt dat Marokkaans- en Turks-Nederlandse ouderen zich ongezonder voelen dan welke andere bevolkingsgroep dan ook. Drie jaar geleden meldde de GGD al in een rapport over de grote steden dat de helft van hen minimaal vier chronische aandoeningen heeft, ruim tweemaal zoveel als geboren Nederlanders. Suikerziekte komt voor bij 53 procent van de Marokkaans-Nederlandse en 35 procent van de Turks-Nederlandse ouderen, tegen 16 procent van de oorspronkelijke Nederlanders.

Daar blijft het niet bij. Uit onderzoek van neuropsychologe Özgül Uysal-Bozkir blijkt dat deze ouderen drie à vier keer meer kans hebben om dement te worden dan andere ouderen. Dat komt door de slechte fysieke gezondheid, maar ook door psychische problemen als eenzaamheid. Dat laatste is een probleem op zichzelf: in de grote steden lijdt bijna 70 procent eraan, aldus de GGD.

Redenen genoeg om volop professionele hulp te zoeken. Alleen gebeurt dat maar sporadisch. In 2014 berekende Alzheimer Nederland dat thuiszorg maar bij 1 procent van de Marokkaans-Nederlandse ouderen over de vloer komt en bij 7 procent van de Turks-Nederlandse ouderen. Bij geboren Nederlanders is dat 16 procent. Verpleeghuizen krijgen maar 1 procent van de niet-westerse dementerenden binnen, bij de rest is dat 30 procent.

Dat komt vooral doordat deze gastarbeiders een traditionele opvatting van ouderenzorg hebben: dat doen je kinderen. Maar de tweede generatie kan of wil niet meer aan dat ideaal voldoen – wat vervolgens uit schaamte verborgen wordt gehouden.

En zo vallen veel oude gastarbeiders van toen tussen wal en schip. En krijgt Nederland te maken met een snel groeiende groep burgers die niet de zorg krijgt die ze nodig heeft.

Een groep met een bijzondere voorgeschiedenis – juist daaruit komen veel van de problemen voort. Inclusief die ene meest voorkomende chronische aandoening: ontheemding. ‘Ons moederland is óók buitenland’, zegt Rahma Mgharbi. ‘Wij hebben geen land.’

Werken en overwerken
Zijn stem is minder krachtig dan vroeger, maar eigenlijk past dat wel bij het heimweelied dat hij aanheft. Fahri Isik, 80 jaar oud. Wie op YouTube zijn naam intikt, vindt hem meteen: oude opnames als zanger, foto’s als knappe jongeman. Voordat hij naar Nederland kwam was hij beroemd in Turkije. Hij zong voor de nationale radio en maakte 36 platen.

Maar ja: ‘Wel roem, geen geld.’ Zijn gezin kon hij er niet mee onderhouden, en hij liet zich werven als textielarbeider in Twenthe.

Vertellen over wat volgde, vindt hij wel wat beschamend, maar hij wil ook dat iedereen het weet. De keuring: ‘Uitkleden, vooroverbuigen en je laten visiteren, als vee.’ De behuizing: ‘Een barakkenkamp met prikkeldraad eromheen.’ De begeleiding: ‘We kregen geen taalles, niets. Alles werd over onze hoofden heen geregeld. Wij waren er alleen voor werken en overwerken.’

Ruim honderdduizend Turkse en Marokkaanse gastarbeiders kwamen in de jaren zestig en zeventig naar Nederland. Anders dan nu werden geen grenzen opgetrokken tegen vreemdelingen op zoek naar een beter leven. Voortjagend op het economisch hoogtij ging de industrie, mét officiële steun van de overheid, naar armere landen om werkkrachten te werven. In 1966 kon een regionale krant nog koppen: ‘Gastarbeiders verwerven in enkele jaren gewaardeerde positie’.

Foto’s uit die tijd tonen energieke jongemannen, sommigen gestoken in de hippe wijde broekspijpen van toen, anderen in een goedkoper-dan-goedkoop confectiepak. Ze kwamen meestal uit arme agrarische streken, waren laaggeschoold, vaak zelfs analfabeet, en volgden maar al te graag de lokroep uit Nederland.

Isik, de beroemde zanger, moest genoegen nemen met een nederig bestaan in de wolspinnerij, en later in de Eternit-fabriek. Zijn compensatie: zelfstudie. Tweeduizend boeken prijken in zijn kast: Nietzsche, Tolstoj, politicologie. Inmiddels is hij bijna blind, en blijven al die boeken noodgedwongen dicht.

Rustig, soms even fel, legt hij uit waar veel van de huidige problematiek vandaan komt. ‘Ikzelf kwam als zanger in Istanbul, had al wel wat gezien. Maar de meeste anderen waren zelfs nog nooit hun dorp uit geweest. Niemand beseft meer wat een enorme cultuurschok zij toen beleefden.’ Hij wil maar zeggen: daardoor klitten de gastarbeiders bij elkaar. Samenkomsten, onderlinge collectes: ‘Wij deden alles voor elkaar.’ Zo bouwden de gastarbeiders hier hun eigen besloten gemeenschap, waarbinnen cultuur en traditie volop werden gekoesterd.

  

De Turks-Nederlandse Mehmet (82) in zijn kamer in een Haags verzorgingshuis.Beeld Cigdem Yuksel

   
De Turks-Nederlandse Mehmet (82) in zijn kamer in een Haags verzorgingshuis. Beeld Cigdem Yuksel


Natuurlijk speelde ook mee dat iedereen dacht dat het maar tijdelijk was. Een paar jaar goed geld verdienen voor een betere toekomst, voor de kinderen vooral ook. Dat goede geld viel tegen. Het gezin kwam over naar Nederland, de kinderen gingen naar school, wortelden, hadden hier zoveel betere vooruitzichten dan thuis. De paar jaar hard werken rekten stukje bij beetje op tot levenslang.

‘Hij heeft alles voor ons opgeofferd’, zegt Isiks zoon Cuneyt, die soms even voor hem tolkt.

‘Maar natuurlijk! Dat is onze cultuur!’, roept Isik.

Rekent hij erop dat zijn kinderen voor hem en zijn vrouw zullen zorgen? ‘Alles wat ik verwacht is dat ze op het goede pad blijven.’ En daarmee is dat onderwerp wat hem betreft afgesloten.

Alleen
Het miezert een beetje, maar dat lijkt haar niet te deren. Op stoere zwarte sneakers loopt ze door haar achtertuin, haar sneeuwwitte djellaba opbollend in de wind. Fatima Miman (82) verkeert in zeer slechte gezondheid, maar de tuin blijft ze doen. Een olijfboom, uitjes, artisjokken: een postzegel grond in Kanaleneiland, maar ook een beetje Rif. Een snufje jeugd.

Wijlen haar man was zijn hele Hollandse leven afwasser. Zijzelf is moeder, maar die rol vervult ze niet meer echt. Drie van haar kinderen liggen in Marokko begraven, drie anderen ziet ze nauwelijks meer.

Weer binnen gaan de sneakers uit, maar iets van hun stoerheid blijft aan haar kleven. Ze vertelt dat ze de thuishulp heeft afgezegd (‘Elke drie maanden iemand anders! Niet goed’). En beweert stellig dat ze – echt waar – niets tekortkomt.

Op dat ene na dan. De kinderen. Daar piekert ze over, elke avond in bed. Want hoe moet het als haar die nacht iets overkomt? Ze wendt haar gezicht af. ‘Moeilijk, alleen.’

De pijn van Miman is bijna alomtegenwoordig bij haar generatie. Mantelzorg als ideaal, dat zit echt diep. In het werk van antropoloog Ibrahim Yerden over Turkse ouderen is te lezen hoe dat komt. De meeste gastarbeiders komen van het platteland, waar mantelzorg zo’n zware norm is dat de hele gemeenschap de naleving ervan in de gaten houdt.

Hier in Nederland staat dat ideaal nog steeds recht overeind. Maar met de naleving gaat het veel minder. De kinderen zelf zijn te vernederlandst, en ook praktisch zit er van alles in de weg. Een betaalbaar huis dicht bij zoon of dochter is vaak onhaalbaar. En samenwonen is vanwege de beruchte kostendelersnorm (een korting op de bijstandsuitkering van samenwonenden) een kostbare zaak.

Ondertussen is ook de tweede generatie nog niet los van het ideaal. ‘Traditionele ideaalbeelden van zorg, zorgverwachtingen en zorgpraktijken veranderen niet van de ene dag op de andere’, schrijft Yerden. De drijvende kracht is schaamte. Bij de ouders omdat ze tekortschietende kinderen hebben. Bij de kinderen omdat ze niet doen wat ze zouden moeten doen.

En precies daarom wil Fatima Miman beslist niet op de foto, zelfs niet bij haar geliefde olijfboom. Zo’n gênant verhaal vertellen, mét haar gezicht erbij? ‘Nee! Altijd nee.’

Dagbesteding
Hollandser kan het uitzicht niet. Een ophaalbrug, een rivier, de uitlopers van een woonwijk en, een eindje naar links, een meubelboulevard. De vrouwen op de eerste verdieping zitten er heel praktisch bij. Grote ramen, makkelijk schoon te maken tafels, een kleurige wandversiering: welzijnsgezelligheid.

Rahma Mgharbi heeft haar klokken een ochtendje in de steek gelaten voor de dagbesteding van stichting Radius. Dat doet ze twee ochtenden in de week, en steevast troont ze dan aan de kop van de tafel, solide in haar rechttoe, rechtaan-djellaba, haar handen non-stop doende met dit of dat haakpatroon.

De anderen noemen haar de moeder van de groep. Zij van haar kant, als ze op zomervakantie in is in haar geboortestad Tanger, belt elke week op om te vragen hoe het gaat. Toch is zij de enige hier die niet van Turkse origine is.

‘Geeft niet’, zegt ze.

Moslima’s onder elkaar immers, die ook nog eens eenzelfde geschiedenis delen. Samengevat in één symbool: daar links waar nu die meubelboulevard staat, bevond zich destijds de touwfabriek waar de meeste van hun mannen werkten.

Tegen twaalven worden de kleur-, plak- en handwerkjes weggeborgen: lunchtijd. Allerlei thuis bereide hapjes komen uit de tassen tevoorschijn. ‘Je eet toch wel mee?’

Terwijl deze speciale migrantenopvang al jaren draait, wil het elders niet vlotten. Het Kenniscentrum Wonen-Zorg van Aedes-Actiz telde vorig jaar maar zeven locaties speciaal voor Turkse en/of Marokkaanse ouderen.

‘De vertaalslag van aanbieders naar doelgroep wordt nog niet goed gemaakt’, zegt opbouwwerker Saïd Amghar van Libertas Leiden. ‘Vooral Marokkaanse ouderen zijn moeilijk bereikbaar. Ze zitten vaak maar wat in de moskee, maar daar wordt niets voor ze georganiseerd. Als welzijnswerker vraag ik me af: hoe leeft deze groep? Hoe groot is hun vraag? Waarom wordt er door instellingen en organisaties niet meer nagedacht over wat er kan worden gedaan?’

Precies dat, erover nadenken, doen sommige gastarbeiderskinderen wel degelijk. En ze doen er ook wat mee. Utrechtenaar Abdelkader Tahrioui bijvoorbeeld. Hij trok Kanaleneiland in om Marokkaans-Nederlandse ouderen te vragen wat ze nodig hadden. Nu verzorgt zijn stichting Attifa een vierdaagse dagopvang.

‘Veel Marokkaanse ouderen worden passief, terwijl ze nog best veel kunnen’, zegt hij. ‘Deze mensen hebben nooit hobby’s gehad. Dus de vraag was: wat vinden ze eigenlijk leuk?’ Het antwoord bleek simpel: bezigheden uit hun jeugd. Tuinieren bijvoorbeeld, want veel van deze mensen komen oorspronkelijk van het platteland.

En daar bij Attifa zit viermaal per week ook Fatima Miman, met stoere sneakers en al. Ze heeft er speciaal haar scootmobielrijbewijs voor gehaald: voor het eerst in haar leven neemt ze anders dan lopend deel aan het verkeer. En net als in haar eigen tuin heeft ze ook hier een olijfboom geplant.

 

Ex-zanger Fahri Isik (80), ooit een beroemd Turks zanger, later textielarbeider in Twente.Beeld Cigdem Yuksel

 

Ex-zanger Fahri Isik (80), ooit een beroemd Turks zanger, later textielarbeider in Twente. Beeld Cigdem Yuksel


Levenslange droom
Een olijvenkraam in de Amsterdamse Ten Katestraat. In de bijbehorende winkel zit, gemoedelijk tussen zijn schappen vol winkelwaar, Mohammed Loukan (69). ‘Kom binnen! Koffie, thee?’

Loukan is geen gastarbeider in strikte zin. Hij liep weg van huis omdat hij niet in de militaire voetsporen van zijn vader wilde treden. Klom hier in Nederland op van schoonmaker tot hotelreceptionist, maakte de overstap naar jeugdwerk, richtte en passant een voetbalclub op en begon uiteindelijk een marktkraam die uitgroeide tot deze winkel.

Hij is hier op zijn plek. ‘Nederland is een van de beste landen ter wereld’, vindt hij. ‘De mensen hier zijn eerlijk en makkelijk in de omgang, durven direct te zijn. En ze zijn behulpzaam.’ Dus terugkeren naar Marokko? Nee.

Voor de meeste gastarbeiders was teruggaan juist een levenslange droom. Er is ook een regeling voor: vanaf hun 55ste kunnen ze een remigratie-uitkering aanvragen. Hoeveel belangstelling daarvoor bestaat, blijkt wel uit de 15.000 contacten die het Nederlands Migratie Instituut (NMI) jaarlijks noteert. Maar al is de heimwee alomtegenwoordig, toch vertrekken er van die 15.000 uiteindelijk maar 2 à 3 procent. Het grootste struikelblok volgens NMI-adviseur Nur Kaya: de vrouwen willen niet mee.

‘Zij hebben destijds gedwongen afscheid moeten nemen van hun vertrouwde omgeving. Nu willen ze niet ook nog eens afscheid nemen van hun kinderen en kleinkinderen.’ Kaya maakt om die reden moeilijke gesprekken mee. En ze ziet geregeld dat het uitloopt op een scheiding: de man keert terug, de vrouw blijft.

Ook Bouchaib Saadane van NOOM, een netwerkorganisatie voor migrantenouderen, kent het verschijnsel. ‘De man denkt: mijn taak hier zit erop. De vrouw zegt: mijn wortels liggen nu hier. In extreme gevallen besluit de man dan alleen te gaan.’

De meesten kiezen voor een bestaan tussen twee werelden. Hun heimwee stillen ze met pendelen: elk jaar een aantal maanden doorbrengen in het geboorteland, de rest van de tijd hier.

Dat gaat Mohammed Loukan over een tijdje ook doen. Zijn vrouw doet het al. Want hun zoon (arts in opleiding) en een dochter (leidinggevende bij een bank) zitten dan wel hier, een tweede dochter woont met man en kinderen in Marokko. Maar terugkomen zal hij altijd. ‘Ik hou van mijn werk en ik hou van Nederland, dus dat laat ik niet zomaar los.’

Schrijnend
In een krap halletje in een Haags verpleeghuis staat een houten stoel met daarop een kleine oude man: Mehmet (82). Zwart jasje, donkerblauw petje, schoenen met praktisch klittenband. Hij zit erbij alsof hij wacht maar allang vergeten is waarop. In zijn kamer iets verderop hangt Atatürk aan de muur, in maar liefst vier versies, jong en middelbaar. Demir heeft het leven van zijn grote held beter in kaart dan dat van zichzelf.

Ontheemder dan deze man kan bijna niet. Opgegroeid in een uitzichtloos Turks dorpje op Kos. Een korte periode als zelfbenoemd broodjesverkoper in Turkije. In 1971 naar Nederland gehaald door de Brabantse industrie. En nu zit hij hier in het hem onbekende Den Haag, op een psychogeriatrische verpleegafdeling met verder alleen witte mensen.

Dochter Fatos Ipek vindt het schrijnend om hem zo te zien. ‘Hij heeft zijn hele leven keihard gewerkt, aan de toekomst gebouwd, gespaard om terug te kunnen – en nu zit hij hier.’ Ze vindt het belangrijk dat zijn verhaal wordt verteld, ook al kan hij dat zelf dat niet meer rechtstreeks doen. ‘Ik weet dat hij de aandacht hiervoor heel belangrijk vindt.’

Ipek koos voor deze oplossing omdat ze wil dat haar vader goed verzorgd wordt. Veel andere oude gastarbeiders worden thuisgehouden, vaak zonder de nodige zorg. Tahrioui van Attifa schetst een beeld: ‘Je neemt je dementerende moeder in huis, geeft haar eten en schone kleren, maar laat haar verder de hele dag alleen, achter een gesloten deur omdat je bang bent dat ze naar buiten gaat.’ Daarom heeft Attifa naast de dagopvang ook een eigen thuiszorg en werkt het aan een woongroep.

Ook andere gastarbeiderskinderen springen in het gat. In Enschede kon zorgmanager Sevilay Dalli geen passende voorziening voor haar vader vinden. Zij zette Devio op, dat onder andere een verpleegafdeling voor migrantenouderen biedt.

De buitenwereld ziet dat niet altijd zitten – waarom moeten die migranten nou weer iets aparts krijgen? Dalli’s antwoord: ‘Mensen met dementie vallen terug in oude routines. Een Friezin gaat Fries praten, een Turkse Turks. Een waardige, geborgen oude dag betekent dat je daarop inspeelt.’ Het is een hulpmiddel, benadrukt ze, geen ideologie. ‘Mensen die slecht lopen geef je een rollator, mensen die slecht verzorgd worden vanwege het taalverschil bied je de taal.’

‘Marrakech-rode’ muren
Kenniscentrum Wonen-Zorg telt alles bij elkaar tien aparte verpleegvoorzieningen en zeven woongroepen. Slechts één woongroep en één verpleegafdeling hebben een Marokkaanse signatuur.

Dat het kan, bewijst Amana in Utrecht, de Marokkaanse afdeling van verpleeghuis Careyn Rosendael. Al was ook daar het begin moeilijk. ‘De eerste zes maanden stond ik hier alleen met één bewoner en elf lege bedden’, vertelt verzorgende Hamid Benkina, zelf eerste generatie. ‘Als ik op vakantie ging, moest de afdeling dicht.’ Dat Amana toch overleefde is te danken aan verzekeraar Agis, die garant stond voor twee jaar financiering. Dat gaf tijd het vertrouwen van de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap te winnen.

‘Nog steeds zijn er orthodoxen die zeggen: je moest je schamen’, zegt eerst-verantwoordelijke Khadija Yousfi. ‘Maar er zijn er ook die overstag gingen toen ze zagen dat de verzorging Marokkaans is, en dat de bewoners vanuit hun eigen achtergrond worden benaderd.’

Nu, negen jaar verder, vult Amana veertien bedden en heeft het een wachtlijst van vijf. Het is de enige afdeling van het verpleeghuis met een kleurtje: de muren zijn er ‘Marrakech-rood’, zoals Yousfi het noemt. Regelmatig komt er iemand van een andere verdieping vragen wat er toch zo lekker ruikt. Dan zijn er weer vrijwilligers komen koken – vrouwen uit die eerst zo wantrouwige Marokkaans-Nederlandse gemeenschap.

Al die inspanningen, al die initiatieven om de eigen ouderen goed onder dak te brengen – Tahrioui van Attifa benadrukt dat het maar iets tijdelijks is. Voor hém zal het niet meer hoeven, zo’n aparte voorziening. ‘Ik wil wel met jou in een verpleeghuis’, lacht hij. ‘Als jij dat tenminste ook wil?’

De winter nadert alweer, de laagstaande zon schijnt uitbundig de flat van Rahma Mgharbi binnen. Zijzelf heeft er inmiddels een probleem bij. Ze heeft veel pijn aan haar been, de tafel met medicijnen is weer iets voller geworden. Naar de dagopvang, dat gaat nu niet. Haar wereldje is nog een stukje kleiner geworden.

‘Ik leef nog’, lacht ze desondanks.

Maar hoe moet het als het nog minder gaat? Naar een van haar zoons? Nee, die hebben het te druk met hun garagebedrijf. Naar een verpleeghuis dan? Ze kijkt wantrouwig: wat is de bedoeling van die vraag, moet ze soms uit haar huis?

‘Dít is mijn huis!’

Ze wil nog maar één keer verhuizen: naar haar graf in het land van haar jeugd.

Net als de meeste anderen legt Mgharbi daar maandelijks geld voor in bij een speciale uitvaartverzekering. Een van de ‘dagklanten’ bij het Enschedese Devio, de 82-jarige Ahmet Bulduk, verwoordt het algemene sentiment zo: ‘Ik was het allerliefst zelf teruggekeerd. Maar nu gaat tenminste mijn lichaam nog terug.’

PHOTO-2022-07-17-14-04-13.jpg

Woonvarianten voor senioren.

april 2018

Welke variatie aan woonvormen kan een senior vinden als hij of zij zich wil voorbereiden op levensloopbestendig wonen? In 2018 inventariseerden Platform31 en Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg de bestaande mogelijkheden voor vernieuwende woonzorg voor kwetsbare senioren.
Maar niet elke senior met een woonvraag is kwetsbaar. Soms zijn senioren op zoek naar een leuke nieuwe stap, bijvoorbeeld met de wens om in de nabijheid van gelijkgestemden te gaan wonen.
Dit willen ze dan zonder formele zorg, maar met ‘nabuurschap’; omkijken naar elkaar. Deze inventarisatie richt zich voornamelijk op het aanbod van woonvormen voor senioren die zijn ontwikkeld door sociaal ondernemers en burgerinitiatieven. Het gaat dan vaak om woonvormen die zijn gericht op gemeenschappelijk wonen en nabuurschap. In onderstaande figuur maken we zichtbaar op welke variatie in het woonlandschap voor senioren dit onderzoek zich met name