Pagina in het nederlands Pagina in het turks Pagina in het nederlands Pagina in het marokkaans

Welkom op de website van Woonsaem

WoonSaem voor Gemeenschappelijk Wonen Oudere Migranten 

WoonSaem ondersteunt en stimuleert oudere migranten om eigen gemeenschappelijke woonvormen op te zetten. De stichting geeft projecten gericht op groepswonen een stevige basis en helpt deze sneller te realiseren.

Zelfredzaamheid en de eigen kracht van ouderen die in een groep willen wonen, vormen daarbij het uitgangspunt. Stichting WoonSaem is een initiatief van Stichting Het R.C. Maagdenhuis en wordt mogelijk gemaakt door een aantal fondsen en samenwerkingspartners.

In de buurt van kinderen en kleinkinderen

Heeft u als migrant in Nederland ook jarenlang het idee gehad om op latere leeftijd terug te keren naar uw geboorteland? Wilde u daar uw oude dag doorbrengen, dicht bij uw familie en in uw eigen vertrouwde cultuur?

Misschien bent u er inmiddels achter gekomen dat dit geen optie meer is. Terugkeer zou immers betekenen dat u de warmte van uw kinderen en kleinkinderen in Nederland moet missen. Heeft u daarom de keuze gemaakt om hier te blijven en oud te worden, dicht bij uw dierbaren?

Steeds meer migranten kiezen hiervoor. De gezondheidszorg is hier goed geregeld en dat geeft de nodige zekerheid. Mocht u medische zorg nodig hebben, dan hoeft u zich daarover geen zorgen te maken. Ook de aanwezigheid van uw kinderen geeft een veilig gevoel. Zij kunnen inspringen als dat nodig is en u ondersteunen. Denk aan het regelen van praktische zaken of het tolken tijdens een gesprek met een arts.

Zelfstandig maar samen

Wilt u uw dagelijkse dingen zelf blijven doen omdat u uw kinderen niet tot last wilt zijn? En gaat uw voorkeur ernaar uit om zo lang mogelijk zelfstandig te wonen? Dan is gemeenschappelijk wonen de ideale oplossing.

Bij deze woonvorm woont u zelfstandig in uw eigen woning, naast ouderen die meestal dezelfde cultuur hebben en dezelfde taal spreken. U deelt een gemeenschappelijke ruimte en kunt samen deelnemen aan activiteiten. Deze activiteiten organiseert u samen met uw medebewoners. U bepaalt ook gezamenlijk wat er gebeurt en wanneer. U kunt er bijvoorbeeld voor kiezen om periodiek samen te eten, te sporten of een film te kijken.

Over de stichting

Stichting WoonSaem werd in 2011 opgericht door Stichting Het R.C. Maagdenhuis. Het doel was destijds om gemeenschappelijk wonen voor oudere migranten te ondersteunen. In 2014 werd WoonSaem een zelfstandige stichting, maar de warme banden met Het R.C. Maagdenhuis zijn gebleven. Het werkgebied is hoofdzakelijk de regio Groot-Amsterdam, met incidentele projecten daarbuiten.

De bestuursleden verrichten hun werkzaamheden op vrijwillige basis en ontvangen hiervoor geen vergoeding. Wel kunnen zij onkosten declareren. Het bestuur werkt nauw samen met de projectmanager in het veld en de uitvoering.

Het bestuur

Het bestuur van de Stichting WoonSaem bestaat uit:

Harry Moeskops: voorzitter 
Atie van Rhee: penningmeester 
Wendela Gronthoud: secretaris

Projectmanager: Karima Idrissi

Wilt u meer weten of heeft u vragen? Dan kunt u contact opnemen met WoonSaem.

 

 

Nieuwsberichten
OndervoedingPraktijk.jpg

Hoe kunnen ouderen thuis blijven wonen?

Het Parool, augustus 2026

In Amsterdam groeit het aantal ouderen dat hulp en ondersteuning nodig heeft om zelfstandig thuis te kunnen wonen. Tegelijkertijd zal die hulp er in de toekomst minder zijn. Dat noopt de gemeente tot keuzes, schetsen onderzoekers.

Door Olaf Heyblom

De gemeentelijke dienst Onderzoek & Statistiek (O&S) schetst in een nieuw rapport een toekomstbeeld van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Op basis van die wet kunnen ouderen hulp en ondersteuning krijgen om zo lang mogelijk zelfstandig thuis te wonen. Denk aan huishoudelijke hulp of aanpassingen aan de woning, zoals een traplift en vergoeding voor een scootmobiel. Momenteel maken 64.000 Amsterdammers gebruik van een Wmo-voorziening, zo’n 7 procent van alle inwoners. En dat worden er alleen maar meer. Eind 2024 woonden er 126.500 mensen van 65 jaar of ouder in Amsterdam. Naar verwachting stijgt dit in 2050 naar 189.000. Het grootste deel daarvan woont thuis, vaak alleen. Steeds vaker zijn dat ouderen met een migratieachtergrond of een laag inkomen. Ook is er sprake van ‘dubbele vergrijzing’: binnen de groep ouderen neemt het aandeel 85-plussers toe. Die zijn vaker hulp behoevend. Dat betekent dat de vraag naar steun vanuit de Wmo toeneemt, terwijl het aanbod afneemt. De vraagt groeit door een aantal factoren: vergrijzing, meer ouderen met gezondheids problemen, minder mantelzorgers en een beperkte doorstroming op de woningmarkt. Daar staat tegenover dat er minder geld be schikbaar is voor de Wmo om aan de groeiende vraag te voldoen, er personeelstekorten zijn in de zorg en er blijvende krapte is op de woning markt, waarbij niet alle woningen geschikt zijn om oud in te worden.

Nu al krijgen ouderen die hulp behoeven te maken met wachtlijsten. Zo wachtten eind vorig jaar 1200 mensen op hulp bij het huishouden. De wachttijd varieerde van 6 tot 15 maanden, af hankelijk van het stadsdeel. In Amsterdam-Zuid en -Centrum zijn de wachttijden het langst. De onderzoekers benadrukken het belang van de wet en hebben gesproken met veertien des kundigen op het gebied van ouderenzorg en de Wmo. Op basis daarvan adviseren ze verschil lende acties om de kloof tussen aanbod en vraag voor ouderenhulp niet te hard te laten groeien.

Goede condities voor mantelzorg

Zo is het volgens de onderzoekers belangrijk om goede condities te scheppen om mantelzorg te verlenen. Dat kan bijvoorbeeld via het aan bieden van respijtzorg, waarbij de zorgtaken tijdelijk worden overgenomen door een vrijwil liger of professional. Ook kan (gemeentelijke) werknemers de optie worden gegeven van een kortere werkweek in ruil voor mantelzorg. Een ander punt is het collectiviseren van voorzieningen, bijvoorbeeld via de uitgifte van scootmobielen die algemeen kunnen worden gebruikt in buurten of valpreventiecursussen in groepsverband.

Ook kan de gemeente een rol spelen in het vergroten van het woningaanbod en het bevor deren van de doorstroming. Denk hierbij aan subsidies voor ouderen die willen verhuizen van een grote naar een kleinere woning of van een minder toegankelijke naar een beter toegankelijke woning. De huidige verhuis kostenvergoeding is te laag, stellen de onder zoekers, waardoor het voor sommige mensen financieel lastig is om te verhuizen. In gebieden met een groot tekort aan perso neel, zoals Zuid en Centrum, zijn de wachttijden voor hulp bij het huishouden het grootst. Dit kan de gemeente tegengaan door gratis openbaar vervoer of gratis parkeren aan te bieden, al druist dit laatste in tegen de Amster damse klimaatambities. Ook kan worden gekeken naar de inzet van technologie in bepaalde woningen, zoals robot stofzuigers en detectie van gevaarlijke stoffen of schimmel in huis.

Speciale portefeuille 

Het onderzoek laat zien dat Amsterdam voor een grote opgave staat, meldt zorgwethouder Alexander Scholtes (Senioren) in een reactie. ‘Voor mij staat voorop dat Amsterdammers die ondersteuning nodig hebben, daarop moeten kunnen blijven rekenen. Maar gezien de tekor ten vraagt dat om keuzes om ondersteuning anders te organiseren. Niet voor niets heeft dit college ‘senioren’ als aparte portefeuille belegd en werken we aan een vergrijzingsagenda. Voor mij ligt een belangrijk deel van het antwoord in zorgzame buurten, waar wonen, welzijn en zorg dichter bij elkaar komen.’ ‘De ambitie in het coalitieakkoord is duidelijk. We breiden het doorstroomoffensief voor ouderen uit, bouwen meer seniorenwoningen, maken verhuizen naar een passende woning makkelijker en willen dertig Lang Leven Thuisflats voor 2030.

In 2050 heeft meer dan de helft van de Amsterdamse 65-plussers een migratieachtergrond.Bron foto Ramon van Flymen/ANP

Opinie: ‘Ouderen met een migratieachtergrond passen niet in het plaatje van de huidige zorg – laten we meer naar ze luisteren’

Het Parool, juli 2026

De ouderenzorg in Amsterdam houdt nog te weinig rekening met ouderen met een migratieachtergrond, stellen Assia Nait Kassi en Pieter Hilhorst in dit opiniestuk. Zeker gezien de toekomstige samenstelling van de stad is het wat hen betreft tijd dat daar verandering in komt.

Door  Assia Nait Kassi en Pieter Hilhorst 

In 2050 heeft meer dan de helft van de Amsterdamse 65-plussers een migratieachtergrond. Daar bereiden we ons nog onvoldoende op voor. De overheid wil dat ouderen langer thuis wonen en heeft daarbij een modeloudere voor ogen: vitaal, goed geïnformeerd, taalvaardig en 
ver vooruitkijkend. Veel ouderen met een migratieachtergrond passen niet in dat plaatje. 
Wie door de stad loopt, ziet hoe de eerste generaties migranten inmiddels zelf opa en oma zijn. Thuis wordt de zorg vaak in eigen kring georganiseerd: kinderen die meegaan naar het 
ziekenhuis, buren die maaltijden maken, familie die waakt. Dat is een stille kracht van de stad, maar ook een signaal dat de bestaande voorzieningen onvoldoende aansluiten op wat deze ouderen nodig hebben. 

Zorgen over het ouder worden zijn niet voorbehouden aan ouderen met een 
migratieachtergrond. Een steile trap is gevaarlijk voor iedereen die slecht ter been raakt, en eenzaamheid is niet gebonden aan afkomst. Juist daarom is het verleidelijk om te zeggen: laten we geen onderscheid maken. 

Vooruitplannen is niet vanzelfsprekend 

Maar sommige verschillen zijn zó duidelijk dat we ze niet kunnen negeren zonder gevolgen. 
Veel oudere Amsterdammers met een migratieachtergrond ervaren al op relatief jonge leeftijd een slechte gezondheid. Ouderen van Turkse en Marokkaanse afkomst krijgen ook dementie, maar in verpleeghuizen komen ze veel minder dan ouderen zonder migratieachtergrond. 
Tijdig verhuizen als je woning ongeschikt is om ouder in te worden is voor alle Amsterdammers lastig. Maar het is extra ingewikkeld als je de weg niet weet en geen idee hebt van de regelingen die tijdig verhuizen juist willen stimuleren. Voor veel ouderen met een migratieachtergrond heeft het leven in het teken gestaan van rondkomen, kinderen grootbrengen en improviseren. Vooruitplannen is dan minder vanzelfsprekend. Een 
verhuizing naar een passende seniorenwoning komt dan niet snel in beeld. 
Een belangrijk verschil is ook de samenstelling van huishoudens. In veel gezinnen wonen volwassen kinderen bij hun ouders, vaak uit financiële noodzaak en/of omdat zij intensief zorg verlenen. Zo wonen in Amsterdam bijna zevenduizend kinderen met een migratieachtergrond nog bij hun ouders terwijl ze al dertigplus zijn. 

Ogenschijnlijk eenvoudig 

Dat levert veel op: dankzij deze mantelzorgers kunnen veel ouderen langer thuis blijven wonen en in hun vertrouwde omgeving blijven. Tegelijk maakt het inwonen het soms lastiger om te verhuizen naar een beter passende woning. Dat wordt zichtbaar in verhalen uit de praktijk. Een moeder vertelt: “Mijn zoon is zijn zicht verloren. Hij woont daarom bij mij en 
ik ben zijn mantelzorger. Maar voor Woningnet lijkt het alsof ik gewoon een volwassen kind in huis heb. Daardoor wordt het moeilijker om een woning te vinden waar hij mee naartoe kan.” 
De vraag is wat we met deze kennis doen. Het gaat vooral om de uitnodiging om beleid beter te laten aansluiten op de werkelijkheid van de stad. Dat begint bij iets ogenschijnlijk eenvoudigs: eerder en toegankelijker in gesprek gaan met oudere Amsterdammers met een migratieachtergrond, in begrijpelijke taal en via vertrouwde plekken. Dat betekent in gesprek 
gaan in de buurt, via huisartsen, welzijnswerk en maatschappelijke organisaties die al veel met deze ouderen werken. Veel onzekerheid verdwijnt al als mensen weten wat er mogelijk is, welke regelingen er zijn en hoe ze daar gebruik van kunnen maken. 
Daarnaast vraagt het om aandacht voor de positie van naasten die mantelzorg geven. Hun inzet is van grote waarde. Het is tijd dat die inzet ook wordt beloond. Bijvoorbeeld door te garanderen dat mantelzorgers die inwonen bij ouders die zorg nodig hebben, niet op straat komen te staan als hun ouders overlijden. Dat geeft rust en maakt het makkelijker om zorg vol te houden. 

Vergrijzing heeft een kleur 

Om goed ouder te worden, moet Amsterdam ruimte maken voor woonvormen waarbij ouderen ook steun kunnen vinden bij elkaar. Het gemeentebestuur zet vol in op Lang Leven Thuisflats, waar ouderen zelfstandig wonen, maar waar ook een gemeenschappelijke ruimte 
is. Maak die inclusief, zodat ook ouderen met migratieachtergrond zich welkom voelen. 
En geef daarnaast ruim baan aan woongemeenschappen waarin ouderen wonen met een gedeelde etnische of culturele achtergrond. Daar zijn al goede voorbeelden van, zoals een woongemeenschap voor ouderen met een Iraanse achtergrond, en een recent geopende woongemeenschap voor Amsterdammers met Afrikaanse wortels. 
De vergrijzing in Amsterdam heeft een kleur. Door nu al beter te luisteren naar de ervaringen en wensen van deze ouderen en hun families, kunnen we voorkomen dat verschillen in 
gezondheid en woonsituatie uitgroeien tot een nieuwe ongelijkheid. En belangrijker nog: we kunnen ervoor zorgen dat iedereen die in deze stad oud wordt, mag rekenen op iets heel eenvoudigs, maar wezenlijks: een plek onder de zon. 

(Dit artikel is een ingezonden bijdrage, geschreven door Assia Nait Kassi en Pieter 
Hilhorst. Zij zijn onderzoekers bij het Ben Sajet Centrum en auteurs van 
het rapport: Een plek onder de zon. Hoe Amsterdamse ouderen met een 
migratieachtergrond willen wonen en zorgen. Hilhorst is ook oud-wethouder in 
Amsterdam namens PvdA. )

Coban

Nieuwe zorgboerderij voor Turkse en Marokkaanse ouderen, naast locatie voor Skaeve Huse in Middelburg

https://www.pzc.nl/vlissingen/nieuwe-zorgboerderij-voor-turkse-en-marokkaanse-ouderen-naast-locatie-voor-skaeve-huse-in-middelburg~acd24a80/, juli 2026

Zorgondernemer Yilmaz Çoban begint een zorgboerderij voor Marokkaanse en Turkse ouderen die niet meer zelfstandig kunnen wonen. Hij heeft voor 1,2 miljoen euro de voormalige zorgboerderij van ‘s-Heeren Loo aan de Golsteinseweg in Middelburg gekocht. De boerderij staat pal naast de plek waar Skaeve Huse komen.

Door Ferdinand Koppejan

 

Volgens Çoban wordt het de eerste zorgvoorziening in Zeeland die speciaal bedoeld is voor gastarbeiders die begin jaren zeventig vanuit Marokko en Turkije naar Nederland kwamen. Hij zag bij zijn eigen ouders hoe belangrijk het is dat deze mensen zorg krijgen die bij hun cultuur past.

"Wij bieden zorg met persoonlijke aandacht”, zegt Çoban. „Daarbij houden we rekening met gewoontes, taal en normen en waarden van onze cliënten. De eerste generatie gastarbeiders komt op een leeftijd dat ze niet altijd meer zelfstandig kunnen wonen. Ze hebben een plek nodig waar ze zich vertrouwd en thuis voelen.”

Hij was al lang op zoek naar een geschikte locatie voor zijn plannen. „Zes maanden geleden hoorde ik dat deze boerderij aan de Golsteinseweg te koop stond. De financiering kwam een paar weken geleden rond. Op 6 juli krijg ik de sleutel.”

De zorgondernemer investeert fors in zijn droom. Çoban betaalde zo’n 1,2 miljoen euro voor de boerderij. Hij verwacht nog twee ton nodig te hebben om het pand en het terrein opnieuw in te richten. De vernieuwde boerderij kan volgens hem over drie maanden open. „Het moet een mooie plek zijn waar we kwaliteit bieden en waar mensen graag naar toe gaan.”

‘Moeder die iedereen omhelst’
Çoban werkte eerder als zorgondernemer in de Randstad en in Brabant. Hij heeft in Vlissingen zijn eigen zorgbedrijf AnA opgezet. „Die naam betekent ‘moeder die iedereen omhelst’”, legt hij uit. Behalve zorg voor ouderen wil hij in en rond de boerderij ook dagbesteding bieden aan jongeren met een licht verstandelijke beperking.

Wat Çoban niet wist toen hij een half jaar geleden begon met de aankoop van de boerderij, is dat de gemeente Middelburg naast zijn pand Skaeve Huse wil bouwen. Er komen kleine huisjes voor tien mensen die zoveel overlast veroorzaken dat ze niet in een gewone wijk kunnen blijven wonen. Dat gaat niet goed samen met de doelgroep waar Çoban zorg aan wil bieden.

"Ik ga graag in gesprek met de gemeente en andere omwonenden over een oplossing"

 "Een prikkelarme omgeving is belangrijk voor mijn cliënten”, zegt hij. „Toch zeg ik niet op voorhand nee tegen de opvang van mensen die elders overlast veroorzaken. Maar ik vind het geen goed idee dat zij zelfstandig in huisjes gaan wonen.”

Zorgboerderij in Middelburg of...?
„Ik ga graag in gesprek met de gemeente en andere omwonenden over een oplossing”, zegt Çoban. „Misschien kunnen de toekomstige bewoners van Skaeve Huse eerst een tijdje in mijn boerderij komen wonen. Dan kunnen we kijken of dat in deze buurt werkt. Dan zoek ik een andere plek voor mijn oorspronkelijke doelgroepen.”

Dit kan een uitweg zijn voor de gemeente.

Aan dat idee van Çoban hangt wel een prijskaartje: „Ik heb flink geïnvesteerd en ik moet personeel betalen. Maar dit kan een uitweg zijn voor de gemeente. Zetten ze hun plannen met de kleine huisjes door, dan gaat het vanwege juridische procedures nog jaren duren voordat ze er staan. Als dat al lukt.” Hij heeft het idee nog niet besproken met de gemeente en omwonenden.

In de directe omgeving van de plek waar de gemeente Skaeve Huse wil plaatsen, zijn ook een kinderopvang, de winkel van kaasboerderij Schellach en een reïntegratieplek voor gedetineerden gevestigd. Zij maken alle drie bezwaar tegen de komst van Skaeve Huse.

Benieuwd
De gemeente Middelburg zegt in een reactie benieuwd te zijn naar de details van de plannen en zegt bereid te zijn om in gesprek te gaan met Çoban.

 

Yilmaz Çoban Caption
Ouafae Karimi

Ouafae Karimi (50) richtte een kliniek op voor ouderen met een migratieachtergrond: ‘Ik wil dat zij zich gezien voelen – niet als dossier, maar als mens’

Het Parool, juni 2026

Het Parool bestaat 85 jaar en om dat te vieren belichten we Amsterdammers die zich met hart en ziel inzetten voor de stad en hun medebewoners. Sommigen op kleine schaal, anderen op grote. Vandaag: Ouafae Karimi (50) richtte de Ouderenkliniek op, met speciale aandacht voor ouderen met een niet-westerse migratieachtergrond. ‘Zorg uit handen geven is niet voor iedereen vanzelfsprekend.’

Toen Ouafae Karimi klein was en haar oma ziek werd, begreep ze niet waarom zij niet herstelde. Ze was toch naar de dokter geweest? Dan hoor je toch beter te worden? Maar haar oma genas niet. Op dat moment nam Karimi zich voor: later zal ik alle mensen beter maken. Thuis begon ze met doktertje spelen.

“Fast forward,” zegt Karimi, vanuit haar kliniek in het oude Slotervaartziekenhuis in Amsterdam Nieuw-West. “Dan kom je toch bedrogen uit.” Ze glimlacht en slaat haar handen ineen. “Als medisch specialist ontdek je dat je lang niet iedereen beter kunt maken. Wat wél kan, is echt luisteren en samen tot een behandelplan komen dat niet alleen medisch klopt, maar ook draagbaar is voor de patiënt en de familie.”

Drie jaar geleden richtte Karimi, internist-ouderengeneeskunde en infectioloog, de Ouderenkliniek op. De kliniek is voor alle ouderen, maar heeft bijzondere aandacht voor ouderen met een migratieachtergrond, zoals haar eigen Marokkaanse oma. “Goede zorg gaat niet alleen over de juiste diagnose,” zegt ze. “Het gaat ook over taal, cultuur én vertrouwen, zodat iedereen zich begrepen en gezien voelt.”

Ondertussen gaat de telefoon. Karimi heeft haar tas nog maar net neergezet. Snel opnemen: iets met een verwijzing voor het lab. “Zo gaat het dus de hele tijd,” lacht ze. “Ik ben zo terug.”

Niet gehoord in de zorg
De gezondheidsverschillen tussen ouderen met en zonder migratieachtergrond zijn groot, legt Karimi uit. Ouderen met een migratieachtergrond zijn vaak zieker en kwetsbaarder. “Veel van hen zijn in de jaren zestig en zeventig naar Nederland gekomen en hebben hier fysiek zwaar werk gedaan. Dat laat sporen na, lichamelijk én mentaal.”

“Ook vergrijzing is vaak complexer bij mensen met een migratieachtergrond,” vervolgt ze. “Er is vaker sprake van chronische ziekte, beperkte gezondheidsvaardigheden, taalbarrières, armoede, een kleiner netwerk of afhankelijkheid van kinderen.”
Juist deze groep heeft dus veel zorg nodig, maar tegelijkertijd zijn zij, volgens Karimi, in de zorg onderbelicht. “Het begon met mensen die mij vertelden dat ze liever niet naar de dokter gaan, omdat ze zich toch niet gehoord voelen. Toen besefte ik: er is een groep ouderen die we minder goed kunnen bereiken en bedienen.”

Hogere drempel naar zorg
De drempel naar zorg is voor hen vaak hoger. “In veel families zijn zij de eerste generatie in Nederland. Er zijn dan geen eerdere voorbeelden van hoe je signalen van ziektes herkent of hoe je de weg vindt in het zorgsysteem. Daardoor blijven klachten soms onopgemerkt of worden ze afgedaan als ouderdom.”
En wanneer zij wel de stap naar zorg zetten, ervaren ze vaak niet serieus genomen te worden. “Door taal- of cultuurverschillen is het niet altijd makkelijk om duidelijk te maken wat iemand voelt of nodig heeft,” zegt Karimi.

“De zorgverleners doen hun werk met veel betrokkenheid. Maar in een druk zorgsysteem, met korte consulten, is er niet altijd genoeg ruimte om taal, cultuur, familiecontext en gezondheidsvaardigheden mee te nemen. Dat is logisch, maar de patiënt ervaart: ‘Er is geen tijd voor mij, weer iemand die niet luistert’.”

Karimi geeft daarom ook lezingen over cultuursensitieve zorg, om dokters meer inzicht te geven in de behoeften van patiënten met verschillende achtergronden.

Tijd nemen om echt te luisteren
In haar spreekkamer ziet Karimi hoe zorg pas werkelijk op gang komt als er vertrouwen ontstaat. Zo vertelt ze over een moeder die niet wilde accepteren dat ze ziek was, maar steeds meer zorg van haar kinderen vroeg. De situatie thuis werd onhoudbaar, toch weigerde ze naar de dokter te gaan. Tot haar dochter via via over de Ouderenkliniek hoorde.

“Ze vertelde haar moeder dat ze bij mij in haar eigen taal, het Arabisch, haar verhaal kon doen. Dat trok haar over de streep,” zegt Karimi. Ze legde haar patiënt uit waarom bepaalde zorg noodzakelijk is en besprak ook wat daarin realistisch was voor haar dochter om te dragen.
Vanuit haar eigen achtergrond weet Karimi dat in veel culturen de zorg voor ouders wordt gezien als een verantwoordelijkheid van de familie. “Zorg uit handen geven is minder vanzelfsprekend. Daarom probeer ik die brug te vormen.” Karimi organiseert voorlichtingen voor ouderen en mantelzorgers. “Ik wil dat zij zich gezien voelen. Niet als dossier, maar als mens. Met een geschiedenis, een familie, een taal, een geloof, een lichaam dat ziek is geworden, maar een leven dat doorgaat.” En dat lukt.

Karimi lacht. Ze kijkt om zich heen in haar spreekkamer. “Wanneer iemand die hier eigenlijk helemaal niet wil zijn, toch opgelucht en met meer vertrouwen de deur uitgaat, dan weet ik weer precies waarom ik dit werk doe.”

Zorg voor ouderen is zorg voor de gemeenschap
Dat de Ouderenkliniek in Nieuw-West staat, is geen toeval. Karimi is hier zelf opgegroeid, volgde haar opleiding in de stad en deed er ook haar promotieonderzoek. “Mijn ouders wonen hier in de buurt. Amsterdam, en zeker Nieuw-West, voelt als thuis.”
“Ik wilde iets doen op een plek waar ik de mensen ken. In Nieuw-West komen veel werelden samen: verschillende generaties, culturen, families en levensverhalen. Dat maakt de zorg complex, maar ook ontzettend betekenisvol.”

Die vertrouwdheid wordt, nu haar kliniek hier ook is gevestigd, alleen maar groter. “Je hoort over een restaurant dat opent, gaat erheen en komt daar weer mensen uit de Ouderenkliniek tegen. Dat geeft een gevoel van verbondenheid.”
Volgens Karimi zegt die verbondenheid ook iets over hoe gemeenschappen zich ontwikkelen. “Ouderen dragen zoveel met zich mee: geschiedenis, familieverhalen, veerkracht, verlies, waarden en lessen,” zegt ze. “In de wetenschap zijn zij onze opleiders, maar in families zijn het onze ouders en voorouders op wier ideeën wij voortborduren. Dus als je iets voor die mensen doet, doe je daarmee ook iets voor de maatschappij."

Toekomstdromen
Karimi hoopt in de toekomst nog meer voor ouderen te kunnen betekenen. Daarom richtte zij de stichting Vrienden van de Ouderenkliniek op, waarmee ze bijeenkomsten en activiteiten voor hen wil organiseren. “Sommige ouderen voelen zich niet thuis bij het aanbod dat er is. Niet iedereen heeft iets met klaverjassen,” lacht ze.

 

Ouafae Karimi Caption

Volgens Karimi is dat niet alleen cultureel bepaald. “De ene persoon voelt zich ergens meteen thuis, de ander juist niet. Daar moet ruimte voor zijn.” Daarom wil zij met de stichting activiteiten organiseren die beter aansluiten bij verschillende leefwerelden, interesses en achtergronden.
“Dat kan variëren van het vieren van feestdagen tot een middag met Marokkaanse thee en koekjes of het samen lezen uit de Koran.” Juist via dit soort laagdrempelige ontmoetingen wil ze ouderen met de zorg kennis laten maken. “En daarmee uiteindelijk het vertrouwen in de zorg versterken.”

Met de Ouderenkliniek, haar scholingen en haar programma’s voor ouderen en mantelzorgers wil Karimi bijdragen aan een zorgsysteem waarin ouderen niet pas aandacht krijgen wanneer problemen zich hebben opgestapeld, maar eerder menselijker en beter passend worden ondersteund.
“Mijn droom is dat ouderen, ongeacht hun achtergrond, zich welkom voelen in de zorg. Dat zij ervaren: ik word begrepen. Niet alleen mijn ziekte doet ertoe, maar ook mijn levensverhaal, mijn familie, mijn cultuur en wat voor mij belangrijk is.”

https://www.parool.nl/amsterdam/ouafae-karimi-50-richtte-een-kliniek-op-voor-ouderen-met-een-migratieachtergrond-ik-wil-dat-zij-zich-gezien-voelen-niet-als-dossier-maar-als-mens~b102c036/