Augustine Luhulina, Wilbert de Haan Westerveld en Irene Merks. © Pim Mul

Roep om verzorgingshuis speciaal voor Indisch-Molukse ouderen: ‘Ik kwam binnen en was direct verkocht’

Een verzorgingshuis, speciaal voor Indisch-Molukse ouderen. Dat is de vurige wens van de Woerdense stichting Sinar Maluku. In Bussum staat al een tehuis waar deze ouderen zich, na jarenlange trauma’s, in hun laatste levensfase weer senang kunnen voelen: Nusantara. En daar voelt, proeft en ruikt álles Indonesisch. „Bij binnenkomst vroeg mijn tante: zijn we nou met het vliegtuig of met de auto?”

Door René Cazander

De moeder van ‘tante’ Irene Merks knapte helemaal op toen zij in Nusantara terecht kwam. Zij had 24 uur zorg nodig en kon niet meer thuis blijven. De sfeer, de taal, de aandacht. Ze waren daar allemaal heel lief voor haar, vertelt de 74-jarige Woerdense. „Mijn moeder was niet zo knuffelig, maar daar knuffelde ze zelfs met de broeders. Ze kwam weer tot leven.”

De 79-jarige Augustien Lukulima (ook wel bekend als ‘tante’ Outje) was eveneens direct verkocht, toen ze samen met een tante, voor wie de Woerdense geruime tijd mantelzorger was, een kennismakingsbezoekje bracht aan de vestiging van verzorgingshuis Nusantara in Bussum.

„De schuifdeuren gingen open, mijn tante keek naar binnen. Ze keek naar mij, keek weer naar binnen en toen weer naar mij en ze zei toen: zijn we nou met het vliegtuig of met de auto?”

Alles is Indonesisch. „Je komt binnen, de muziek, de geur van kruiden, het interieur, je wordt aangesproken in het Maleis. Ze werd met open armen ontvangen. Of ze daar al jaren zit. We waren daar maar twee uurtjes, ze werd beetgepakt, aangesproken met ‘tante’ en haar werd verteld dat ze hier zelf haar favoriete rica-rica mocht maken. Die gastvrijheid. Ze kennen daar onze achtergrond.”

Negen jaar gewoond in Kamp Singel
Nusantara is, mocht dat nog niet duidelijk zijn, geen doorsnee verzorgingshuis. Maar een plek waar de Indisch-Molukse ouderen zich in hun laatste jaren weer op hun gemak (senang) kunnen voelen.

We praten dan over de ouderen van de eerste generatie uit de Indonesische archipel, die rond 1951 in Nederland aankwamen en in kampen werden gehuisvest. Onder meer in Woerden (Kamp Kazerne, Kamp Utrechtsestraatweg en Kamp Singel). Deze verhuizing vond 75 jaar geleden plaats.

De ouders van Irene Merks hebben negen jaar in Kamp Singel gewoond, voordat ze in Woerden naar een ‘stenen’ huis verkasten. De opvang, huisvesting en zorg voor de bewoners van dergelijke kampen waren destijds zeer erbarmelijk. Deze groep verdient in hun laatste jaren dan ook een warmere aanpak, meent de Woerdense stichting Sinar Maluku.

Onze excuses
Helaas kunnen wij deze social post, liveblog of anders niet tonen omdat het één of meerdere social media-elementen bevat. Aanvaard de social media-cookies om deze inhoud alsnog te tonen.

Nusantara, dat in het Nederlands archipel betekent, kan daarbij helpen door het bieden van dagopvang/-besteding en in het meest ideale geval door bijvoorbeeld een dependance te openen in Woerden. De ultieme wens van beide partijen.

Het verzorgingshuis voor Indische en Molukse ouderen heeft nu twee vestigingen: eentje in Bussum (Patria) en eentje in Ugchelen (Rumah Saya), bij Apeldoorn. Hier wonen 150 ouderen, afkomstig uit het hele land. Beide vestigingen kampen met een wachtlijst, die steeds langer wordt, vertelt Wilbert de Haan Westerveld, lid van de Raad van Bestuur van Nusantara.

Het fenomeen ‘Indisch zwijgen’
Dat in Woerden een dependance komt, is gezien het huidige landelijke beleid, de komende jaren echter niet realistisch, daar is hij eerlijk over. „Er mogen geen bedden meer bijkomen. De overheid wil dat de ouderen zolang mogelijk thuis blijven wonen. Bovendien is er niet zomaar een locatie beschikbaar,” tempert hij alle verwachtingen. Maar de hulp kan ook op andere manieren, benadrukt hij.

Bijvoorbeeld door de mantelzorgers in de Molukse en Indische gemeenschap - meestal de oudste (schoon)dochter - bij te staan met kennis en advies, zodat die het beter aan kunnen. En de grens van hun kunnen beter aangeven. Om haar kennis te delen heeft het verzorgingshuis twee speciale medewerkers in dienst, die in gesprek gaan met de families waar de ouderen nog thuis wonen om te horen wat speelt en waar behoefte aan is, legt De Haan Westerveld uit.

Angela Manuputty, stichting Sinar Maluku: "Mantelzorg in de Indische en Molukse gemeenschap gaat veel verder en is veel zwaarder dan het traditionele Nederlandse begrip van mantelzorg. Voor veel Indische en Molukse ouderen is de weg naar een verpleeghuis geplaveid met pijn, plichtsbesef en onverwerkt verdriet. De trauma’s van de oorlog en de gedwongen verhuizing stopten de eerste generatie diep weg om de kinderen niet te belasten. Een fenomeen dat bekend staat als het ‘Indisch zwijgen’."

Gevoel gefaald te hebben
Angela Manuputty van de stichting Sinar Maluku: "Vanuit onze cultuur en gewoonten ligt er bij de familie een grote verantwoordelijkheid voor de zorg voor onze ouderen. Onze ‘balas orang tua punja tjapai’ (zorgplicht) gaat daarbij véél verder dan wat het Zorgkantoor en WMO verstaat onder mantelzorg. Deze zorgplicht is traditioneel belegd bij de oudste (schoon-)dochter.”

„De ongeschreven wet is dat zij zich volledig wegcijfert om de ouders te verzorgen. Maar zij wordt hierbij veelal geconfronteerd met dementie in combinatie met meerdere trauma’s, opgedaan in de periode van nog voor de Tweede Wereldoorlog tot en met het recente verleden.”

Augustine Luhulina, Wilbert de Haan Westerveld en Irene Merks. © Pim Mul Augustine Luhulina, Wilbert de Haan Westerveld en Irene Merks. Caption

Maar de stap om de ouders dan naar een verzorgingshuis te sturen, is heel groot. Wanneer het thuis echt niet meer gaat - bijvoorbeeld na een valpartij en als er 24-uurszorg nodig is - voelen kinderen vaak een immens schuldgevoel. Een gevoel gefaald te hebben en de ouders in de steek gelaten te hebben. De 74-jarige Merks kan hierover meepraten, vertelt ze. „Ik vond het moeilijk mijn ouders los te laten. Zij hebben tenslotte voor ons gezorgd. En dan wil je ze het liefst thuis houden totdat ze hun hoofd neerleggen.’’

Alle zintuigen worden getriggerd
De drempel om professionele hulp te zoeken is voor de eerste generatie Molukse ouderen die naar ons land is gekomen, torenhoog. Wanneer dementie toeslaat, vallen de remmen weg. „Doordat je licht gaat dementeren heb je die controle niet meer en dan komen de trauma’s eruit,” legt De Haan Westerveld uit. In een regulier Nederlands verpleeghuis leidt dit vaak tot onbegrip.

Om deze getraumatiseerde groep gespecialiseerde zorg en een veilige haven te geven, is meer nodig dan alleen wat Indische kleedjes aan de muur hangen, benadrukt het lid van de Raad van Bestuur van Nusantara. Zijn beide verzorgingshuizen zijn volledig doordrenkt van de adat (de oosterse gedragsvormen en tradities).

Vaak ontdekken ze dat ze een pela hebben, een diep gewortelde broederschap tussen bepaalde dorpen of eilanden

Wilbert de Haan Westerveld: "Zestig procent van het personeel heeft een link met Nederlands-Indië of de Molukken en velen spreken nog Maleis. Bij binnenkomst worden al je zintuigen getriggerd. Respect is de absolute basis: je noemt bewoners ‘oom’ of ‘tante’. Daarnaast is eten de grote verbinder. De geur van Indonesisch eten komt je al tegemoet wanneer je ‘s ochtends een van de twee vestigingen van Nusantara binnenkomt.”

Koken met sterren
Bij Nusantara wordt zeven dagen per week vers en kruidig gekookt. „Bewoners kunnen kiezen tussen Indonesisch en Nederlands eten. Tijdens de activiteit ‘Koken met sterren’ mogen bewoners samen met hun familie en de kok voor alle bewoners hun specifieke familierecepten bereiden. Dit eten ze dan met zijn allen op.”

De Haan Westerveld zet de geur van de Indonesische keuken zelfs wel eens ‘strategisch’ in: „Als ik belangrijke beslissingen in huis moet nemen met externe partijen, nodig ik ze om 11 uur ’s ochtends uit. Dan wordt volop gekookt. Vervolgens eten we samen met mijn gasten tussen de bewoners. Dan zie je ze smelten.”

Het valt hem elke keer weer op dat iets bijzonders gebeurt op het moment dat bewoners elkaar voor ’t eerst ontmoeten. „Ze stellen elkaar dan vaak direct de vraag van wel dorp ze komen en met welke boot zij zijn gekomen. Vaak ontdekken ze dat ze een pela hebben, een diep gewortelde broederschap tussen bepaalde dorpen of eilanden.“

Regulier verzorgingshuis geen optie
Tot slot nog even terug naar de 69-jarige tante Outje. De Woerdense zorgt al drie jaar thuis 24 uur per dag voor haar 86-jarige echtgenoot Lodewij. Hij heedt COPD en psychische oorlogstrauma’s. Tante Outje staat continu ‘aan’, legt ze uit. „Ik ben lichamelijk niet moe, maar hier in mijn hoofd ben ik moe. Ik kan niet slapen,” vertelt ze geëmotioneerd.

Haar man in een regulier Nederlands verzorgingshuis plaatsen is voor haar absoluut geen optie. Ook zij zelf wil dat later onder geen beding. „Dan verzorg ik hem liever zelf tot mijn dood toe. Ik ga hem niet dáár stoppen,” zegt ze stellig. „Hij zou daar doodongelukkig worden.” Haar enige hoop is een plekje in Nusantara. Dan weet ze zeker dat Lodewijk begrepen wordt en ‘thuis’ is.

Bij binnenkomst van de Nusantara-vestiging in Bussum kom je direct in Indonesische sferen Caption